tv-recensiealex mazereeuw

Na twee afleveringen van Wintergasten kunnen we rustig spreken van een verademing

null Beeld

De gesprekken met Harari en Abramovic waren het bewijs dat er op tv ruimte moet zijn voor diepgravende gesprekken met inspirators.

Alex Mazereeuw

Voor performancekunstenaar Marina Abramovic begon het allemaal bij testbeeld. In communistisch Joegoslavië was het televisieaanbod eind jaren vijftig behoorlijk gering, en dus staarde Abramovic urenlang naar abstracte sneeuw en ruis. Het testbeeld vormde een treffende inleiding voor de omvangrijke carrière van Abramovic, die in haar werk altijd abstracties én extremen opzoekt. Het maakte haar tot een dankbare, uitdagende gast voor Janine Abbring in de tweede aflevering van VPRO Wintergasten, de internationale tegenhanger van Zomergasten die na tien jaar terug is op de buis.

Na twee afleveringen kunnen we rustig spreken van een verademing. Na de gevoelsmatig nimmer eindigende talkshowoorlog voelde Wintergasten als een perfect glas wijn na maandenlang een inferieur huismerk te hebben gedronken. De timing kon wat dat betreft ook niet beter, in een week waarin de talkshows met reces waren, en u het dus even zonder de mening van Gerard Joling over omikron moest stellen.

Abramovic was afwachtend en wilde de regie niet altijd uit handen geven. De fragmenten zorgden voor de meeste openheid, bijvoorbeeld toen ze journaalbeelden liet zien van het overlijden van de Joegoslavische president Tito. Abramovic was tot tranen geroerd en bekende dat ze zichzelf nog altijd als Joegoslaaf identificeert, en niet als Serviër.

Janine Abbring (links) en Marina Abramovic in VPRO Wintergasten. Beeld
Janine Abbring (links) en Marina Abramovic in VPRO Wintergasten.

Maar pijn was tegelijkertijd óók een cruciale factor in haar leven en werk, omdat kunst uiteindelijk vooral draait om pijn lijden. Dat kwam vooral naar voren in een fragment waarin we zagen hoe performancekunstenaar Tehching Hsieh een jaar lang een prikklok gebruikte waarop hij élk uur inklokte: 24 keer per dag, zonder in dat hele jaar ook maar één uur te missen. Abbring vroeg Abramovic naar de functie van pijn in haar eigen werk, waarna ze de link legde met haar enorme werkethos (‘Ik geef altijd 150 procent. Als ik honderd procent geef, weet ik dat ik gefaald heb.’). Het was allemaal terug te leiden naar de strenge opvoeding van haar moeder, die er met een militair regime voor had willen zorgen dat Abramovic zou uitgroeien tot een ‘strijder’.

In dat opzicht was ook haar opvatting over het talent van operaster Maria Callas – met wie Abramovic al sinds haar 14de een obsessie heeft – interessant. ‘Als je zo veel talent hebt, heb je het recht niet om met andere dingen bezig te zijn. Het talent is niet van jou, het is van iedereen!’ Ze geeft zelf daarom volop les aan jongere kunstenaars, en zou haar depot na haar dood afstaan als woon- en werkplek. Haar talent is immers van de hele wereld. Als er ooit brand uitbreekt in haar huis, zou ze niets willen redden. Spullen zijn maar spullen; ideeën zijn er voor altijd.

De eerste Wintergasten-aflevering, met historicus Yuval Noah Harari, was zo mogelijk nóg interessanter. Aan de hand van fragmenten uit Her, Game of Thrones en Inside Out kregen we een weergaloos college, waarin Harari onder meer vertelde over de gevaren van kunstmatige intelligentie en de onzin van complottheorieën. De gesprekken met Harari en Abramovic waren het levende bewijs dat er op tv altijd ruimte zou moeten zijn voor diepgravende gesprekken met inspirators. Laten we hopen dat Wintergasten weer een blijvertje is.

Meer over