Opinie

Ook in coronacrisis moeten experts en media duidelijk maken wat we niet zeker weten

Nu de politiek wetenschappelijke onderzoeken gebruikt om ingrijpende coronamaatregelen te ondersteunen, is het extra belangrijk om open te zijn over onzekerheden, betoogt Jona Walk.

Vaccinatielocatie van de GGD in Den Haag.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Vaccinatielocatie van de GGD in Den Haag.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Op de voorkant van mijn proefschrift staat een duiker die ’s nachts door een pikzwarte oceaan zwemt. Zij wordt aan alle kanten omgeven door een complexe onderwaterwereld die bestaat uit interacties tussen miljoenen componenten: van koraal en kleine slakjes tot enorme walvishaaien. Maar zij kan de onderdelen alleen een voor een bestuderen, wanneer het licht van haar duiklamp erop valt.

Het was bedoeld als metafoor voor mijn onderzoek naar malariavaccins. Net als de onderwaterwereld bestaat het menselijke afweersysteem en de afweerreactie op ziekteverwekkers en vaccins uit miljoenen kleine deeltjes. En net als de nachtduiker kunnen wij in een experiment of klinische studie slechts een paar van deze onderdelen tegelijk bestuderen. Hierdoor blijft er een bepaalde mate van onzekerheid in alle medisch-wetenschappelijke observaties.

Deze onzekerheid is op zichzelf geen probleem, een goede onderzoeker heeft net als de nachtduiker geleerd hoe zij individuele observaties in een bredere context kan plaatsen om zo langzaamaan een beeld van de wereld te vormen. Het wordt wel een probleem wanneer onzekere wetenschappelijke feiten worden gebruikt om beleid te onderbouwen zonder erkenning van wat we nog niet weten, vooral wanneer dit gepaard gaat met een tunnelvisie die het onmogelijk maakt om bij te sturen als er nieuwe feiten bekend worden. In de discussie over coronavaccinatie heb ik dit de afgelopen tijd vaak zien gebeuren.

Center for Disease Control

Een vrij heftig voorbeeld speelde zich vorige maand af toen de media meldden dat het Center for Disease Control in Amerika (CDC) had bewezen dat mensen na vaccinatie niet meer besmettelijk konden zijn. Sommige Nederlandse artsen en wetenschappers die commentaar gaven concludeerden zelfs dat dit voldoende onderbouwing was voor het invoeren van een vaccinatiepaspoort, een vrij ingrijpende politieke beslissing. Echter, dit was een onjuiste interpretatie van de data, en moest uiteindelijk worden recht gezet door het RIVM.

Ik heb die dag ook een aantal vragen gekregen omdat ik eerder vertelde dat vaccinatie waarschijnlijk niet beschermde tegen besmettelijkheid. Mijn antwoord aan alle journalisten was simpel: ik kan hier nu nog geen commentaar op geven.

Het zou natuurlijk fantastisch nieuws zijn, maar mijn terughoudendheid kwam vanuit de enorme mate van onzekerheid rondom de claim van het CDC. Het onderzoek in kwestie was namelijk nog helemaal niet gepubliceerd, sterker nog het was een persbericht geschreven door de onderzoekers zelf. Toen ik de data achter het persbericht bekeek, vielen mij al direct enkele dingen op die het moeilijk maakten om te beoordelen of de conclusies wel juist waren. Hiervoor dient normaal het ‘peer review’-proces, waarbij de studie door onafhankelijke onderzoekers wordt beoordeeld voordat het in een tijdschrift komt.

RIVM

En dan moet dit onderzoek als individuele observatie nog in een bredere context worden geplaatst. Ten eerste, het onderzoek had helemaal niet gekeken naar besmettelijkheid, iets wat het RIVM goed heeft uitgelegd in zijn persbericht. Daarnaast is het belangrijk om te realiseren dat zelfs als de conclusies zouden kloppen, deze studie nog steeds gezien moet worden naast de andere studies hiernaar, waarvan sommige wél suggereren dat mensen besmettelijk kunnen zijn na vaccinatie. Wanneer we alle studies bij elkaar leggen, suggereren de data dat vaccinatie waarschijnlijk de besmettelijkheid doet afnemen zonder het helemaal te voorkomen, maar het is te vroeg voor definitieve stellingen.

Ik blijf verbaasd dat zoveel van mijn collega’s destijds bereid waren harde conclusies te trekken op basis van een persbericht en data met zoveel onzekerheid.

Dit is maar één van vele voorbeelden die ik tijdens de coronacrisis voorbij heb zien komen. Het is zeker niet mijn intentie om individuele journalisten, artsen of wetenschappers aan te spreken, maar ik wil toch een licht laten schijnen op dit probleem. Het is de rol van de journalistiek om kritisch te zijn op de politiek, maar wanneer de politiek zich verschuilt achter de wetenschap worden journalisten in de positie gezet dat zij kritisch naar onderzoek moeten kijken.

Desinformatie

Hierbij komt in mijn ogen ook een verantwoordelijkheid bij wetenschappers te liggen, om niet altijd meteen te simplificeren, om open en transparant te zijn over de beperkingen van hun data en om de bredere context te schetsen als er ook tegenstrijdige bevindingen bekend zijn. Dit is altijd zo, maar het is extra belangrijk wanneer observaties door de politiek worden gebruikt om beleid met vergaande consequenties te ondersteunen. Het wordt de bevolking wel eens verweten te ‘vallen’ voor desinformatie en complottheorieën, maar als wetenschappers nooit uitleg geven over context en onzekerheid, hoe kunnen we dan verwachten dat mensen in staat zijn om kritisch te kijken?

De coronacrisis brengt ongekende uitdagingen voor de samenleving met zich mee. Zoals de vraag: ‘Als massavaccinatie zou leiden tot een tijdelijke afname van virusverspreiding (zonder de mogelijkheid om het virus geheel uit te roeien, of een individuele garantie om niet besmettelijk te zijn), vinden wij dat dan voldoende onderbouwing voor een vaccinatiepaspoort, dat ook belangrijke risico’s en ethische bezwaren met zich mee brengt?’ Dit is maar één van de vele lastige maatschappelijke gesprekken die wij de komende tijd zullen moeten voeren. Om mee te doen in die discussie moet het publiek beschikken over de volledige informatie. Dat is de grote verantwoordelijkheid die bij de journalistiek ligt.

Jona Walk is arts in opleiding tot internist en is gepromoveerd op immunologie en malariavaccins. Ze schrijft dit stuk op persoonlijke titel.