OpinieOp de zeepkist

Op de zeepkist: ‘Geef donoren een financiële vergoeding’

Marijke Hoog Beeld Eva Faché
Marijke HoogBeeld Eva Faché

Wie: Marijke Hoog (36) uit Kampen, ­huismoeder.

Het probleem: Zelfs met het nieuwe donorregistratie­systeem dat in juli 2020 ingaat, blijft er een tekort aan donoren, mede doordat donorschap bij leven op geen ­enkele manier aantrekkelijk wordt gemaakt.

De oplossing: Maak het doneren van organen bij leven aantrekkelijker door een financiële prikkel. Bijvoorbeeld door orgaandonoren voortaan gratis verzekerd te laten zijn.

‘Een aantal maanden geleden heb ik een nier gedoneerd aan een kennis. Toen ik hoorde dat ze een nieuwe nier nodig had omdat ze erg ziek is – ze heeft suikerziekte –, heb ik direct gezegd: als in haar directe familie niemand een match is, dan meld ik me. En zo geschiedde. Ik heb het natuurlijk wel met mijn man moeten overleggen, zo’n operatie kan nogal ingrijpend zijn, maar het was tegelijkertijd vanzelfsprekend het toch te doen.

‘Op mijn 18de heb ik me opgegeven om na mijn overlijden donor te worden. Daarnaast ben ik bloeddonor en plasmadonor. Mijn opa was altijd bloeddonor, ik heb zijn voorbeeld gevolgd. Alleen: bloed doneren kan niet zo vaak, dat mag maximaal vier keer per jaar. Bij de bloedbank kreeg ik te horen dat ze ook behoefte hebben aan plasma, het vloeibare gedeelte van je bloed. Plasma kun je vaker geven dan bloed, daarom ben ik dat ook gaan doneren.

‘Ik vind het een prettig en vanzelfsprekend idee dat mensen elkaar helpen. Niet alleen na de dood, maar ook bij leven. Nadat iemand in mijn omgeving was overleden aan leukemie, heb ik me ook opgegeven als stamceldonor, al vind ik het idee van stamcellen doneren wel spannend. Een donatie kan erg pijnlijk zijn, omdat het beenmerg uit je bekken gehaald moet worden. Dat heeft me er niet van weerhouden me in te schrijven. Als je een leven kunt redden, dan doe je dat toch?

‘Een week nadat ik me als potentiële nierdonor had aangemeld, zaten we in het ziekenhuis voor een eerste afspraak. Al met al zijn we een jaar bezig geweest met allerlei tests, voordat de operatie kon plaatsvinden. Dat gebeurde in het ziekenhuis van haar keuze, in Rotterdam. De tijdsinvestering was best groot: in totaal zijn we dertien keer vanuit Kampen naar Rotterdam gereisd.

‘Dat maakt ook dat het doneren van een orgaan bij leven niet voor iedereen is weggelegd. Mensen die het financieel slecht hebben, kunnen het zich niet makkelijk veroorloven donor te zijn. Je schiet als donor namelijk alles voor – je reiskosten, de kinderopvang, de tijd die je vrij moet nemen van werk. Alles kun je pas achteraf declareren. De overheid streeft ernaar dat het doneren van een nier je financieel niets kost, maar dat lukt niet altijd. Mijn man moest bijvoorbeeld iedere keer dat ik naar het ziekenhuis ging, vrij nemen om met me mee te gaan. Die kosten waren voor ons. Dat vonden we niet erg, maar onder aan de streep zijn we er financieel dus wel op achteruitgegaan, ik schat een paar honderd euro.

‘Daarom zou ik een financiële vergoeding voor orgaandonoren een goed idee vinden. Ik snap dat mensen bang zijn voor een zwarte markt waar organen worden verhandeld, of dat men bang is dat arme mensen hun organen gaan doneren voor geld. Dat is inderdaad een dilemma. Aan de andere kant kan een financiële vergoeding er ook voor zorgen dat meer mensen donor worden en er meer levens worden gered.

‘Een nog sterker argument voor een financiële vergoeding vind ik dit: mij is in het ziekenhuis verteld dat het de verzekering een half miljoen euro scheelt dat ik mijn nier heb gedoneerd, omdat de ontvanger van mijn nier geen dialyse meer nodig heeft. Eén niertransplantatie kost net zo veel als een jaar lang dialyse. Als ik de verzekeraar geld bespaar, dan is het wel zo eerlijk als ik de rest van mijn leven niet meer voor mijn verzekering hoef te betalen, toch?’

Meer over