COLUMNLoes Reijmer

Ook op internet moeten meisjes leren zich klein te maken

Komende week is het alweer een jaar geleden dat Mark Zuckerberg (of een levensechte robot die voor hem moest doorgaan, je weet het niet) het podium van de Universiteit van Georgetown op slofte en vrome, hartverwarmende woorden sprak over verbinding en iedereen een stem geven. ‘Als meer mensen hun perspectief kunnen delen, leidt dat tot meer maatschappelijke verbondenheid’, zei de man die een platform bedacht waarop polarisatie woekert, nepnieuws tot lynchpartijen leidde en waardoor democratieën onder hoogspanning staan.

Ik moest denken aan die toespraak toen hulporganisatie Plan International maandag bekendmaakte dat 58 procent van de meisjes en jonge vrouwen wereldwijd last heeft van online intimidatie. Ze worden belachelijk gemaakt om hun uiterlijk, worden gestalkt, ontvangen verkrachtingsdreigementen of worden gechanteerd met (al dan niet bewerkte) naaktfoto’s. Ze wonen in Sudan, Indonesië, Chili, de VS of Nederland. Ze zijn 8, 10, 15 of 19 als ze voor het eerst online worden lastiggevallen, heel verschillend dus, maar het effect is veelal hetzelfde: ze worden voorzichtiger of stoppen zelfs helemaal met sociale media. ‘Online intimidatie legt meisjes wereldwijd het zwijgen op’, zei de directeur van Plan Nederland. ‘En dat terwijl het internet zoveel kansen biedt voor meisjes om hun stem wel te laten horen.’

Ho, ho, ho, klonk het op Twitter uit de keeltjes van enkele blozende wijsneuzen, het type dat vindt dat minderheden zich niet zo slachtofferig moeten gedragen, maar dat zich tegelijkertijd direct met de ellebogen naar voren wurmt als er een aai over de bol wordt uitgedeeld. En wij dan? Ondervinden mannen en jongens geen online intimidatie? Kijk, hier is een link naar een obscure Amerikaanse site waarop jaren geleden een blogje is verschenen dat het ongelijk van Plan bewijst. Zie je wel?

Nee, hoor. Ook het CBS meldde begin dit jaar dat in de leeftijd van 12 tot 24 jaar meisjes  online veel vaker worden lastiggevallen. Voor volwassenen is het beeld gemengder, blijkt dan weer uit internationale onderzoeken. Onder publieke figuren krijgen vrouwen veel meer ellende over zich heen dan mannen, maar onder ‘gewone’ internetgebruikers rapporteren mannen zelfs iets vaker intimidatie dan vrouwen, waarbij het vooral gaat om uitgescholden worden. Verklaring daarvoor is dat mannen online actiever zijn in het geven van hun mening.

De crux zit in de gevolgen. Noorse onderzoekers concludeerden dat vrouwen in tegenstelling tot mannen voorzichtiger worden. Ze zullen voortaan online minder snel hun mening uiten, of verlaten het platform. Dat komt ook door het soort aanvallen. Bij mannen zijn die gericht op de inhoud, bijvoorbeeld op hun mening of politieke kleur. Bij vrouwen is de intimidatie meer gericht op hun vrouw-zijn, bijvoorbeeld op hoe ze eruitzien.

De analogie met de straat is interessant. Ook daar worden vrouwen vooral lastiggevallen omdat ze vrouw zijn. En dus leren meisjes al op jonge leeftijd voorzichtig te zijn en zich klein te maken. Fiets niet over dat onverlichte pad, kijk uit voor busjes, bel als je thuis bent. Kijk niemand in de ogen als je langs een groepje jongens loopt. Word je hoer genoemd? Toch maar een minder kort jurkje aan dan de volgende keer. Deze onvrijheid is zo geïncorporeerd dat het dertig jaar duurde voordat ik me er een beetje bewust van werd.

In zijn studententijd had Zuckerberg al het idee dat de samenleving erop zou vooruitgaan als iedereen een stem krijgt, zei hij op de Universiteit van Georgetown. Daarom begon hij te bouwen aan Facebook. Hij vergat helaas te vertellen dat hij eerst Facemash ontwikkelde, een site waarop jongens hun vrouwelijke medestudenten konden waarderen op aantrekkelijkheid. De mores van de straat geïmporteerd naar het nog prille internet, alle verheven idealen ten spijt.

Meer over