Verslaggeverscolumnmargriet oostveen In Spijk

Ook het koppige quarantainekoppel Saskia en Serge is weer bevrijd

null Beeld

Ruud en Trudy Schaap, het koppigste quarantainekoppel van Nederland en bekend als zangduo Saskia en Serge, kwamen 4 juni vrij uit zestien maanden zelfopgelegde corona-isolatie. Toen ik hen in september voor het eerst sprak, veiligheidshalve nog gescheiden door hun glazen voordeur in Spijk, zonderden ze zich al zeven maanden opgewekt van alles en iedereen af. Nu zijn we weer negen maanden verder.

Ruud (75) had 4 juni op de kalender aangekruist als bevrijdingsdag: drie weken na hun tweede Pfizer-vaccinatie. Twee weken eerder kon ook, maar Ruud neemt liever het zekere voor het onzekere, ‘want zo zijn wij’, zegt Trudy (74) loyaal.

En hoe vierden ze het? Op bevrijdingsdag gingen ze naar de Gamma. Ruud had een pakkingsring nodig voor de sproei-installatie van de tennisbaan.

Trudy: ‘En daarna naar het tuincentrum. Plantjes kopen.’

Deze keer zitten we op hun terras achter het huis. Het kijkt uit over een grasveld van ruim vijftig meter breed en diep, dat Ruud nog met de handmaaier maait. Daar zetten ze in quarantaine hun tienduizend stappen per dag, ‘tien rondjes is tweeduizend stappen’.

Achterin ligt hun ietwat in onbruik geraakte tennisbaan, rechts een afgedekt zwembad. Voor hen was het makkelijk, met zoveel ruimte, zeggen ze steeds. Al vergden huis en tuin wel veel nu monteurs en de schoonmaakhulp er niet meer inkwamen. De apk-keuring van hun tourbus, een oude Chevy, sloegen ze veiligheidshalve over. Twee weken geleden belde Ruud hun vaste garage: de verzette afspraak kon eindelijk worden gemaakt. Toen bleek hun favoriete monteur Richard aan corona te zijn overleden.

‘Zesenveertig jaar oud pas’, zegt Ruud.

‘Niet huilen nou’, zegt Trudy.

Ruud: ‘Hij herkende perfect het tjoeketjoek van onze Chevy. Zó’n aardige vent.’

Alle mensen die protesteren tegen de coronamaatregelen, zeggen ze, ‘die staan er gewoon niet bij stil hoe erg dat is voor mensen die iemand verloren hebben’.

Ruud en Trudy in de tuin. Beeld Margriet Oostveen
Ruud en Trudy in de tuin.Beeld Margriet Oostveen

Zij zijn nog steeds erg voorzichtig. Ook in de tuin houden we anderhalve meter afstand, ‘het is extra wennen dat in winkels bijna niemand dat meer doet, als je boodschappen zestien maanden zijn thuisbezorgd’. En wat wisten ze in het begin weinig. Ruud: ‘Bezorgde postpakketjes en de boodschappen raakten wij toen de eerste drie dagen niet aan. Wegens het besmettingsgevaar!’

Ook het mondkapje houden ze er nog graag in. ‘We weten nog lang niet alles over mutanten. En of je een ander nog kan besmetten als je gevaccineerd bent.’

Dan krijg ik een rondleiding door hun très vintage sterrenhuis. In de kelderstudio heffen Trudy en Ruud een Spaans lied aan. In 1971 werden ze zesde op het Eurovisie Songfestival, een jaar later hadden ze hun grote hit ‘Het zijn de kleine dingen die het doen’, daarna een reeks countryhits in Amerika en hier. De eerste twintig jaar dat ze hier woonden waren ze zo beroemd, dat ze zelden thuis waren.

Het eerstvolgende optreden is 15 augustus gepland, waarschijnlijk komen er in juli nog nieuwe bij. Seniorenvoorstellingen vooral, ‘in alle tehuizen die er maar zijn’.

Voor mensen die net uit quarantaine zijn, gaan ze nog opvallend weinig uit. Een keer naar de Chinees. En tot dusver één bezoek van vrienden hier, ‘toen hebben we hier pizza gegeten, heel gezellig’. Boodschappen doen ze maar één of twee keer per week.

Ik begin over de net uitgezonden gitzwarte tv-documentaire over het wilde leven van dat andere zingende echtpaar, Gert en Hermien. Ruud en Trudy deden in het begin nog auditie bij Gert, maar hij wilde alleen Trudy voor een liedje: ‘Gert zei: er is maar één zangduo in Nederland, en dat zijn Gert en Hermien’. Ruud zat zich zo op te winden op de fiets naar huis dat ze meteen liedjes zijn gaan opnemen. ‘Op maandag hebben we die bandjes opgestuurd en op woensdag hadden we een contract bij Phonogram’. Ha.

In hun tuinstoelen zingen ze nu even Wat als later nu is, het liedje van Rob de Nijs.

Ruud: ‘Dát gevoel.’

Trudy: ‘Daar kwamen wij deze tijd heel goed mee door.’

Zij leven nog. En hoe.

‘Al kunnen we morgen natuurlijk weer onder een auto lopen’, zegt Ruud.

Trudy: ‘Want het hele leven is onvoorspelbaar.’

Ruud: ‘Maar je moet er toch je best voor doen!’

Meer over