Lezersbrieven

Ook voor jongeren moet gelden: ruim je eigen rommel op

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 5 juni.

 Opruimen na een feestje bij het Vondelpark in Amsterdam. Beeld ANP
Opruimen na een feestje bij het Vondelpark in Amsterdam.Beeld ANP

Brief van de dag

‘Ruim je rommel achter je kont op!’, zei mijn moeder vroeger dagelijks tegen mij. Ze drukte mij op het hart nooit, maar dan ook nooit, een papiertje, bananenschil et cetera op straat te gooien. Mijn ouders deden dat zelf ook nooit en gaven dus het goede voorbeeld.

Hoewel er zeker ook lessen van mijn ouders niet zijn blijven hangen, geldt dat niet hiervoor. Deze les is bij mij inmiddels zó ingesleten, dat ik ook mijn ­eigen kinderen tot vervelens toe heb uitgelegd dat en waarom het heel normaal is, en zelfs noodzakelijk, om je rommel op te ruimen, zowel thuis (waar ik minder succesvol ben, helaas) als buiten (dat lijkt ze beter af te gaan).

De laatste tijd horen we veel over feestjes van grote groepen jongeren die buiten vieren dat het einde van het benauwende coronatijdperk nabij is. Donderdag was het weer zover bij de Zuiderplas in Den Bosch, een mooie plas die grenst aan het prachtige natuurgebied het Bossche Broek. Hoewel de coronaregels met voeten worden getreden, heb ik wel begrip voor hun levenslust. Wat ik niet ­begrijp en waar ik ontzettend boos over ben, is dat ze elke ‘feest’-plek, nu ook weer de Zuiderplas, achterlaten als een vuilnisbelt.

In de verslaggeving over zulke ‘coronafeesten’ ligt het accent op de corona­regels, maar hoe zit het met de regels van algemeen fatsoen? Leren kinderen niet meer dat ze hun eigen rommel moeten opruimen? Dat het enorm schadelijk is voor de natuur als daar blikjes, kunststof bekers, hamburgerbakjes, plastic zakjes, chipszakken, glazen flessen enzovoort blijven liggen? Of denken ze: dat ruimt de gemeente wel op? Zouden hun ouders dat thuis ook doen, wellicht?

Eerlijk gezegd zie ik het als een gebrek aan beschaving als mensen troep achterlaten in de openbare ruimte; laat staan als dit in de natuur gebeurt.

Hoe dan ook, als het hier kennelijk aan schort bij veel kinderen, lijkt het mij verstandig dat hier bij de lessen maatschappijleer uitgebreid aandacht voor komt. En dat scholen een zerotolerancebeleid invoeren voor het achterlaten van rommel. De politie mag wat mij betreft ook veel strenger optreden tegen ‘littering’, zoals dat in het Engels wordt genoemd.

De regel ‘ruim je eigen rommel op’ moet ook bij de huidige generatie jongeren een automatisme worden. Dan kunnen zij indien nodig ook het goede voorbeeld geven aan hun ouders.

Marie-France Admiraal, Vught

Jongeren

Na voordringende studenten die op zoek waren naar vaccins bericht de krant nu weer over overlastgevende jongeren die op een strandje willen chillen. En daar zijn strandgasten niet van gediend. Inbeuken op jongeren is deze coronaperiode de nieuwe nationale hobby. Terwijl we natuurlijk weten dat veruit de meeste jongeren weinig anders doen dan naar school gaan en afspreken op de parkeerplaats van de McDonalds. Ik schaam me voor dit bekrompen en ­empathieloze gedrag van mijn leeftijdgenoten. Je hoeft echt niet te klappen voor jong Nederland, maar alsjeblieft, toon minimaal eens wat ­begrip. Of zijn jullie niet jong geweest?

Rene Klerks, 52 jaar, Tilburg

Kinderen

Kinderen de dupe van het coronabeleid in Nederland, uniek in de wereld? Een uurtje rijden naar Duitsland ziet het er zo uit: de scholieren van groep 3 tot en met groep 6 waren tot dusver 52 schooldagen thuis. De kinderen van groep 6 tot en met groep 8 waren 72 schooldagen thuis. Als ze er al waren, dan urenlang met maskers in de klas en tijdens de pauzes. Anderhalve meter van elkaar en in halve klassen. Bovendien werden ze ook nog twee keer per week getest. Das is pas uniek. Het is een schande!

Frans Veenstra, leerkracht, Bad Bentheim (Duitsland)

Titanic

De vaccinweigerende boomers doen mij denken aan de elite op de Titanic: wél in de reddingsboot, maar alleen onder hun voorwaarden (niet bij het plebs). De keuze voor een vaccin was er altijd al, men moest dan wel achter in de rij aansluiten. Met de zomervakantie in zicht dringen de weigeraars maar wat graag voor op de jongere generaties. Ze vinden kennelijk dat ‘Alleen samen krijgen we corona onder controle’ vooral voor anderen geldt.

Door teruglopende besmettingen is een vaccinatie meer en meer een ticket naar vrijheid en in mindere mate de bescherming tegen een circulerend virus. Juist in deze fase hebben de weigeraars de tijd om keurig achteraan in de rij te wachten op hun prik. Het schaamteloos voordringen leidt niet alleen tot een langere wachttijd, maar jaagt de nakomende generaties onnodig op kosten doordat ze, naast de coronarekening, ook langer het bedrag voor hun PCR-test moeten ophoesten.

Hugo de Jonge, die aan dit gedram ­gehoor geeft met zwalkend beleid, heeft zo meer weg van het strijkkwartet dat rustig doorspeelt dan van de RMS Carpathia die de drenkelingen ophaalt.

Pim Oomens, huisarts in opleiding, Rotterdam

Gelukkige zzp’er

Waar sta ik straks als (gelukkige) zzp’er? Als het aan de vakbeweging en werk­gevers ligt, ben ik zo snel mogelijk weer een loonslaaf. Is dat de prijs die ik betaal voor jaren hard zwoegen, lef en door­zettingsvermogen hebben?

Acht jaar geleden gaf ik al mijn zekerheden op en koos voor het eigen ondernemerschap. Spannend en bij vlagen ook gewoon niet leuk. Er waren maanden dat er geen cent binnenkwam. Soms deed ik een klus gratis om te laten zien wat ik in huis heb. Jaren werkte ik voor een minimaal uurtarief waar geen pensioen en arbeidsongeschiktheidsverzekering van betaald konden worden. Dat wist ik. Ik had jaren gespaard en de zilvervloot werd ingezet om deze periode te overbruggen.

En nu ben ik waar ik wil zijn. Ik werk voor een grote gemeente als commu­nicatieadviseur op zeven verschillende projecten. De ene week ben ik daar 36 uur zoet mee, de andere week misschien maar 15 uur. Werken in de avond en weekenden is geen probleem. Voor die flexibele inzet betaalt de gemeente mij 70 euro per uur. Daar kan ik mijn pensioen van betalen en een fatsoenlijke boterham van eten. De uren die ik niet werk voor deze opdrachtgever, vul ik in met kleine opdrachtjes voor anderen. Soms betaald, soms gratis.

Ik werk voor mijn eigen stad en mijn opdrachtgevers zijn blij met mij en mijn flexibiliteit. Ik kan mijn broek ophouden en houd mijn hand niet op bij de overheid. Sterker nog, aan het eind van het jaar spek ik de staatskas met gemiddeld 20- à 30 duizend euro. Kortom, een trotse baas in eigen dienst.

Fout! Volgens de Belastingdienst ben ik dat niet. Ik ben volgens de wet DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelaties) een schijnzelfstandige. Ik maak namelijk deel uit van een team, heb een opdrachtgever en een teamleider. Ik kan het mis hebben, maar volgens mij geldt dat voor het gros van de mensen die werken dat je onderdeel van een team bent. Afijn. Er speelt dus iets anders.

Volgens de commissie-Borstlap (hervorming van alle regels rondom werk) is de flexibilisering van de arbeidsmarkt volledig doorgeschoten. Met alle maatschappelijke gevolgen van dien.

Daar kan ik me, denkend aan bijvoorbeeld de zorg, maaltijd- en pakketbezorgers, absoluut iets bij voorstellen. Waar ik echter de vinger niet achter kan krijgen, is waarom ik, en heel veel (gelukkige) zzp’ers met mij, nu het hele zelfstandige ondernemerschap aan de ­wilgen moeten hangen.

We worden klemgezet en kunnen niets anders dan weer een (vast) dienstverband aangaan. Ik kan me niet voorstellen dat mijn ‘bedrijfsmodel’ schadelijk is voor de Nederlandse welstaat. Scheer dus niet alle zzp’ers over een kam. Er zijn er veel die dolgelukkig zijn, meer dan genoeg bijdragen aan de staatskas en daarvan niets opsouperen.

Elles Veenhof, Amsterdam

Vintage

Vintage dringt zelfs door tot in de ­Zeeman’, kopt de krant op 3 juni. Hier gebeurt wat we steeds vaker zien in de tweedehandshandel (en niet alleen bij kleding), namelijk dat de items ‘vintage’ worden genoemd.

Het klinkt als en suggereert een ­kwaliteit van een andere orde: beter, ­interessanter dan ‘slechts’ tweedehands c.q. gerecycled. Zo zijn er zelfs winkels die monstercollecties en seizoensoverblijvertjes als ‘new vintage’ aanbieden.

Maar net zoals antiek pas ‘antiek’ genoemd mag worden als het minimaal 80 jaar oud is, mag vintage pas ‘vintage’ heten als het minimaal 20 jaar oud is.

Veel kleding van de wereldwijde retailers zullen gezien de kwaliteit van de stoffen en het naaiwerk die leeftijd niet eens bereiken, zelfs niet als poetsdoek.

Malou Veebe, Amsterdam

Chroom-6

Als je de berichten leest over het ­klakkeloos blootstellen van werk­nemers van defensie aan de kanker­verwekkende verfstof chroom-6, kun je maar één ding concluderen: je hoeft echt geen Rus te zijn om door je eigen staat vergiftigd te ­worden.

R. Hamers, Heerlen

Meelwormen

Huiverend las ik het artikel over het eten van meelwormen. Niet omdat ik het griezelig vind of vies, maar om de totale achteloosheid waarmee kweker Jelte-Pier Slump vertelt hoe hij de diertjes eerst blancheert – in gewoon Nederlands: ­levend kookt – alvorens ze te wokken.

Ik heb geen idee van het gevoelsleven van de meelworm, maar weet wel dat miertjes en piertjes vluchten om hun leven te redden en er dus iets van ­bewustzijn in zo’n wezentje zit.

Onlangs heeft de Eerste Kamer een wet goedgekeurd waarin het welzijn van industriedieren wordt gewaarborgd. Mag de meelworm ook profi­teren van deze wet?

Anneke Landsman, Hillegom

Meer over