Columnbert wagendorp

Neem Mark Rutte tegen zichzelf in bescherming, verlos hem, gun hem rust, hij is de weg kwijt

null Beeld

Mark Rutte zat maandagavond bij Nieuwsuur. De verwachting was dat hij daar een paar ‘radicale ideeën’ op tafel zou gooien over macht en tegenmacht, dualisme en een nieuwe bestuurscultuur – kortom, over alle magische toverspreuken die ze elkaar sinds een paar weken op het Binnenhof bij het passeren toeroepen. Maar er werd meer verwacht. Informateur Tjeenk Willink had gezegd dat ‘een andere invulling van het minister-presidentschap’ ­nodig was, en nu zou Rutte daarop gaan reflecteren.

Om bij dat laatste te beginnen: dat liep helaas uit op een ­totale mislukking, hoewel Rutte ‘diepgaand’ had nagedacht. Zijn vermogen tot zelfreflectie, zo bleek, mocht geen naam hebben. Dat kun je tragisch vinden, maar Rutte zei dat hij een drukbezet man is, dus waarschijnlijk heeft hij er gewoon geen tijd voor gehad. De minimale zelfreflectie waarvoor hij nog wel tijd had weten te vinden, had geleid tot de vaststelling dat hij erg van de goede sfeer is, houdt van snelle besluiten en bang is de controle te verliezen. Verder was hij trots op zichzelf.

Ook was hij tot de slotsom gekomen dat hij ‘niet opeens ­allerlei dingen anders ging doen’. Die opmerking leidde tot grote verwarring bij Mariëlle Tweebeeke. Ze zag de Sonja Barend Award de studio al uitvliegen. Want wat Rutte zei, klonk niet erg radicaal. Eerder antiradicaal. Waar waren de radicale ideeën waar Rutte het onlangs op zijn fietsje en met een mutsje op z’n kop over had? Rutte verklaarde dat hij het liever niet over de toekomst wilde hebben en radicale ideeën hebben nu eenmaal – in tegenstelling tot reflecteren, dat gaat meestal over het verleden – betrekking op de toekomst.

Mark Rutte is een vreemd geval. Hij beweert met trouwe hondenogen dat hij radicale ideeën heeft – en dat gelooft hij dan zelf ook – terwijl iedereen weet dat zijn radicaalste idee tot dusver een paar nieuwe sneakers was.

Rutte was naar Nieuwsuur gekomen om niet te reflecteren op het verleden – behalve dat hij het op 1 april een heftig debat vond – en geen radicale uitspraken te doen over de toekomst. Hij zat daar alleen maar om de burger te laten weten dat hij graag nog vier jaar de baas wil blijven. Dat wisten we al. Rutte is nu zo lang premier dat hij zich een leven waarin hij dat niet meer is niet kan voorstellen. Hij staart angstig het einde in de ogen.

Om Tweebeeke niet helemaal voor schut te zetten, presenteerde de minister-president, naast een paar open deuren over dualisme, één nieuw idee. Hij wilde een ‘club tussen kabinet en Kamer’, waar de burger naartoe kan bellen als hij door een overheidsinstantie in het pak wordt genaaid. Zo krijgt de overheid weer ‘een menselijk gezicht’, babbelde Rutte. Ik dacht dat we met de Ombudsman al zo’n club hadden, maar dat is dus een misverstand. Ik verwacht dat Rutte het met de heiligverklaarde Omtzigt, wanneer die er klaar voor is de premier te ontvangen, gaat hebben over het voorzitterschap van zijn nieuwe club.

Mariëtte Hamer, voormalig Kamerlid voor de PvdA en nu voorzitter van de SER, wordt vandaag benoemd tot de nieuwe informateur. Wat staat deze geroutineerde politica te doen?

We willen een nieuwe bestuurscultuur, en wat is er nieuwer dan een mooi breed zevenpartijenkabinet? Dat hebben we nooit eerder gezien, dus nieuw is het in elk geval, en radicaal ook. Een brede coalitie met een regeerakkoord van drie A4’tjes en – belangrijk! – zonder Rutte en de VVD. Met D66, GL, PvdA, CDA, SP, CU en Partij voor de Dieren zit je op 76 zetels. Kan Rutte in de Kamer de tegenmacht organiseren en dualistisch doen.

Na de Nieuwsuur-charade van maandag weet ik het zeker: Mark Rutte moet tegen zichzelf in bescherming worden ­genomen. Verlos hem, gun hem rust, hij is de weg kwijt.

Meer over