ColumnKustaw Bessems

Ook de ‘nuchtere’ Nederlander is eigenlijk een bundel driften

Het is lekker afgeven op feestende jongeren. Hoe durven ze te dansen, te lallen, te zoenen, te schuren? Stiekem, in kroegen en clubs. Rond een paar boxen in een weiland of industriegebied. Onverstandig en riskant.

Maar een mens is geen verstand op twee pootjes, een mens is een bundel driften.

Nederlanders noemen zichzelf graag nuchter. Het is een van drie nationale mythen. De tweede, al het vaakst doorgeprikt, is ‘tolerantie’. Daar bleken onverschilligheid en afstandelijkheid achter schuil te gaan. De derde is directheid: Nederlanders kunnen bot zijn, maar dat lukt ze doorgaans prima zonder hun werkelijke gedachten met je te delen.

Om het beeld van nuchterheid in stand te houden, dienen Nederlanders gevoelens met kracht te onderdrukken. Wie zich openlijk zorgen maakt of ernstig waarschuwt, heet al snel paniekzaaier. Terwijl de quasi-nuchtere borstkloppers natuurlijk niet minder bang zijn. Eerder banger, omdat ze ook hun eigen angst vrezen. Soms komen de opgekropte emoties er later alsnog uit, hysterisch. Dan kunnen veel Nederlanders bijvoorbeeld zomaar ineens op een lijk stemmen.

De werkelijkheid is weinig behulpzaam bij dit nuchter blijven. Nu eens ontploft er een vuurwerkfabriek, dan weer wordt een filmmaker gekeeld of een wapen leeggeschoten in de tram. Maar Nederlanders beheersen de kunst om zulke gebeurtenissen af te doen als kleine, tijdelijke en vooral ‘on-Nederlandse’ afwijkingen.

Ik zal niet beweren dat deze houding niets heeft gebracht. Wij wonen op een van de beste plekken ter wereld, terwijl elders al te grote dromen tot ongelukken leiden. Maar eens in de zoveel tijd is de boze buitenwereld niet met onze opgelegde onverstoorbaarheid te bezweren. En deze pandemie is zo’n geval. 

Gezagsdragers houden het hoofd dan zo kunstmatig koel dat ze te benepen reageren. Waarom het zo belabberd gaat met het bron- en contactonderzoek? Mede omdat het kabinet pas later wil afrekenen. En gemeenten, die de GGD’s financieren, geloven niet dat ze alles terug zullen krijgen. Bestuurlijk geharrewar is er niet zomaar. Dat is Nederlands onvermogen om een groot fenomeen als groot te zien en met even grote gebaren te beantwoorden.

In een pijnlijk interview over het ontslaan van haar personeel noemde directeur Jolanda Jansen van Rotterdam Ahoy feestjes ‘een schreeuw om verbinding’. Ze snapt de jeugd die aan het keurslijf wil ontsnappen. ‘Zeker als het perspectief ontbreekt.’

En zo is het. De mens, ook de Nederlander, wil zich ergens in kunnen verliezen. Wil ergens in kunnen geloven. Vraag maar na bij de complotdenkers, die allang niet meer marginaal zijn.

Tragisch misverstand: Jansen denkt dat haar Ahoy en de feestende jongeren slachtoffer zijn van een poging om het aantal besmettingen naar nul te brengen. Dat is juist geen beleid. Was het maar waar. Dan had ze waarschijnlijk minder personeel hoeven ontslaan.

We hadden even een kans, toen we eind juni heel dicht bij die nul zaten. Want om ook iets aardigs over Nederlanders te zeggen: ze blijken tot grote offers bereid zolang ze weten waarvoor. Maar het moment werd verspeeld. Het wensdenken was dat het virus vakantie zou nemen tot de herfst. O ja, er kwam een teststraat op Schiphol. Vijf weken na het begin van de zomervakantie. Geopend tijdens kantooruren.

Persconferenties over oplopende besmettingsgetallen hebben sindsdien nog maar één strekking: foei burgers, jullie schuld! En driekwart van die burgers, de lieverds, is het daarmee eens.

Wat echt on-Nederlands zou zijn: politici die meer beloven dan aanmodderen. Die zo veel mogelijk verantwoordelijkheid naar zich toe trekken, in plaats van hun toekomst veilig te stellen als afschuiver-in-chief. Met het lonkende beeld van een samenleving die zich niet alleen aan corona ontworstelt, maar ook weerbaar zal zijn wanneer een volgend virus aan de deur klopt. Of een andere dreiging. Waarin feestende jongeren geen zondebok zijn, maar een triomf.

Mailen? k.bessems@volkskrant.nl

Lees ook:

De behoefte aan feesten en festivals mogen we best wat serieuzer nemen
Aan ‘even’ geen feest gaat meer dan een leuke tijd verloren, schrijft Gidi Heesakkers in dit essay.

Onzekerheid kwelt clubs in crisistijd
De coronacrisis komt hard aan in het nacht- en clubleven. De sector staat achteraan in de rij voor een eventuele heropening.

Meer over