ColumnSheila Sitalsing

Nog steeds woekert het schandaal voort, nog steeds niks geleerd, nog steeds is de rechtsstaat in het geding

null Beeld

Soms glijdt er post in de bus met de vraag waarom het nu wéér over het kinderopvangtoeslagschandaal moet gaan, en dat het ongetwijfeld een schande is, maar het kabinet is al afgetreden, kan het ook eens over iets ander gaan dan over gedoe met de ‘kinderbijslag’ – de geïrriteerde briefschrijvers laten zich zelden hinderen door kennis van de details. Vroeger reageerde ik daar nog trouwhartig op, schreef ik dingen terug als ‘rechtsstaat’ en ‘onbehoorlijk bestuur kan ook u treffen’. Maar dan kwam er als antwoord bijvoorbeeld dat ‘die ouders heus ook iets te verwijten zal zijn, want mij overkomt zoiets nooit’, of ‘laatst werd op tv een slachtoffer geïnterviewd en dat was een alleenstaande moeder met heel veel kinderen, ja dan vraag je er ook wel een beetje om’. Sindsdien ga ik iets leuks doen in plaats van antwoorden sturen naar mensen die helemaal geen antwoorden willen.

Of ik schrijf er gewoon weer een stukje over. Reden genoeg want woensdag debatteerde de Tweede Kamer op de valreep van het reces met de premier en de verantwoordelijke staatssecretaris over de bevindingen van de parlementaire ondervragingscommissie die ongekend onrecht had geconstateerd. Een halfjaar geleden alweer – in die zin hebben de briefschrijvers gelijk: het duurt lang.

En wat ook klopt: het verhaal verandert weinig. Nog steeds zitten vrijwel alle verantwoordelijken op het pluche. ‘Geen gezicht’, zei Renske Leijten van de SP en ook dat is nog altijd waar.

Nog steeds krijgt het parlement niet alle informatie waar het recht op heeft en die nodig is om de regering te controleren, zelfs niet als Kamerleden daar indringend om vragen. Khadija Arib, tegenwoordig weer gewoon parlementariër voor de PvdA, maakte daar deze week in ander verband terecht een groot nummer van: het informatierecht staat in de Grondwet, Kajsa Ollongren heeft als minister van Binnenlandse Zaken gefaald, zo kan de democratie niet functioneren. Enfin, ook dat weten we uit het toeslagenschandaal: op het ministerie van Financiën waren ze drukker met belastende documenten verdonkeremanen dan met sorry zeggen. Ook informatie achterhouden gaat ‘tot op de dag van vandaag door’, zei een Kamerlid, daardoor heb ik me ‘belazerd gevoeld’, zei een ander. Nog steeds staan journalisten te dringen voor de deur van de archieven op Financiën, en nog steeds komen er rare memo’s tevoorschijn.

Nog steeds lukt het niet om de slachtoffers goed te compenseren, nog steeds komen er foute brieven van de Belastingdienst. Nog steeds, zei een Kamerlid, ‘is wantrouwen het uitgangspunt’. Nog steeds zijn er zorgen over de algoritmes waarmee de Belastingdienst mensen automatisch categoriseerde als ‘hoog risico’ en tot fraudeur bestempelde; heel veel overheidsinstanties, ook bij gemeenten, werken met soortgelijke systemen.

Alweer is er een stapel ‘verzoeken aan de regering’ ingediend. Om voortaan wel de grondbeginselen te eren. Omdat de rechtsstaat in het geding is. Wanneer iemand op straat wordt neergeschoten, zeggen we tegen elkaar dat de rechtsstaat is aangevallen: de staat heeft de drugscultuur laten voortwoekeren zolang het buitenland er meer last van had dan wij, de staat heeft de witwasroutes via de Zuidas met hand en tand verdedigd in internationale gremia, de staat heeft vervolgens de verknoping van onder- en bovenwereld handenwringend gadegeslagen, en nu jankt de staat.

Het toeslagenschandaal is ook een aanval op de rechtsstaat. Daarom gaan we erover door.

Meer over