ColumnElma Drayer

Niet mogen debatteren over racisme is een nieuwe vorm van apartheid

Het valt mij soms niet licht om de logica van de huidige generatie antiracismeactivisten en hun sympathisanten te volgen. Dat komt denk ik vooral doordat daarin resoneert wat ik voor het ­gemak maar even het postmoderne gedachtengoed noem. Universiteiten zijn daar al heel lang mee geïnfecteerd, de laatste jaren dringt het ook tot de buitenwereld door.

Ultrakort door de bocht: iets als de waarheid bestaat niet, iets als objectiviteit evenmin en feiten zijn ­betwistbaar. Emeritus hoogleraar Gloria Wekker, ongekroond koningin van activistisch Nederland, mag er graag op wijzen dat ze ‘niet van de objectiviteit’ is en vindt het concept ‘allang achterhaald’. Wat wij, suffe sukkels, aanzien voor feiten zijn slechts ‘constructen’ of ‘narratieven’, in stand gehouden door de ­boven ons gestelden teneinde hun machtsposities te beschermen. Dus moeten de feiten ‘gedeconstrueerd’, liever nog ‘gedekolonialiseerd’.

Vandaar al die recente pleidooien om geschiedenisboeken te herschrijven, museumcollecties in de kelder te laten verdwijnen, beelden van de sokkel te trekken, schrijvers postuum taboe te verklaren. En niet alleen het verleden moet eraan geloven. Vorig jaar pleitte de fractievoorzitter van Bij1 in de Amsterdamse gemeenteraad voor het dekoloniseren van de wiskunde en andere exacte vakken.

Als feiten per definitie verdacht zijn, winnen ervaringen aan gewicht – dat spreekt. Het lijkt mij althans geen toeval dat we sinds de Black Lives Matter-demonstraties wekenlang overspoeld zijn met ervaringsverhalen. Of de situatie in Nederland daadwerkelijk vergelijkbaar is met die in de Verenigde Staten vinden ­activisten niet interessant. Ervaringen volstaan.

Maar gek genoeg verdwijnt dit wantrouwen jegens de feiten zodra het in de eigen kraam te pas komt. Afgelopen zondagavond, het zal u niet zijn ontgaan, organiseerde de NPO een debat over racisme. De inkt van het persbericht was bij wijze van spreken nog niet droog of antiracismeactivisten liepen te hoop. Hun ­belangrijkste bezwaar vatten ze samen in de triomfantelijke oneliner: ‘Racisme is geen mening, maar een feit.’ Of, zoals het Black Renaissance Collectief schreef in een open brief aan NPO-baas Shula Rijxman: ‘Racisme is geen mening maar een moorddadig systeem wat al eeuwenlang stelselmatig Zwarte mensen uitbuit, uitsluit, onderdrukt en generationele trauma’s heeft veroorzaakt.’ Daarover, vindt het collectief, mag je niet debatteren. Dus riep het zijn achterban op het programma ‘massaal’ te boycotten. Het gevolg: er kwamen die avond liefst twee alternatieve bijeenkomsten, waar gelijkgestemden knus met elkaar van ­gedachten wisselden en waar geen kritisch geluidje te horen viel.

Nu zal geen fatsoenlijk mens ­betwisten dat racisme een feit is. Maar hoezo zou je er daarom niet over mogen debatteren? Ook over seksisme kun je met recht en reden vaststellen dat het een feit is. Zelfs in een relatief paradijselijk land als het onze zijn seksistische bejegeningen verre van uitgeroeid. Vrouwen hebben aantoonbaar vaker te maken met seksueel geweld, vrouwelijke carrières verlopen aantoonbaar moeizamer, vrouwelijke kunstenaars vallen aantoonbaar gemakkelijker uit de canon.

Niettemin kun je over seksisme hartstochtelijk met elkaar van mening verschillen – zeker als het gaat om de aanpak ervan. Waar de een ­jubelt over de maatregel van een technische universiteit om mannelijke sollicitanten voorlopig te ­weren, moet de ander ervan gruwen. Waar de een gekwetst in een hoekje kruipt zodra een man begint te mansplainen, mept de ander met een brede glimlach terug.

Waar de een meent dat het glazen plafond een samenzwering is van ­listige heren, denkt de ander dat vrouwen het óók aan hun eigen ­arbeidsethos te wijten hebben.

Al deze geluiden mogen vrijelijk klinken in de feministische kerk én ver daarbuiten. Je kunt het er wel mee eens zijn, niet mee eens zijn, je kunt je door argumenten laten overtuigen, je kunt ze verwerpen. Maar botsen en schuren zijn niet verboden. Alleen dan kom je immers verder.

Toch treurig dat de huidige ­generatie antiracismeactivisten hier niets van wil weten. Dat ze zich opsluit in het eigen gelijk. In een nieuwe apartheid. 

Elma Drayer is neerlandicus en journalist.

Meer over