columnsheila sitalsing

Nederland zuigt geld uit de Oegandese schatkist, en stuurt het op een andere manier terug: dat is gek

Laatst kwam in het parlement migratie uit Oeganda ter sprake. Politiek ongewenste migratie van mensen die volgens de IND gejokt zouden hebben over hun geaardheid (Oeganda vervolgt homoseksuelen) om zo een toegangskaartje te bemachtigen tot dit schatrijke land.

Iemand vroeg wat de regering in zijn algemeenheid doet om migranten weg te houden. Het begrip ‘opvang in de regio’ viel, de Godwin van elk gesprek over onwelgevallige reisbewegingen. Het antwoord luidde dat het kabinet ‘maximaal inzet’ om mensen die een leven in het rijke westen ambiëren in ‘de regio’ te houden, en dat er in het budget voor ontwikkelingssamenwerking 128 miljoen euro per jaar is voor opvangprogramma’s in acht landen in Afrika en het Midden-Oosten, waaronder Oeganda. Want uit Oeganda vertrekken niet alleen de eigen inwoners die er niet langer willen wonen; het land vangt ook op drift geraakten van elders op.

Niet lang daarna las ik in De Volkskrant dat de Oegandese schatkist jaarlijks tientallen miljoenen aan belastingopbrengsten misloopt omdat multinationals die in Oeganda olie oppompen of telefoonabonnementen verkopen hun winst heffingsvrij wegsluizen over een belastingsnelweg die rechtstreeks naar een pand aan de Overschiestraat in Amsterdam leidt. Met dank aan een belastingverdrag dat Nederland zestien jaar geleden met Oeganda sloot, waarin is afgesproken dat Nederlandse investeerders in Oeganda geen dividendbelasting hoeven te betalen. Correspondent Mark Schenkel zocht het uit, voor een fraaie serie over winnaars en verliezers van de wereldhandel.

De bedoeling achter het belastingverdrag was om Nederlandse bedrijven te stimuleren bedrijvigheid in Oeganda te ontwikkelen. De Oegandezen dachten dat het weggeven van hun recht op belastingheffing niet zo erg zou zijn, dat er in ruil daarvoor zegen zou komen uit Nederland. De Oegandese belastingambtenaar die destijds mee onderhandelde zei tegen Schenkel dat zijn delegatie te weinig kennis had, als schooljongens zaten ze tegenover de Hollandse dealmakers, ze dachten dat het goed was.

Het was niet goed. Want de belastingafspraak bleek een sluiproute voor multinationals uit China, India en Frankrijk. Ondernemingen die sowieso in Oeganda wilden ondernemen, ook zonder belastingzetje in de rug. Ze openen een kantoor in Nederland, ze verdienen geld in Oeganda, ze sluizen hun winsten heffingsvrij met een omweg via Amsterdam naar huis. In Nederland blijft wat aan de strijkstok hangen van adviseurs, verhuurders en andere facilitators.

Dat is gek. Via een constructie van het ministerie van Financiën onttrekt de regering geld aan de Oegandese schatkist. Via het ministerie van Buitenlandse Zaken stuurt de regering er geld heen. Het lijkt me een omslachtige manier om onder de streep op nul uit te komen.

Volgende week debatteert de Tweede Kamer over Nederland als paradijs voor belastingontwijkende ondernemingen. Misschien is het efficiënt als ze een paar bewindspersonen tegelijk laten opdraven: eentje die over migratie gaat om te vertellen dat er minder migranten komen als het thuis voorspoedig gaat, eentje die over ontwikkelingssamenwerking gaat om uiteen te zetten waarom het erg vervelend is voor de ontwikkeling van een land als er belastinggeld weglekt naar een ver buitenland, eentje die over de belastingrotonde gaat om uit te leggen hoe Nederland geld wegzuigt uit andermans schatkist. Dan kunnen ze daarna tegen elkaar zeggen: dat is gek.

Meer over