Media inCuraçao

Op Curaçao bestaan vrolijke en sombere perspectieven naast elkaar

Terwijl ook op Curaçao wordt gestreden tegen covid, ziet correspondent Kees Broere hoe er plannen worden gesmeed om het oude ziekenhuis in Willemstad een toeristische bestemming te geven.

Kees Broere
Een ambulance bij het ziekenhuis (CMC) op Curaçao.  Beeld ANP
Een ambulance bij het ziekenhuis (CMC) op Curaçao.Beeld ANP

Het is een ambitieus, maar boeiend plan. Het oude ziekenhuis van Willemstad, een pand van deels monumentale waarde, kan een toeristische toekomst krijgen. Door allerlei aanpassingen, zo berekende een adviesbureau, kan het passagiers van cruiseschepen een nieuwe toegang geven tot de historische binnenstad.

Of de plannen werkelijkheid zullen worden, is een vraag waarop we hier even niet ingaan. Er zijn op Curaçao wel meer ambitieuze plannen een stille dood gestorven. Maar boeiend blijft het, al is het wellicht om een heel andere reden. Dat oude ziekenhuis, het Sehos, is nu namelijk voor een klein deel nog steeds in gebruik.

Eind vorig jaar was ik er zelf, bij de vroegere polikliniek die is ingericht als ‘prikplek’. Ik kwam er mijn boostershot halen. Terwijl ik op mijn beurt zat te wachten, las ik op mijn telefoon het plaatselijke nieuws over covid-19 en de ‘noodkreet’ die had geklonken uit het nieuwe ziekenhuis, het zogeheten Curacao Medical Center (CMC).

De medisch directeur van dat CMC, Ingemar Merkies, gebruikte in een gesprek met het Antilliaans Dagblad, de term ‘dun lijntje’. Hij doelde daarmee op de balans tussen het economisch spel van vrije marktkrachten enerzijds en het waarborgen van deugdelijke gezondheidszorg anderzijds. Die precaire balans is de onderstroom van talloze mediaberichten aan het begin van dit nieuwe jaar.

Het opvallende was dat ik het dunne lijntje bijna fysiek kon voelen. Het oude en het nieuwe ziekenhuis van het Caribische eiland liggen namelijk zowat tegen elkaar aan. Terwijl voor het Sehos wordt gekeken naar nieuwe, vrolijke toeristische perspectieven (en dus naar inkomsten voor de bevolking) gaat het in het CMC over zaken van leven en dood.

Nee, deze vergelijking is niet helemaal fair. De premier van Curaçao, Gilmar Pisas, gaf begin deze week een ingelaste persconferentie over mogelijk nieuwe maatregelen in de bestrijding van de covidpandemie. Ook hier immers stijgt het aantal besmettingen razendsnel. Maar wat ook geldt: het is het toeristisch hoogseizoen en eindelijk, eindelijk begint het eiland zelf weer een beetje geld te verdienen.

In 2021 kon Curaçao, een autonoom land binnen het Nederlands koninkrijk, niet overleven zonder vele tientallen miljoenen euro’s budgetsteun uit Nederland. In 2022, zo liet de directeur van de centrale bank hier onlangs weten, zal die steun nog altijd nodig zijn. Voor een regeringsleider als Pisas is niet alleen de gezondheidszorg, maar ook de economie welhaast een zaak van leven en dood.

Tijdens zijn nieuwjaarstoespraak, een dag eerder, koos Pisas ervoor theatraal een hand omhoog te steken naar ‘de almachtige’, alsof Hij het kwetsbare eiland een beschermende hand boven het hoofd zal houden. Maar op de persconferentie was hij nuchterder. Een lockdown komt er niet, zo maakte hij duidelijk, anders ‘stort de zaak in’ en zal Curaçao zich volledig afhankelijk weten van het geld dat Alexandra van Uffelen, de nieuwe staatssecretaris van Koninkrijksrelaties, mogelijk alleen onder keiharde nieuwe voorwaarden ter beschikking wenst te stellen.

En dus werden niet meer dan cosmetische nieuwe maatregelen aangekondigd. ‘Dweilen met de kraan open’, zo luidde een van de krachtige commentaren daarop. De nabije toekomst zal het duidelijk maken. In het Sehos en elders zet men alle zeilen bij om inwoners hun boostershot te geven. In het aangrenzende CMC is het aantal ziekenhuisopnames nu nog relatief laag, maar kampt steeds meer personeel zelf met corona.

Het wordt, kortom, een spannend jaar. En nog steeds schijnt de zon.

Kees Broere is correspondent voor de Volkskrant in Willemstad.

Meer over