ColumnSheila Sitalsing

Op de beurs is het nu gewoon weer de jaren negentig

null Beeld

In de jaren negentig van de vorige eeuw, toen in Nederland ook de kleine mensen de geneugten van het beleggen op de beurs hadden ontdekt – het waren roerige jaren, het geld en de hoogmoed klotsten tegen de plinten – regende het oplichters. Kleine krabbelaars en grote criminelen die probeerden te profiteren van de gouden combinatie zelfoverschatting, geld en goedgelovigheid.

Hun glimmende folders – Teakhout! Buitenkans! Loterij zonder nieten! Sinaasappelplantage in Costa Rica! Iets met boten! Gegarandeerd 15 procent rendement per jaar! – belandden geregeld op mijn bureau, want ik schreef in die jaren over geldzaken voor een weekblad dat door bemiddelde particulieren werd gelezen. Meestal gingen de glimfolders rechtstreeks de prullenbak in. Toch waren er altijd wel mensen te vinden die geen weerstand konden bieden aan de lokroep van gouden bergen zonder risico’s; er waren in die tijd nog minder regels dan nu voor wat een geldklopper wel en niet in een advertentie mag beweren.

In het decennium daarna is de financiële pers daarom vooral bezig geweest met het opdweilen van de tranen van de slachtoffers van de beurshausse. Daar zaten onnozelen tussen die al hun spaargeld hadden meegegeven aan een tennisleraar uit het Gooi die nog een buitenkansje wist in Zuidoost-Aziatisch vastgoed. En ook doodvoorzichtige, gewone mensen die keihard in het pak waren genaaid door respectabele verzekeraars of banken die hadden gelogen over de absurde kosten van hun ‘beleggingsverzekeringen’ (zie ook: ‘woekerpolis’).

De misschien wel grootste oplichter van allemaal, die decennia actief is geweest voordat hij werd ontmaskerd, is woensdag overleden. Bernie Madoff stierf, 82 jaar oud, in North Carolina; hij kampte al enige tijd met een slechte gezondheid.

Madoff was een gerespecteerd man in hoge financiële kringen, hij stond aan de wieg van de technologiebeurs Nasdaq, werd alom gezien als een man bij wie je geld veilig was. Sinds de jaren zestig runde hij een investeringsbedrijf. Vanaf de jaren negentig – misschien zelfs eerder – begon hij de fraaie, stabiele ‘rendementen’ die zijn cliënten (daar zaten veel groten der aarde bij) over hun ingelegde geld behaalden te financieren uit de inleg van nieuwe klanten. Madoff stond boven op het vermoedelijk grootste piramidefonds uit de geschiedenis. Pas in 2008 stortte het kaartenhuis in, toen cliënten die door de financiële crisis in geldnood waren gekomen in groten getale hun beleggingen bij Madoff probeerden te liquideren. Het geld bleek er niet te zijn. Circa 17 miljard dollar is in lucht opgegaan.

Veel mensen zijn geruïneerd door Madoff. Ze verloren hun pensioen, of hun vermogen. Zijn slachtoffers zijn over de hele wereld te vinden, van het pensioenfonds van Shell tot Louis van Gaal. Hij werd veroordeeld tot 150 jaar gevangenisstraf.

Het is verleidelijk om te denken dat met het heengaan van Madoff een tijdperk is afgesloten waarin luchtverkopers jarenlang ongehinderd hun gang hebben kunnen gaan, zonder controle, zonder regulering. Waarschijnlijker is het dat er allang weer nieuwe Madoffs rondlopen. Want op de beurs is het nu weer gewoon de jaren negentig. Wie veel spaargeld heeft moet rente betálen aan de bank en moet dus wel uitwijken naar aandelenbeleggingen. Beleggers steken blind miljoenen euro's in zakken geld die nog op zoek zijn naar een investering. En de theorie van de grotere sukkel – er is altijd wel iemand die bereid is nóg meer geld neer te tellen voor een belegging – is nog springlevend.

Meer over