Columnmax pam

Op het surrogaat van autowrakken en oud serviesgoed kun je ongelimiteerd met hamers en bijlen tekeergaan

null Beeld

Met belangstelling las ik de reportage van Haro Kraak over het speciale parcours dat het bedrijf Carsmash heeft ingericht bij een autosloperij in Vijfhuizen. Deelnemers kunnen daar voor 25 euro per persoon naar hartelust met hamers en bijlen inhakken op autowrakken. Ook is elders op het parcours alle ruimte om eens flink met serviesgoed te smijten. De reportage werd gebracht onder de aanstekelijke kop: ‘Mondkap? Klèng! Avondklok? Rammen maar!’

Toen ik het uit had, voelde ik mij in een bijzonder goed humeur, waarvoor ik de auteur wil bedanken. De meeste stukken in de krant hebben dat effect niet op mijn gemoed. De vraag bleef wel hangen waarvan ik eigenlijk zo blij werd. Over het algemeen staat het begrip destructie in een kwade reuk. Weliswaar hangen sommige economen de theorie aan van de ‘creative destruction’, waarbij noodzakelijkerwijs eerst het oude kapot moet voordat de maatschappij zich kan vernieuwen, maar in het stukslaan van autoruiten lijkt weinig vernieuwends te zitten. Hetzelfde geldt voor het kapotgooien van glazen, borden, koppen en schotels.

Een van de foto’s bij de reportage toont een deelnemer – vermoedelijk de man die zichzelf omschrijft als een ‘holistische bankier’ – zittend op het dak van een autowrak, terwijl hij bezig is de voorruit in gruzelementen te knallen. Zou ik op zijn plaats kunnen zitten? Vermoedelijk wel. Mijn zoon mocht op zijn verjaardag altijd een aantal vriendjes uitnodigen om, onder leiding van zijn ouders, mee te doen aan een survivaltocht of zoiets dergelijks. Als ik hem destijds had kunnen vertellen dat dit keer auto’s slopen op het programma zou staan, hadden hij en zijn vriendjes een gat in de lucht gesprongen.

De aantrekkelijkheid van slopen is natuurlijk het kapotslaan om het kapotslaan. Om de vreugde van het kapotslaan: destructie zonder zingeving, ideologie of moraal. Of er nog naar gekeken wordt weet ik niet, maar er is die beroemde scène van Oliver Hardy en Stan Laurel, die als twee matrozen met hun auto inrijden op een file en die ermee eindigt dat zo’n beetje alle auto’s (plus de motorfiets van de agent) worden gesloopt. Veel negatiever kun je het niet krijgen, maar ondertussen is er zelden zoiets grappigs vertoond.

Toch is de verleiding groot om de reportage van Haro Kraak – de interpretatie van zijn naam laat ik graag aan de lezers over – op psychoanalytische wijze te verklaren. Zo krijgen de deelnemers in wat ‘de slooptherapie’ wordt genoemd de gelegenheid hun frustraties bot te vieren. Volgens Freud is frustratie het tegendeel van bevrediging. Je krijgt iets niet wat je graag wilt hebben, wat weer tot gevoelens van teleurstelling en zelfs van woede kan leiden. Bij het afreageren op de beperkingen die mondkapje en avondklok ons opleggen, speelt het freudiaanse mechanisme van de projectie een grote rol.

Het mondkapje en de avondklok zijn vijandige attributen, maar wie de verantwoordelijke ministers en Kamerleden op deze verplichte ongemakken wil aanspreken met fysiek geweld, kan van de maatschappij een zware veroordeling verwachten. Op het surrogaat van autowrakken en oud serviesgoed kun ongelimiteerd met hamers en bijlen tekeergaan, zonder dat daar verder veel schade van wordt ondervonden. Als deelnemer ben je voor 25 euro klaar, ga je blij en tevreden naar huis, omdat in elk geval een ding op zijn falie heeft gekregen. Bovendien is het helemaal mooi dat Carsmash daar kennelijk ook nog iets aan overhoudt. Dit soort projectie komt voor op allerlei niveaus. Van Botwinnik, de toenmalige wereldkampioen schaken, werd verteld dat hij een portret van zijn tegenstander aan de muur had hangen en dat hij daarop spuugde om zichzelf op te laden voor de strijd.

Wij komen nu bij het meest omstreden leerstuk van de psychoanalyse, de zogenaamde agressie- of destructiedrift. Volgens Freud – door Nabokov ‘de Weense wonderdokter’ genoemd – is die bij ieder mens in meer of mindere mate aanwezig. Anders dan de drift Eros, die juist wil dat wij ons met elkaar verenigen, streeft de destructiedrift naar ontbinding van alles wat leeft en zich voortplant. Vandaar dat destructiedrift ook wel wordt geïnterpreteerd als de alom aanwezige doodsdrift.

De doodsdrift hoeft niet per se tegen zichzelf gericht te zijn. In Vijfhuizen zei een van de deelnemers: ‘Mensen komen om allerlei redenen ijzer, glas en plastic mollen.’ Of zijspiegels eraf trappen. En op een oude Suzuki mogen zij woorden kalken als: ‘Heartbreak, kanker, alzheimer, panic en blessures’. De frustraties van de mensheid in een notendop.

Door mijn zoekmachine wordt ‘slooptherapie’ automatisch veranderd in ‘slaaptherapie’. Een gerespecteerde behandelwijze, maar slopen om te genezen is nog niet ingeburgerd. Sinds enige jaren wordt de psychoanalyse niet meer door de zorg vergoed, maar misschien kan een uitzondering worden gemaakt voor slopen als therapie.

Meer over