VerslaggeverscolumnIn Nijmegen

Onterecht op verkeershuftercursus à 1.300 euro: een klein verhaal over de ‘menselijke maat’

Maher (r) en Mart. Beeld Toine Heijmans
Maher (r) en Mart.Beeld Toine Heijmans

Een tijdje was het begrip ‘menselijke maat’ in zwang, je hoort er nog weinig van, daarom een kleine geschiedenis van een halsstarrige bureaucratie. Of: hoe Maher ten onrechte een cursus voor verkeershufters is opgelegd à dertienhonderd euro, die hij trouwens keurig in termijnen heeft afbetaald.

Na de brug komt de rotonde met twee rijbanen. Het is half drie ’s nachts, 17 december 2019, de weg door het industrieterrein is donker en verlaten. Maher kiest de linkerbaan; met de witte bestelwagen van snackbar Corona brengt hij pizza’s en frietjes oorlog weg. Dat doet hij drie nachten per week, ‘veel mensen hebben honger dan’. Van de tien euro per uur mag hij tweevijftig houden, vanwege zijn bijstandsuitkering. Hij wil graag werken maar moet het laatste onderdeel van het staatsexamen Nederlands nog halen, daarna volgt naturalisatie. Bezorgen doet hij om zijn gezin meer armslag te geven, en ‘om even niet thuis te zitten’.

Lichtsignalen: een politiewagen duikt op achter hem, haalt rechts in, Maher ziet de stoptekens te laat. In een eerder leven is hij vaker aangehouden door politie en militairen, ‘het gaf wat stress’, ‘in Syrië gaat dat anders’. De agent constateert vier overtredingen: rijden over een doorgetrokken streep, onnodig in de linkerbaan blijven, geen richting aangeven, niet het juiste wegvak volgen op de rotonde. Maher moet blazen maar heeft niet gedronken, krijgt een bekeuring en een ‘art. 130-mededeling’: hij moet verplicht een verkeershuftercursus volgen bij het CBR à 900 euro, plus 400 euro ‘opleggingskosten’, vooraf te voldoen.

Maher reed niet over een doorgetrokken streep, want daar is geen doorgetrokken streep, dat bewijst hij eenvoudig middels Google Earth. De officier van justitie seponeert de bekeuring voor het niet gebruiken van het knipperlicht, omdat de agent dat onvoldoende documenteerde. De agent trekt zijn verklaring in over die nacht, en schrijft zelfs een ‘mutatierapport’: ‘ik geloof dat wij als politie op dat moment niet de juiste inschatting hebben gemaakt’. Zo blijft er van de vier misdragingen één over: onnodig links rijden. Niet genoeg voor een asocursus, maar wel voor de bureaucratie.

Met Mart van de Vorstenbosch, zijn leraar Nederlands, schrijft Maher een bezwaarschrift aan het CBR. Dat komt hem op een ‘onderzoek’ te staan, omdat ‘uit aanvullende informatie’ blijkt dat hij ‘onvoldoende Nederlands spreekt’ om de huftercursus te volgen. Zijn Nederlands is prima – waarom iemand besluit er moeilijk over te doen, en wie dat is, blijft onduidelijk. Maar nu doemt het gevaar op dat Maher zijn rijbewijs verliest. Een advocaat is nodig om dat te voorkomen, en om antwoord te krijgen op het bezwaar: vier pagina’s ‘onbegrijpelijke juridische taal’ (Mart) met als kern: afgewezen.

Blijft een rechtsgang over. De bestuursrechter heeft tien minuten voor Maher, kijkt naar de letter van de wet en niet naar de geest, en geeft hem ongelijk. Er zijn meerdere verkeersmisdragingen nodig om een asocursus op te leggen, luidt het vonnis, en twee is ook meerdere. Dat justitie daar anders over denkt is niet aan de orde: dit is bestuursrecht, geen strafrecht.

Mart is het zat, hij gaf Maher twee jaar les in de bibliotheek, dat mocht niet, Syrische vluchtelingen les geven, maar het gebeurde gelukkig wel. En nu staat hij hem bij waar het kan, ‘het is gewoon onrechtvaardig’.

Dus schrijft hij een brief aan Alexander Pechtold, de CBR-directeur, ‘met de vurige wens dat u tijd vrij kunt maken om onderstaande te lezen’. Geen reactie, hij belt het na en krijgt iemand aan de lijn die zegt dat er wel wat meer voor nodig is om die brief door Alexander Pechtold gelezen te krijgen.

Hoger beroep bij de Raad van State is nog mogelijk, ‘maar dat kost geld en duurt jaren’, zegt Maher, ‘dat doe ik niet’. Op afraden van Mart: ‘we weten wat de rol was van de Raad van State in de kinderopvangtoeslagenaffaire, dat geeft weinig vertrouwen’.

En het moet een keer afgelopen zijn, ‘het grijpt Maher naar de keel’.

De huftercursus staat nu gepland voor november, Maher betaalde zoals gevraagd vooruit, in maandelijkse termijnen van 123 euro, een hap uit het gezinsinkomen. Hij houdt zijn hart vast: is zijn Nederlands wel goed genoeg? Gaan ze hem daar als lastpak behandelen?

Zeventien maanden vragen Maher en Mart naar de ‘menselijke maat’, maar die is nergens te bekennen. Zo groot kan een kleine geschiedenis worden, ook al dient het geen enkel doel.

Meer over