Essay

Nu ankers als de EU en Navo loskomen, moet Nederland aan zichzelf durven denken

Het mislopen van de onderzeebootdeal tussen Frankrijk en Australië is het volgende bewijs dat er een nieuwe tijd is aangebroken. Ieder land wordt gedwongen na te denken over de nationale veiligheidsbelangen, ziet Arnout Brouwers. Wanneer herijkt Nederland zijn kompas?

Arnout Brouwers
null Beeld Luca D'Urbino
Beeld Luca D'Urbino

Op Twitter circuleert een filmpje van twee mannen die diep in het bos een boom zijn ingevlucht voor een tijger. Terwijl ze daar zitten, hoor je de tijger grommen. Ze hebben, behalve een bot zakmes, geen wapens en kunnen dus wachten tot de tijger weggaat of hopen op de interventie van een derde partij.

Hoe herkenbaar. Want we bevinden ons in de Europese geschiedenis precies op het moment dat we met z’n 27’en in die boom zitten – de 28ste, geen kleintje, heeft kort geleden zijn tak doorgezaagd. Er loopt een goed bewapende boswachter rond, maar hij is steeds vaker afgeleid of afwezig. De groep is diep verdeeld over het karakter van de boswachter. De meest militante onder ons (die met het zakmes) heeft nu een bord gemaakt om de tijger voor te houden: ‘Pas op! Strategisch autonoom!’

Strategische autonomie is het containerbegrip geworden dat de Europese wens symboliseert om niet weggespoeld te worden in de hoge golven van de wereldpolitiek. Het begrip omvat het vermogen een eigen analyse te maken van de wereld om ons heen en waar nodig zelfstandig te handelen. De term zal nog vaak vallen als Frankrijk in januari het roulerend voorzitterschap van de EU overneemt. Dan wordt ook een ‘strategisch kompas’ gepubliceerd, waaraan de 27 EU-landen het afgelopen jaar hebben gewerkt.

Het kompas is bedoeld als medicijn tegen de ontbrekende gedeelde strategische cultuur in de EU: het zuiden kijkt naar Afrika, het oosten naar Rusland, en Griekenland naar Turkije. Maar straks is er dus het Kompas. Het wordt interessant om te zien of het toch niet alle kanten tegelijk op wijst en of het gebruikt gaat worden om tijgers en beren op te sporen of juist uit hun buurt te blijven.

Dat de tweede optie de goedkopere is, hoef je de gemiddelde West-Europese politicus niet uit te leggen. Het is een van de valkuilen van het Franse streven naar strategische autonomie, dat juist gericht is op meer actie. Wat als verwijdering van Amerika niet uitloopt op meer handelingsvermogen, maar op een nog sterkere Europese neiging de kop in het zand te steken? Inhoud geven aan de wervende leus vergt politiek leiderschap en enorme investeringen – heel schaarse goederen als het gaat om veiligheid, zoals we weten uit de Haagse politiek.

Nieuwe allianties

Maar de tijden veranderen, heel snel zelfs, wat Europese landen dwingt tot herijking van hun nationale veiligheidsbeleid. Signalen dat het 5 voor 12 is, zijn er te over. Maar de recente klapper was de aankondiging van het Aukus-veiligheidspact tussen de VS, het Verenigd Koninkrijk en Australië – waarbij de laatste zijn order van Franse onderzeeboten dumpte ten gunste van nucleair aangedreven Amerikaanse.

In Cherbourg, de havenstad waar Frankrijk zijn onderzeeboten bouwt, pakken nu honderd Australische ingenieurs hun spullen. Het ontbrak ze aan niets, want er was Frankrijk veel gelegen aan deze grote defensie-order. Australië had er veel industriële deelname en technologieoverdracht uit gesleept.

Nu ze terugvliegen, kan een klein deel van hun vertrekken worden ingenomen door Griekse ingenieurs. Want een maand na Aukus sloot Frankrijk en een veel kleinere wapendeal met Griekenland die veel minder aandacht kreeg, maar die méér is dan alleen een wapenaankoop.

Dat zit zo. Griekenland raakte vorig jaar bijna in een militair conflict met Turkije en moest zich de ‘neutrale bemiddeling’ van EU-voorzitter Duitsland getroosten. Veel Grieken ervoeren die EU-neutraliteit als affront, maar waren zeer te spreken over de Franse steun. Nu hebben ze bij hun fregatten gratis een Franse bijstandsverplichting gekregen: als beide landen een ‘gewapende aanval op het territoir van een van de twee landen’ vaststellen, zullen ze ‘elkaar bijstaan, met alle gepaste middelen, (...) en zo nodig met het gebruik van geweld’.

Symboolpolitiek, zeggen sommigen, want die verplichtingen staan al in zowel de EU-verdragen als het Verdrag van Washington. Parijs noemt het een versterking van de Europese defensie. Maar het past óók in de trend van renationalisering van veiligheidsbeleid: ieder voor zich – en wie weet, fingers crossed, bij de juiste stand van de maan de VS toch voor ons allen.

null Beeld Luca D'Urbino
Beeld Luca D'Urbino

Schuiven van de platen

Wat is er aan de hand, in de Pacific en hier in Europa?

Het schuiven van tektonische platen, vatte The Economist het samen. China’s opkomst als wereldmacht doet het oude mondiale systeem in zijn voegen kraken. En de Verenigde Staten zetten alle zeilen bij om niet vervangen te worden als dominante macht. Niemand weet waar dat op uitloopt, en die onzekerheid is onderdeel van de calculus van nationale staten. Oude zekerheden vervallen, allianties als de Navo en clubs als de Europese Unie kampen niet alleen met externe maar ook met interne uitdagers en blokkeerders.

Zelfs vrijheid en democratie, waarvan het behoud volgens Biden de inzet is van de rivaliteit met China, liggen niet alleen onder vuur van autocratische staten. Dat gebeurt ook van onderop, met steeds grotere minderheden westerse burgers die het geloof erin verliezen.

De keuze van Australië voor de Angelsaksische alliantie met de VS en het Verenigd Koninkrijk, en de breuk met de Fransen weerspiegelen de gewijzigde inschatting van nationale veiligheidsbelangen in Canberra. Niet alleen omdat China nu de grootste oorlogsvloot ter wereld heeft of omdat het om een ander type onderzeeboot gaat, maar vooral omdat het Chinese buitenlandbeleid onder Xi veel agressiever is geworden, en zich ook tegen Australië richt.

Dat daarbij Frankrijk, het Europese land met de grootste aanwezigheid in Azië, tegen de schenen werd geschopt, is in Parijs, maar ook in sommige andere West-Europese hoofdsteden ervaren als weer een teken dat de Amerikanen minder betrouwbare partners zijn geworden. Na het unilaterale vertrek uit Noord-Syrië onder Trump, en na het ­unilaterale besluit van Biden over westerse terugtrekking uit Afghanistan.

Kort na de bekendmaking van het ­Aukus-pact heette het dan ook dat het streven naar ‘strategische autonomie’ voor de EU weer een boost had gekregen. Maar met evenveel recht kun je concluderen dat de deal juist de toenemende irrelevantie van de EU en de Franse dromen over strategische autonomie op het wereldtoneel laten zien. Dat blijft het probleem: de kloof tussen wat de EU ‘moet’ in dit tijdsgewricht van multipolariteit, ontwrichting en technologische revolutie, en wat de EU ‘kan’ wordt almaar groter, niet kleiner.

Ook niet handig: het is al decennia standaardbeleid van autocratische machten om de Amerikanen en de Europeanen uit elkaar te willen spelen. Het is niet alleen Poetins liefste wens, maar ook die van Xi Jinping, zo bleek deze week toen hij zei dat Frankrijk ‘gelijk heeft in het bepleiten van strategische autonomie’.

Loyale kleine bondgenoot

Het toeval – of het noodlot – wil dat Nederland geen onbelangrijke rol speelt in de politieke heroriëntatie binnen de Europese Unie. Nederland heeft eigenlijk geen buitenlands beleid, behalve handel, mensenrechten en wereldvrede. Het kwam de Koude Oorlog door op de automatische piloot – nadat het nog wel even door zijn nieuwe bondgenoot Amerika gedwongen was eerst Indië op te geven en later ook nog Nieuw-Guinea (de weg vrijmakend voor de koloniale uitbuiting van West-Papoea door Indonesië, waar geen haan naar kraait).

Behalve Amerika’s ‘loyale kleine bondgenoot’ was Nederland in de Europese integratie voorstander van de communautaire aanpak. Dat wil zeggen: een sterke Commissie die de dwingelandij van de grote landen (lees: Frankrijk) moest tegengaan. De euro maakte ­definitief een einde aan het Nederlandse federalisme, maar de argwaan ­jegens Parijs hield stand.

Maar nu lijkt het alsof twee ‘ankers’ van Nederland, de EU en de Navo, los­komen. Als het om veiligheid gaat ogen beide instellingen verzwakt, de Navo vanwege Amerika’s toegenomen onberekenbaarheid en de ontketende Erdogan (die het EU-gebruik van Navo-middelen kan blokkeren); de EU omdat die na de Brexit nog maar één middelgrote militaire (en nucleaire) speler kent: Frankrijk.

De Nederlandse heroriëntering op Parijs is dan ook logisch, net zoals ­Nederland voor de Fransen interessanter is geworden: kleiner dan het VK, maar wel een land dat als grootste van de noordelijke dwergen de acceptatie van Duits-Frans (en op defensiegebied: Frans) leiderschap in Europa kan bevorderen.

Als Den Haag dat tenminste wil: het aarzelt over een vijfdewielfunctie in de Frans-Duitse samenwerking. In de discussie over het Frans-Duitse ‘coronafonds’ lag Den Haag juist dwars. Toch zijn de banden met Parijs nooit zo warm geweest, getuige de vele etentjes van Macron en Rutte en de overeenkomst over inniger samenwerking en (incidentele) gezamenlijke kabinetsvergaderingen. En dan ligt er nog dat besluit over de aankoop van nieuwe onderzeeboten (Franse wellicht?) waarover deze week wéér nieuw uitstel werd aangekondigd.

Oude allianties bieden niet de zekerheid van weleer. Nederland moet dus voor het eerst sinds decennia nadenken over hoe de nationale veiligheid kan worden veiliggesteld. Dat gebeurt nauwelijks. Ook het geld om dat cruciale doel te ondersteunen is nog niet gevonden. Haagse denktanks lijken het oude Atlantische geloof te hebben ingeruild voor het mantra ‘Europa’. Terwijl China en Rusland hypersonische raketten testen, vuren wij terug met bijbelvaste rapporten over strategische autonomie.

Maar nu lopen de lijnen in de internationale politiek anders, en soms dwars door bestaande allianties heen. Dat is wat Aukus verbindt aan de Grieks-Franse ‘alliantie binnen een alliantie’ tegen Turkije. Je zou kunnen zeggen: er is nooit een betere tijd geweest voor het ontwikkelen van meer Europees handelingsvermogen op het gebied van defensie. Na de woede om Aukus heeft Macron Bidens steun gekregen voor een sterkere Europese poot van de Navo. Tegelijk herhaalt hij, zoals De Gaulle ook al deed, dat Europa niet zonder de veiligheidsband met de VS kan.

Boter bij de vis

Europa-expert Luuk van Middelaar schreef in NRC dat de Europeanen bij hun planning inzake de VS rekening moeten houden met ‘de zwartste scenario’s’. Terecht, want dat moet altijd als het over veiligheid gaat. Maar waarom gaat deze boodschap over Amerika erin als Gods woord in een ouderling? Getraumatiseerde atlantici hebben het gaullisme ontdekt, psychosociale hulp komt in de vorm van therapeutische sessies over strategische autonomie.

Minder populair is de vaststelling dat de crisis van de democratie zich in Europese landen net zo hard doet voelen. En dat de Fransen, net als de Amerikanen, geen praatsessies willen, maar boter bij de vis.

In dit tijdperk met zijn echo’s uit 1904 (de Frans-Britse Entente Cordiale tegen Kaiser Wilhelm) en 1957 (de lancering van de Spoetnik), is onzekerheid de enige ­zekerheid. Zo’n tijd vraagt niet om doctrinaire discussies maar om oplettendheid, en openstaan voor nieuwe vormen van samenwerking met andere landen die de eeuw ook in vrijheid en hopelijk welvaart door willen komen. De tijd dat je dat soort partners alleen in de Euro-Atlantische wereld zoekt, is echt voorbij.

Tot nu toe is het Haagse debat geografisch nog te zeer gevangen in een te klein denkraam, en inhoudelijk te zeer gericht op de ‘bevrijding’ van de oude dogma’s.

De aangehaalde banden met Frankrijk getuigen van realisme en aanpassingsvermogen, maar noopt het nationale belang ook niet tot grotere pogingen de Britten betrokken te houden bij de Europese defensie? Een nieuwe Duitse regering kan positiever staan tegenover een Frans project om de Europese defensie te versterken, maar de Duitse restricties blijven – net als Oost-Europese blokkades – een revolutie in de weg staan. Zonder Britten gaat dat Europese scheepje nooit de haven verlaten. En zonder Amerikanen al helemaal niet. Dat erkent zelfs Macron, dus we hoeven in Den Haag niet gaullistischer te worden dan de Fransen zelf.

Terug naar de boom en de tijger. Wat zijn de opties? Wie sluipen er verder rond? En wie wonen er verder? Dit is pas het begin van een ingrijpend transformatieproces, niet het einde. Omdat een klein land als Nederland niet kan overleven zonder allianties, moet het in dezen alle ijzers in het vuur houden. Daarbij moet het niet alleen opnieuw leren investeren in middelen, maar ook in het vereiste denkwerk voor een nieuw nationaal kompas.

Meer over