VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Lisse

Nog even in een lege Keukenhof: straks is alles weer normaal, de pandemie verandert niets

null Beeld

De Keukenhof bezocht ik nooit, maar nu heb ik ‘m voor mezelf en alles staat op springen. Sterhyacinten meanderen onder stammen door, bloemenheuvels komen dwars door de kou tot leven, rozetten van tulpen, wuivend allium – het is ‘showtijd’, zeggen ze hier, en tegelijk is het park gesloten wegens een pandemie. Dus is het vrij struinen zonder te struikelen over duizenden mensenlijven, nog even.

Mooi om hier als kasteelheren rond te lopen, zeg ik Bart Siemerink, de directeur, en hij kijkt bedenkelijk, ‘mooi… ik hou het liever op… uniek’.

Bart is een ‘bloemenjongen’, zegt hij zelf, met aan zijn voeten bloemenschoenen, speciaal laten maken voor de Keukenhof. Hij heeft nieuws dat geheim moet blijven, maar voor het nieuws kom ik niet, ik kom voor de leegte. Verdwaal eerst op de oeverloze parkeerplaats, en daarna in het park, ‘normaal ga je met de stroom mee’, zegt Bart: in de acht weken per jaar die het park open is, komen er anderhalf miljoen mensen uit honderd landen kijken, een verdubbeling in tien jaar tijd, gestimuleerd door uitgekiende marketing en lage vliegprijzen.

null Beeld Toine Heijmans
Beeld Toine Heijmans

Van bovenaf gezien ligt de Keukenhof in een land dat uit zijn voegen barst: hoogbouw, nieuwbouw, asfalt, distributie- en fabrieksterreinen. Door de pandemie zijn de wegen leger, net als het luchtruim en de Keukenhof, je kunt weer ademhalen, en toch wil iedereen dat de drukte terugkeert. Vorig jaar nul bezoekers, dit jaar hoopt Bart op meer – zou dat z’n nieuws zijn?

Na maanden werk is het park piekfijn op orde. Tuinmannen rijden hun grasmaaiers over maagdelijke zoden, éénjarig, elk jaar opnieuw ingezaaid. Uit de perken ontspringt wit, het rood komt later, de bloembedden schieten hun kleuren af als vuurwerk. De bollen in lagen onder elkaar geplant: eerst komen de vroegbloeiers op, daarna de rest, een permanent vertoon van kleur, en dat hele stelsel van perken en perkjes, duizenden, is door de architect beheersbaar gemaakt met computer aided design. ‘Staat er een tulp scheef’, zegt Bart, ‘dan haal ik ‘m weg.’ En hij voegt de daad bij het woord.

Duizenden klokjes buigen voor een hagelbui, de neerslag verzamelt zich in kuiltjes onder de beuken, maar de kou verlengt niet het seizoen, dat eindigt zoals bepaald op 9 mei. Daarna komen de rooimachines. Bart krijgt wanhopige mailtjes van over de hele wereld, of ze alsjeblieft mogen komen. Achthonderd soorten bloemen van honderd kwekers: het is een levende catalogus van de bollenbranche, omgebouwd tot een van de belangrijkste attracties van het land en gefundeerd op nationale trots: ‘elke tulpenbol waar ook ter wereld komt hier vandaan’.

Wat dichtte Paul van Ostaijen? Tulpebollen bolle tulpen tulpetuilen / rozetuilen / boererozen boerewangen boerelongen

En daar dan met anderhalf miljoen naar komen kijken, dat is wat mensen doen. Bart zegt: ‘hier kun je toch geen hekel aan hebben?’

Tuinman Daan Hendriks Beeld Toine Heijmans
Tuinman Daan HendriksBeeld Toine Heijmans

Veertig tuinmannen houden het leven en sterven der bloemen secuur in de gaten, Daan Hendriks is twee jaar in dienst, hij heeft nog net het hoogtepunt meegemaakt en daarna was het twee showtijden niets, ‘de natuur gaat door, daar moet je mee aan de slag’; ze koppen omvallende tulpen, houden hangende hyacinten overeind met stalen pinnen, en hij trekt drie dieproze bloemen uit een perkje Pink Pearl, die horen daar niet, die moeten bleekroze zijn, ‘het moet perfect, niks is toeval’.

75 duizend druifhyacinten vormen een blauwe rivier, handmatig geplant. Het is schoffelen, afstrooien, opperen, en ze hopen zo dat het niet opnieuw voor niets is geweest. De fonteinen gaan aan, voor het eerst dit jaar, een goed teken.

Dat is Barts nieuws: de Keukenhof mag open, vrijdag al, voor een beperkt getest publiek. Toch sneller dan gedacht wijkt de pandemie, terrassen, winkels, popconcerten. Nog even en het luchtruim is weer vol goedkope vluchten, de parkeerterreinen vullen zich, de autoradio heeft alweer fileberichten. In Den Haag nestelt de oude politiek zich keurig in de bankjes, blij met wat weer kan.

Heel even nog is dit bloemenpark alleen maar van zichzelf, daarna is alles weer zoals het was. Zo is het hier, en zo is het in de rest van het land. Mensen willen hun vrijheid terug om ongebreideld te consumeren en te recreëren, liefst tegen een zo laag mogelijk tarief, en die vrijheid gaan ze krijgen.

Heeft iemand het nog over de mogelijkheid dat we het anders gingen doen, na de pandemie?

null Beeld Toine Heijmans
Beeld Toine Heijmans
Meer over