Columnfrank heinen

Na uren van geduldig nee-schudden hoorde ik mezelf plots keihard en radeloos ‘NO!’ schreeuwen

Wat maak je mee op vakantie?

Bij voorkeur zo weinig mogelijk.

Goed geantwoord.

Soms laat je je eens aan de overkant in het zwembad zakken, dat is het wel.

In het dagelijks leven maak je al meer dan genoeg mee. Ook van dingen meemaken heb je soms vakantie nodig.

Eén tip voor wie niets mee wil maken: reis niet te ver weg.

Tijdens een zesweekse reis door China, die ons een paar jaar geleden van miljoenenstad naar miljoenenstad voerde, planden we één stop in een klein, ommuurd dorp dat onaangetast was door de in China wijdverspreide neiging om al het oude weg te bulldozeren en er torenflats en vierbaans wegen voor in de plaats te zetten. In drie uur zou een belachelijk snelle trein ons van het heden naar een wereld van een paar Grote Sprongen Voorwaarts geleden voeren. Hoewel alle plekken bezet waren, mochten we toch mee. Ergens in de van onbegrip doorweekte communicatie met de spoorwegbeambte moest een van beide partijen van uitputting een funeste vergissing hebben begaan (niet wij), zodat wij – twee koffers, twee mensen – voorzien van twee staanplaatstickets een trein zonder staanplaats in klauterden. We belandden in een compartiment tussen twee coupés, waar we in één moeite door de wc-deur én de uitgang barricadeerden. Het gerucht dat er twee westerlingen in het tussenstuk op hun koffer zaten, verspreidde zich snel door de trein, want we trokken een hoop bekijks: tientallen passagiers kwamen ons bekijken, lachten dan hard en maakten zich weer uit de voeten. Wij glimlachten maar wat voor ons uit. Het duurde niet lang alvorens een vrouwelijke conducteur van ons op de hoogte raakte. Zij lachte niet. De conducteur schatte de situatie in, wees op de koffers en begon te schreeuwen. Het was een erg klein hokje voor zo veel geschreeuw. Bij de aanblik van onze tickets schakelde ze een volume hoger. En wij maar glimlachen en knikken en blijven zitten. Na een minuut of vijf verdween de conducteur sputterend in het holst van de trein. Bij elke stop kwam ze ons nog even uitkafferen, maar de hartstocht van die eerste scheldpartij was verdwenen.

Eenmaal in het oude dorpje was er geen oud dorpje. Alleen een glanzend nieuw station in een lege vlakte die zo uit een Sergio Leone-film leek te komen. Op het stationsplein stond een sliert taxi’s verwarde toeristen op te wachten.

Omdat iedereen instapte, stapten wij ook maar in.

Zonder te groeten of ons zelfs maar aan te kijken, gaf de chauffeur gas. Eerst over een uitgestorven snelweg, daarna over wat ooit nog een snelweg kon worden. We werden zo snel misselijk dat de oorsprong van de term ‘braakland’ ons plotseling duidelijk werd. Intussen was de chauffeur in conclaaf met de bestuurder van een langszij scheurende auto. Daarna begon hij tegen de vertaal-app op zijn telefoon te mompelen. Een blikkerige, Engelse vrouwenstem zei: ‘This is milk. He take you banoka kuft.

No’, schudde ik glimlachend. ‘You take.’

Banoka kuft!’, herhaalde de vertaal-app-vrouw. ‘Milk! Is safe!

No banoka kuft! Hotel!’, riep de vriendin, haar glimlach inmiddels gesmolten tot een plasje lauwwarme ellende. ‘Otherwise: stop!

‘Dus..’, zei ik, toen onze koffers op een trottoir in een Chinees niemandsland werden uitgeladen.

‘Wat wilde je dan?’, vroeg zij. ‘Met die andere dwaas naar banoka kuft?’

Een paar uur later arriveerden we in het oude China. Zodra we de stadspoorten door waren, werden we belaagd door verkopers, stadsgidsen, halvegaren, mannen met auto’s, driewielers, fietstaxi’s die in onze verwilderde blikken een kans herkenden.

De vriendin meldde zich bij het tourist office, ik bleef bij de koffers. Weer naderden de mannen, met tientallen tegelijk. Steeds luider boden ze tegen elkaar op, steeds dichter kwamen ze om me heen staan. Het was warm, het was laat, het was onverstaanbaar; een onsmakelijke cocktail.

Na uren van geduldig nee-schudden en niet-begrijpend glimlachen, hoorde ik mezelf plots keihard en radeloos ‘NO!’ schreeuwen. Daarbij deed ik, Joost mag weten waarom, ostentatief mijn armen over elkaar.

Even was het doodstil in oud China. Vijf tellen lang. Daarna schoten alle aanwezigen in een homerische lachstuip. Vervolgens verspreidden de mannen zich over het plein, troepten aan de overkant weer samen en begonnen me om beurten na te doen. ‘NO!’, en dan die armen, en dan weer dat gegier. Ik hoor het nog wel eens echoën in mijn gedachten, als ik me afvraag of ik niet te weinig meemaak op vakantie.

Meer over