opinie

Opinie: 93 duizend leerkrachten krijgen er wat bij. En de 28 duizend onderwijsondersteuners dan?

Wie in het onderwijs werkt als onderwijsassistent, in een zorgfunctie, als administratieve kracht of als IT’er, is onmisbaar voor de school. Maar zij verdienen minder dan vergelijkbare werknemers in andere sectoren.

Onderwijsassistent Leo Bonomo zet de laptops neer voor het eindexamen Spaans op het Alberdingk Thijm mavo in Hilversum.  Beeld Raymond Rutting / de volkskrant
Onderwijsassistent Leo Bonomo zet de laptops neer voor het eindexamen Spaans op het Alberdingk Thijm mavo in Hilversum.Beeld Raymond Rutting / de volkskrant

De salarissen in het primair onderwijs worden volgend jaar met 500 miljoen euro verhoogd. Daarmee wil de Tweede Kamer tegemoetkomen aan de wens uit de sector om het salarisniveau dichterbij het voortgezet onderwijs te brengen om het tekort aan leerkrachten te bestrijden en compensatie te bieden voor de oplopende werkdruk.

Aangezien er ongeveer 130 duizend fte in het primair onderwijs werkzaam zijn, gaat dat per fte om gemiddeld 4.000 euro extra beloning per jaar. Een motie hiertoe, ingediend door Sophie Hermans tijdens de afgelopen algemene politieke beschouwingen, werd door vrijwel de volledige Tweede Kamer gesteund. Dat er wordt gezorgd voor extra verhoging van de beloning in het primair onderwijs, is niet meer dan logisch.

Beloningsachterstand

Zo blijkt uit recent onderzoek van ResearchNed en SEO Economisch Onderzoek dat er sprake is van een beloningsachterstand voor werknemers in het primair onderwijs ten opzichte van vergelijkbare werknemers in andere sectoren. Werknemers in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs kennen zo’n achterstand in beloning ten opzichte van vergelijkbare werknemers in andere sectoren niet.

Daarom is het verstandig dat een verhoging van de onderwijssalarissen zich in eerste instantie richt op het primair onderwijs. Daar lijkt het tekort aan (goede) leerkrachten het grootst, met als gevolg veelvuldig signalen dat de werkdruk sterk aan het oplopen is. Een verhoging van lonen kan het aantrekkelijker maken om in het onderwijs te (blijven) werken. Bij een voldoende aanbod van leerkrachten kan ook de werkdruk worden verlicht.

Onaantrekkelijke werkgever

Het is echter verstandig om de extra gelden daarbij niet alleen in te zetten voor extra beloning van de 93 duizend leerkrachten, maar juist ook voor extra beloning van de andere werknemers in het primair onderwijs. Het gaat dan om de 28 duizend werknemers die de docenten ondersteunen in hun werk, zoals onderwijsassistenten, zorgfuncties, administratieve en IT-functies. Voor werknemers in dit soort functies is de beloning in het primair onderwijs duidelijk lager dan die van vergelijkbare werknemers in andere sectoren.

Het primair onderwijs is in termen van salaris voor hen daarmee relatief onaantrekkelijk als werkgever. Zij kunnen elders vaak voor een hogere beloning aan de slag. Dat maakt het lastig om voldoende (goede) onderwijsondersteuners aan te trekken, die er juist voor kunnen zorgen dat leerkrachten zoveel mogelijk tijd overhouden voor datgene waar ze goed in zijn: lesgeven.

Goede ondersteunende werknemers zorgen ervoor dat de werkdruk voor leerkrachten aanzienlijk kan worden verminderd. En mogelijk ook dat de vraag naar leerkrachten afneemt en het tekort aan leerkrachten wordt beperkt. Om ervoor te zorgen dat het extra geld voor het primaire onderwijs ook daadwerkelijk leidt tot verlaging van de werkdruk van leerkrachten, zou dat geld niet alleen moeten worden besteed aan lerarensalarissen, maar vooral ook aan de onderwijsondersteuners in deze sector.

Siemen van der Werff is senior projectleider SEO Economisch Onderzoek

Arjan Heyma is adjunct-directeur SEO Economisch Onderzoek

Meer over