ColumnJoost Zaat

‘Na honderd keer Pasen is de wereld er –ondanks alle problemen – toch echt op vooruit gegaan’

null Beeld

Links vooraan zit hij, begin 20, op zijn paasbest, mijn opa honderd jaar geleden. Naast zijn ouders. Achter hem staan zijn tien broers en zussen. De foto is – aan de bomen te zien – ergens in het voorjaar op de tuinderij gemaakt. Net na Pasen, misschien. Twee van zijn zussen dragen nonnenhabijten en enorme kappen op hun hoofd, een broer staat in vol dominicaner ornaat, een ander zat nog op het Grootseminarie. Hoogtij van het Rijke Roomse leven. De Volkskrant voor katholiek Nederland bestond net. De verschrikkingen van wat later de Eerste Wereldoorlog heette, waren aan hen voorbijgegaan. Ook de golven Spaanse griep met alleen al in Nederland 38.000 doden hadden in deze familie geen zichtbare sporen nagelaten. Van de gruwelen van de jaren daarna hadden ze nog geen weet. Gezondheidszorg bestond uit de katholieke dorpsdokter en het door nonnen bestierde ziekenhuis in de stad verderop. Veel mogelijkheden waren daar niet.

Acht jaar na de volgende oorlog ontsnapte ik, een onooglijk scharminkeltje, op Pasen aan mijn moeder. Die had sinds de Watersnoodramp twee maanden met zwangerschapscomplicaties op bed gelegen. Niks ziekenhuisbevalling met toeters en bellen. De katholieke dokter masseerde volgens overlevering mijn hoofd gewoon in model.

Goede Vrijdag 1961. Ik lever in de katholieke kerk in ons dorp ’s morgens voor de eerste keer mijn vastenkaartje in met veertig hokjes, voor elke dag eentje. Die mocht ik kleuren als ik die dag naar de schoolmis was geweest. Stiekem had ik er een paar bijgekleurd. Dat was een ‘dagelijkse zonde’ en die had ik niet gebiecht. Ik was bang dat ik daardoor niet in de hemel zou komen, als ik weer ziek werd. De ‘Hongkonggriep’ had in 1957-’58 flink huisgehouden. De zorg was nog steeds gefragmenteerd in vele zuilen, het Rijksvaccinatieprogramma net gestart.

Goede Vrijdag, vandaag, 100 jaar na de familiefoto. We wachten op de vierde golf van een nieuwe pandemie. De krant is net als mijn familie allang niet katholiek meer. Bisschoppen in het nauw riepen deze week in radiospotjes hun schaarse schapen op coronaproof Pasen te vieren en slingerden het ‘Zalig Pasen’ er nog maar eens in. Een klein groepje getergde orthodoxen van een minder soepel geloof mepte afgelopen Palmzondag een paar journalisten in elkaar. In de grote stad deden gelovigen in onwetenschappelijke bakerpraatjes ook hun best besmet te raken. De rest van Nederland lijkt het gebrek aan horecatoegang het grootste probleem te vinden en als dat het niet is, winden mensen zich op over de idioot rommelige test- en vaccinatiestrategie.

Ik begrijp die sentimenten wel, maar intussen vergeten al die gelovigen dat onderzoekers, farmaceuten, zorgverleners, gedragswetenschappers, GGD’ers en zelfs politici zich een jaar uit de naad hebben gewerkt. Dankzij hen hebben we binnen een jaar tests en goedwerkende vaccins. Dankzij hen is de zorg niet door zijn hoeven gezakt. Dankzij de wetenschap hoeven we niet meer alleen maar te hopen en te bidden. Na honderd keer Pasen is de wereld er –ondanks alle problemen – toch echt op vooruit gegaan.

Joost Zaat is huisarts

Meer over