ColumnSheila Sitalsing

Nederlanders hebben een uitstekende reden waarom ze naar Ikea, kantoor of wintersport moeten

null Beeld

In de krant stond het woord ‘waardenschaamte’. Midden in een artikel over de coronavaccinatiebereidheid onder zorgpersoneel. Die is niet hoog – een derde wil zich zeker laten prikken, de rest twijfelt of weigert – want verpleegkundigen zijn net mensen. (Overigens kunnen rabiate vaccinweigeraars hun portie naar mij opsturen, ik ken veel leuke mensen die hem dolgraag willen).

Wat ‘nee’ zeggen tegen een vaccin te maken heeft met ‘waardenschaamte’, legde Hedwig te Molder, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam en expert in vaccinatiecommunicatie, uit in de Volkskrant. Haar redenering gaat als volgt: Nederland kent ‘een lange traditie’ van een overheidsopstelling die uitgaat van de persoonlijke vrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van het individu: dit zijn de feiten, kiest u zelf maar. Een staat dus die zich niet wil beroepen op collectieve druk, op wat sociaaldemocraten solidariteit noemen en christendemocraten gemeenschapszin. Met slogans als ‘Vaccineren doe je voor elkaar’, want dit gaat niet om jouw particuliere twijfels en afwegingen, dit gaat om de bestrijding van een pandemie en om de genezing van de collectieve depressie die zich langzaam van de mensen meester maakt, om een maatschappelijk belang dus dat particuliere vaccintwijfels overstijgt. Te Molder ziet evenwel politici die hiervoor terugdeinzen en zich ‘graag beperken tot wetenschappelijke feiten’. Ze noemt dit waardenschaamte.

Of het woord schaamte hier op zijn plek is, betwijfel ik. Eerder: aversie. Mark Rutte haat normeren. Hij zegt het vaak: ‘Ik ga niet zeggen je mot dit en je mot dat.’ Veel Nederlanders volgen hem daarin: normen zijn er voor de buurman, zelf hebben ze altijd een uitstekende, particuliere reden waarom zij wel dringend naar de Ikea moeten, heel eventjes maar. Of naar kantoor, drie dagen in quarantaine in plaats van de voorgeschreven tien, op skivakantie, ‘héél kort’ op Black Friday-koopjesjacht, naar een feestje met ‘iets meer’ mensen dan geadviseerd, na een positieve test ‘even snel’ naar de Plus. In mijn eigen particuliere universum zijn al mijn reisbewegingen absoluut noodzakelijk.

Vóór tien jaar Rutte hebben we een jaar of acht een premier gehad die het de godganse dag over normen en waarden had. Hij kwam ook van Vrije Universiteit; niet toevallig is ‘waardenschaamte’ een typisch VU-woord. Ik heb er geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, maar ik geloof niet dat de mensen toen massaal andere afwegingen maakten.

Wat je nu wel ziet: dat de weerzin tegen normeren van bovenaf en tegen directief optreden zo ver gaat, dat het kabinet, Rutte voorop, permanent uitstraalt dat de coronamaatregelen een vrijblijvend advies zijn, geheel naar eigen inzicht in te vullen.

Zelfs midden in de aangekondigde puinhoop op Black Friday bleef Rutte volhouden dat het niet aan het kabinet is om een winkelsluiting te verordonneren. Café- en restauranthouders die op last van het kabinet zijn gesloten, horen dit verbijsterd aan. Op de dinsdagavondpersconferentie over Kerst borduurde Hugo de Jonge daarop voort: bij kerstdrukte in de winkels ‘zijn de burgemeesters als eersten aan zet om dat te voorkomen’. Een dag later kondigde de premier in de Tweede Kamer aan dat een paar ministers toch aan ‘een plan’ werken om te voorkomen dat iedereen komende zaterdagmiddag denkt: goed dat de buurman thuis blijft, dan ga ik kerstinkopen doen, heel eventjes maar.

Normeren: na de vierde of vijfde golf zullen ze het in Den Haag eindelijk aandurven.

Meer over