ColumnFrank Heinen

Onderwijs is geen product dat je last minute kunt laten flitsbezorgen

null Beeld
Frank Heinen

Hoewel ik nog niet heel erg oud ben, is het toch al behoorlijk lang geleden dat ik op school zat. Zelfs toen mijn cijfergemiddelde in het examenjaar zorgwekkend begon te kelderen, werd er geen huiswerkinstituut ingeschakeld. Het enige instituut dat ik bezocht was mijn moeder, maar ook zij kreeg de motor van mijn motivatie niet aan de praat.

Het voornaamste probleem was: ik wilde zo snel mogelijk alles kunnen, zonder enige inspanning. Dat bleek niet mogelijk. Na enkele door mijn ongeduld gedomineerde middagen aan de keukentafel, hielden we er weer mee op. Op het wiskunde-eindexamen had ik vervolgens niets goed, nog niet een deel van een begin van een oplossing van een som. Dat dat niets alsnog voldoende bleek voor een diploma, was weinig meer dan een gelukkige samenloop van omstandigheden.

Aan die keukentafelsessies dacht ik dinsdag bij het lezen van het bericht dat de Onderwijsraad pleit voor een verbod op reclame voor commerciële diensten als betaalde bijles en huiswerkbegeleiding via school. Deze verstrengeling van publiek bekostigd onderwijs met privaat schaduwonderwijs zou, aldus de raad, slecht nieuws zijn voor de kansengelijkheid.

Op dit moment maakt meer dan een kwart van de middelbare scholieren gebruik van ‘aanvullend onderwijs’ van particuliere bedrijven, waarvan sinds 2014 ieder jaar zo’n honderd erbij komen. Dat laatste stond te lezen in een groot Investico-onderzoeksartikel in De Groene Amsterdammer, van afgelopen zomer.

Een deel van dit private onderwijs vindt plaats binnen schoolgebouwen en wordt bovendien door die scholen aangeprezen. CPB-directeur Pieter Hasekamp uitte kortgeleden in een column zijn verbazing over een nieuwsbrief van een school vol aanbiedingen van uiteenlopende bijlescursussen. Kon dat eigenlijk zomaar? En wie was daarbij gebaat?

De uitgaven van Nederlandse huishoudens aan onderwijs zijn de laatste tien jaar reusachtig gegroeid. Daarnaast ging een substantieel deel van de coronasubsidies van het Nationaal Plan Onderwijs naar commerciële onderwijsventers, want het geld moest snel besteed en was daarmee niet bruikbaar voor vast te benoemen leraren – gesteld dat die leraren er zouden zijn geweest natuurlijk. Kortom: vele miljoenen stroomden en stromen naar allerhande ‘onderwijsgroepen’ die niet aan onderwijs-cao’s zijn gebonden en waarvan de werkzaamheden grotendeels ongereguleerd plaatsvinden.

Het nieuws van dinsdag leverde nogal wat opgewonden reacties op. Voor wie iedere dag begint met een glas versgeperst vrijemarktsap en onderwijs beschouwt als een vorm van kennistopsport waarbij slechts de winnaars ertoe doen, doemen achter een voorstel voor een begin van inperking van promotie van commercieel leren kennelijk al snel de contouren van een communistisch regime op.

Nou lijkt het communisme me niks, maar bij het steeds verder privatiseren van het onderwijs zet ik als toeschouwer ook de wave niet in. Publieker kan een zaak niet worden, zou je zeggen. Doe mij maar een samenleving waarin onderwijs net wat meer inhoudt dan iets dat je last minute kunt laten flitsbezorgen door een uitgeknepen bijlesdocent op een elektrische fiets. Zo’n samenleving laat zich niet vormen door de markt, en ook niet door halfslachtige reclameverboden trouwens. Wel (deels) door goed publiek onderwijs.

Als het je menens is met het onderwijs, als stemmer, ouder, Onderwijsraad of minister, stel dan vast dat scholen sociale plekken zijn, omgevingen waar iederéén terecht moet kunnen, waar je kansen mag missen en de tijd krijgt. Waar je leert dat klasgenoten geen concurrenten zijn. En waar uit een enkeling een excellente student groeit, en uit de hele klas volwassenen die het belang van een gemeenschap onderkennen.

Meer over