ColumnJean-Pierre Geelen

Naast de sierbloementeelt is geen industrie zo zinloos als de nertsenfokkerij

Het is allang geen voorpaginanieuws meer, en dat is best gek. Misschien omdat de coronabesmetting in een nertsenfokkerij in het Brabantse Aarle-Rixtel maandag al de 23ste in een paar weken tijd was. Je zou zeggen dat dit de noodzaak alleen maar vergroot om ons te bevrijden van die achterlijke leedindustrie, maar Nederland trekt z’n schouders op en loopt verder, schouder aan schouder de winkelstraat door. Verdoofd door het virus van onverschilligheid.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

En dus worden alle tweeduizend dieren zo snel mogelijk ‘geruimd’, zoals dat heet. Ook al geen nieuws; dat overkwam tienduizenden nertsen al eerder, net als de 2,5 miljoen nertsen die vorig jaar hun einde vonden in de gas- of elektrocutiekamers van de pelsindustrie.

Tot 2024 moeten we dit absurdistische toneel nog aanzien, dan valt eindelijk het doek. Ministers Schouten en De Jonge hebben geen juridische middelen om de branche resoluut (mét uitkoopsom) de nek om te draaien, zeiden ze in juni. Sportscholen, kapperszaken en de hele horeca konden tot sluiten gedwongen worden in ‘de intelligente lockdown’, maar voor een snel einde van een bewezen besmettelijke moordindustrie zijn ze te dom.

Naast de sierbloementeelt is geen industrie zo zinloos als de nertsenfokkerij. Hun geheel overbodige producten zijn grotendeels voor de export. De kweker of fokker verdient dik, de milieubelasting is voor het volk. De bloemenboer laat ons bestrijdingsmiddelen na, de nertsenfokker (er zijn er 128 in Nederland) stort zijn shit vol ammoniak, corona en onverteerbaar dierenleed over de paupers (‘loserige veganisten en dierenactivisten’, zou boerenkinkel Henk Bleeker zeggen), die dat maar te slikken hebben.

De nertsenfokker blijft heus niet onbewogen. Vorige week jammerde er een bij RTL Nieuws over het ruimen. Hij vond het zo zonde om gezonde dieren te doden. Mogelijk dat de scherpe stallucht het zelfbeeld aantast, maar kennelijk is de fokker zichzelf gaan zien als weldoener die zijn arme beestjes na jaren gevangenschap en geestelijke marteling in terminaal stadium komt bevrijden door ze de gaskamer in te jagen. Een doodzieke branche.

Zo’n zelfde betrokkenheid zie je bij een andere boerensoort. De melkveehouders zijn tegen de voorgenomen beperking van eiwitten in het veevoer. Minister Schouten hoopt zo de uitstoot van stikstof te verlagen. De Farmers Defence Force dreigt al weer demonstratief met wegen blokkeren en media de mond snoeren.

Minder eiwit bedreigt het dierenwelzijn, zeggen ze. Alsof de melkveehouders in de loop der decennia hun koeien niet eerst zelf misvormden tot melkmachines. Zo ontstond een plofkoe die, volgestouwd met geconcentreerd ‘krachtvoer’, een maximale melkproductie moest opleveren - tot op de laatste druppel uitgemolken.

Allemaal voor het ‘dierenwelzijn’. Dat de melkkoe, die zelden meer van de wereld ziet dan de muren van de stal, er haar kalfjes en de helft van haar levensduur voor moet inleveren, dat is bijzaak voor de dierlievende veehouder.

Een paar dagen geleden reed ik door het noorden des lands. In het grasland langs de weg bij Marum, Kornhorn en Grootegast – heerlijke namen – stond een wit bord. ‘Heeft u lekker gegeten? Bedank de boer’, las ik.

Het was voorbij eer ik ‘amen’ kon zeggen. Even later besefte ik: ik wilde best iemand bedanken. Er wilde mij alleen niet te binnen schieten wie en waarvoor precies. Wel ontsnapte mij – heel toevallig – net op dat moment demonstratief een flinke boer.

Meer over