CommentaarPieter Klok

Onderhandelingen met techbedrijven zijn geen zaak voor kleine gemeenten

De loper wordt niet meer uitgerold voor datacenters van grote techbedrijven en dat is terecht. De regering moet bepalen hoeveel centers Nederland aankan.

Pieter Klok
Luchtfoto van het datacenter van Microsoft in Middenmeer met op de achtergrond de windmolens in de Wieringermeer. Datacenters van techbedrijven krijgen steeds meer kritiek: ze zouden veel (groen opgewekte) energie verbruiken en het landschap onaantrekkelijker maken.  Beeld ANP
Luchtfoto van het datacenter van Microsoft in Middenmeer met op de achtergrond de windmolens in de Wieringermeer. Datacenters van techbedrijven krijgen steeds meer kritiek: ze zouden veel (groen opgewekte) energie verbruiken en het landschap onaantrekkelijker maken.Beeld ANP

Tot voor kort was Nederland vast van plan om niet alleen het Europese overslagstation van goederen (via de Rotterdamse haven en de alom aanwezige distributiecentra), van geld (via de trustkantoren op de Amsterdamse Zuidas) en van mensen (via Schiphol) te zijn, maar ook de Europese datahub. Amsterdam moest uitgroeien tot hét Europese internetknooppunt, omringd door allerlei datacenters om gegevens op te slaan en te verwerken. Het ministerie van Economische Zaken trok de wereld in om de techgiganten te verleiden hun datadozen in Nederland neer te zetten.

Die strategie was succesvol. Amsterdam is de afgelopen jaren de grootste datahaven van Europa geworden, met honderden datafabrieken eromheen waaronder een tweetal hyperscale datacenters in de Eemshaven (Google) en in Middenmeer (Microsoft).

Maar de wind kan in dit land snel draaien. Nu Zeewolde het derde hyperscale datacenter wil gaan aanleggen (voor Meta, het moederbedrijf van Facebook) is de stemming omgeslagen. Datacenters worden niet meer gezien als banen genererende symbolen van de vooruitgang, maar als energieslurpende dozen, die het landschap verpesten en kostbare landbouwgrond innemen.

De aversie wordt versterkt door de groeiende weerzin tegen Amerikaanse techbedrijven. Vooral Facebook heeft een grote bijdrage geleverd aan de polarisatie in de samenleving, waardoor democratieën overal in de wereld onder druk staan. Waarom zou Nederland zo'n bedrijf helpen?

De precieze overeenkomst met Meta is geheim maar de vrees bestaat dat de Amerikaanse bedrijven hier voor een koopje terechtkunnen: een lage grondprijs en forse korting op de elektriciteit. Dit is moeilijk te accepteren, gezien de enorme winsten die ze maken.

Nederland moet de komende jaren overstappen op groene stroom. Dat is een enorme opgave. Door de komst van de datacenters wordt de uitdaging nog groter. Voor een groot datacenter zijn honderd grote windmolens nodig. Het is normaal gesproken al moeilijk om voldoende draagvlak te creëren voor windmolens op land. Het idee dat ze worden neergezet om steenrijke en oppermachtige techbedrijven ter wille te zijn, zal de weerzin verder doen groeien. Dat is koren op de molen van partijen die kritisch staan tegenover de energietransitie.

Inmiddels pleiten steeds meer politici ervoor om datacenters helemaal te weren. Zolang de wereld in het huidige hoge tempo blijft digitaliseren, betekent dat wel dat de datacenters in andere landen moeten worden neergezet. De vraag is hoe rechtvaardig en wenselijk dat is.

Beter is het om een nieuwe strategie uit te zetten, zoals ook in het nieuwe regeerakkoord staat. Het Rijk bepaalt dan hoeveel datacenters Nederland aankan en hoe de benodigde stroom kan worden geleverd. De onderhandelingen met de grote techbedrijven worden voortaan niet aan kleine gemeenten overgelaten.

Het is sowieso niet langer nodig om bij de techbedrijven in het gevlij te komen. Nederland is voor hen al aantrekkelijk genoeg. De regering moet zijn huid juist zo duur mogelijk verkopen. Als dat in Zeewolde niet is gedaan, moet er alles aan worden gedaan om de komst van Meta alsnog tegen te houden.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over