columnArnon Grunberg

Op de priklocatie waar ik mijn boostershot kreeg, ging mijn baby van hand tot hand

null Beeld
Arnon Grunberg

Aanvankelijk had ik me opgegeven voor een boostershot die zou worden gezet in een bejaardentehuis in de Bronx. Ik was lang niet in de Bronx geweest, een uitstekend excuus om er weer heen te gaan.

De reistijd bleek de dag vóór Thanksgiving, vanwege files, anderhalf uur te bedragen en aangezien ik die middag alleen was met mijn zoon van zes maanden zag ik af van de Bronx. Een baby kan veel verdragen, maar drie uur in een taxi vond ik opeens toch wat overdreven.

Gelukkig vond ik een locatie dichterbij, in Broome Street, waar ik diezelfde middag terechtkon. Het liep kennelijk geen storm.

Ik vulde het formulier online in. Door haast had ik het vakje ‘transgender woman’ aangekruist in plaats van ‘man’, maar men mag godzijdank zijn wat men wil. Bij etniciteit kruiste ik aan ‘prefer not to answer’, er zijn ook grenzen.

Op posters stond dat mensen die zich lieten vaccineren recht hadden op 100 dollar. In Grand Central Station was te lezen dat mensen die zich lieten vaccineren gratis konden reizen. Uitstekend, vliegen vang je met honing. In deze tijden zijn zes flessen Barolo eveneens een juiste beloning. Geef je overtuigingen op, dát is pas leven.

De vrouw die mij moest prikken bleek meer geïnteresseerd in mijn zoon dan in mijn arm. Ze wilde hem vasthouden, noodgedwongen gaf ze hem later door aan een collega. ‘Hij is zo mooi,’ zei ze, ‘net een meisje.’

Het kind ging vervolgens van hand tot hand. Ook honing. Toegegeven, hij was hier de enige baby. Na ruim een kwartier hadden talloze vingers zijn vrijwel kale schedel gestreeld, een verpleegkundige had voorzichtig zijn lippen op zijn voorhoofd gedrukt.

Men paradeert met kinderen en huisdieren om de medemens vakkundiger te charmeren. Een kusje hier, wat kwijl daar, een druppeltje opgegeven melk.

Meer over