ColumnArnon Grunberg

Nee, grenzen zullen ons niet beschermen

null Beeld

‘Wanneer gaan de grenzen weer open?,’ vroeg Logeetje in de zon op het Amsterdamse Beukenplein.

Ik was naar Amerika gevlogen en weer terug, maar ik had inderdaad begrepen dat je België niet meer in kon, laat staan Frankrijk. In een krant had ik gelezen dat de autoriteiten bij Venlo tevergeefs hadden geprobeerd Duitse automobilisten te overreden in Duitsland te blijven. De meeste Duitse automobilisten lieten zich niet overreden, de staat laat zich nu eenmaal niet gelden via argumenten, maar via de wapenstok, de Duitse herder en het dienstwapen.

De EU bestaat gelukkig nog, eens te meer echter werd duidelijk wat we kunnen verwachten in tijden van oorlog: een visumkantoortje ten zuiden van Roosendaal, een douanier met stempels bij Emmerich. De al te natte droom van de nieuwe nationalisten, verenigd in FvD en PVV.

Op 16 november 1927 schreef Joseph Roth in de Frankfurter Zeitung een stuk over grenzen. ‘Geld van het land dat ik zopas verlaten heb’, noteert Roth. ‘Het herinnert aan de brieven van vroegere geliefdes: niet waardeloos maar ongeldig.’

Een van de gruwelijkste grenzen die ik heb overschreden was die tussen Polen en Wit-Rusland. Twaalf uur wachten, alsof Wit-Rusland de hemel op aarde was. Nog niets vergeleken met de grens tussen Kazachstan en Oezbekistan. Het was bijna veertig graden. De douanier opende mijn laptop, ging langzaam door al mijn foto’s, af en toe keek hij op en fluisterde: ‘Porn?’ Alsof er op die buitenpost nog maar één verlangen bestond, niet naar mensen, niet naar eten, drinken of verdovende middelen. Alleen porno telde.

Nee, grenzen zullen ons niet beschermen, zij zullen de criminaliteit niet verminderen noch oorlogen voorkomen, maar op stoffige wegen zullen douaniers de bezittingen van reizigers doorzoeken in de hoop op een ongeldige liefdesbrief of een foto, eentje maar, die eindelijk weer de zinnen kan prikkelen.

Meer over