Essayroaring twenties

Na het vaccin volgt het feest – en misschien de kater

Op de oorlog en de Spaanse griep honderd jaar geleden volgden de roaring twenties. Na de pandemie, schrijft Peter Giesen, kan ook zo’n tijdperk van vrolijkheid en hedonisme aanbreken. Wordt 2021 het jaar van de roes? 

null Beeld Pep Boatella
Beeld Pep Boatella

Toen Parijs op 9 november 1918 de overwinning op Duitsland vierde, lag Guillaume Apollinaire op sterven. Hij had een granaatscherf in zijn hoofd overleefd, maar bezweek alsnog aan de Spaanse griep. Even geloofden zijn vrienden dat het vlagvertoon en het gejuich op straat voor de beroemde dichter was bedoeld.

Aan de 17 miljoen doden van de Eerste Wereldoorlog voegde de Spaanse griep er nog eens 50- tot 100 miljoen toe, zo’n 2,5 tot 5 procent van de toenmalige wereldbevolking. Maar na de verwoestingen van oorlog en pandemie volgden de roaring twenties, een uitbundige periode van jazz en charleston, van flappermeisjes in korte rokjes die rookten, auto reden en zich meer seksuele vrijheid permitteerden dan voorgaande generaties, een tijd van emancipatie, vooruitgang en levenslust. Staat ons een nieuw tijdperk van vrolijkheid en hedonisme te wachten, nu volgende week de eerste mensen worden ingeënt tegen het coronavirus? Een tijd waarin de restaurants volstromen, de huidhonger wordt gestild en de reislust bevredigd?

‘Dit is een groot moment’, schreef de Financial Times in een hoofdredactioneel commentaar over de eerste vaccinaties in het Verenigd Koninkrijk. De ingrediënten voor een nieuwe editie van de roaring twenties zijn aanwezig: opgespaard geld, opgekropte levensenergie, vertrouwen in een economie die zich snel zal herstellen. ‘In sommige kringen zullen de lente en de zomer van 2021 worden herinnerd om een piek in consumptie en entertainment, zoals 2020 zal worden herinnerd om social distancing’, meende de Britse zakenkrant.

Als de Spaanse griep van 1918 als gids mag dienen, wacht ons een tijd van ‘risico’s nemen, onmatigheid en joie de vivre’, schrijft ook de Amerikaanse epidemioloog Nicholas Christakis in zijn boek Apollo’s Arrow – The Profound and Enduring Impact of Coronavirus on the Way We Live.

2021 zal het jaar van de roes worden, als het vaccin zijn beloften waarmaakt. Zo is het altijd gegaan, na elke pandemie, na elke grote ramp. ‘De vernietiging van de Eerste Wereldoorlog en de grieppandemie werd al snel gevolgd door een manische vlucht in gezelligheid’, schrijft de Duits-Amerikaanse politicoloog Yascha Mounk in het tijdschrift The Atlantic.

Grote bloei

Natuurlijk waren de oorlog en de griep van een geheel ander kaliber dan de coronacrisis. Aan corona zijn tot dusverre 1,7 miljoen mensen overleden, ofwel 0,02 procent van de wereldbevolking. In de roaring twenties hadden overlevenden het front meegemaakt en in een afgrond van dood en vernietiging gestaard. Velen hadden hun vertrouwen in de mensheid verloren, waardoor het feesten een nihilistische ondertoon had. Het leven was fragiel en zinloos. Je kon je maar beter vermaken zolang het duurde.

Toch waren de roaring twenties, les années folles, die goldene Zwanziger, ook een periode van grote culturele, politieke en sociale bloei, met Bauhaus, art deco en jazz. In veel landen werd het kiesrecht uitgebreid en mochten vrouwen voor het eerst gaan stemmen. Met de Volkenbond werd een eerste poging gedaan tot permanente internationale samenwerking. ‘We kunnen soortgelijke technologische, artistieke en zelfs sociale innovaties verwachten na de huidige pandemie’, verwacht Christakis.

Is zijn optimisme gerechtvaardigd? Het coronajaar 2020 bood een zekere hoop op sociale en politieke vernieuwing. Veertig jaar neoliberalisme leverde rijkdom en vrijheid op, maar maakte burgers ook tot concurrenten van elkaar, waardoor velen een gebrek aan gemeenschapszin ervaren. Op dit punt markeerde 2020 een breuk. Uiteindelijk bleek de wereld niet te draaien om geld, maar om solidariteit. De economie werd op pauze gezet om de kwetsbaarste burgers te beschermen, de ouderen en zieken die geen productieve waarde meer vertegenwoordigen.

Het neoliberalisme genereert ook een gevoel van machteloosheid. Veel burgers geloven dat zij geen controle meer over de wereld hebben en overgeleverd zijn aan een spel van economische en sociale krachten waarin de belangen van het internationale bedrijfsleven uiteindelijk de doorslag geven. Ook op dit punt was 2020 een breukjaar. Hoewel de pandemie sommigen zwaar trof – zoals ondernemers, zzp’ers, muzikanten – bleef de samenleving in grote lijnen wonderwel overeind, dankzij een staat die opeens over een indrukwekkend financieel en economisch wapenarsenaal bleek te beschikken. Plotseling bleek de staat wel te kunnen ingrijpen en deed de financiële orthodoxie van een sluitende begroting niet meer ter zake. Politici praatten niet meer in miljarden, maar in biljoenen. ‘Na een ernstige epidemie voelen mensen niet alleen een nieuw gevoel van doelgerichtheid, maar ook een nieuw gevoel van mogelijkheden’, stelt epidemioloog Christakis.

null Beeld Pep Boatella
Beeld Pep Boatella

Great Reset

Onlangs pleitten vertegenwoordigers van de Nederlandse elite in de Volkskrant voor een Great Reset: een wereld die minder om geld en grote bedrijven draait en meer om mensen en duurzaamheid. Door de hervonden kracht van de staat is de gedachte van zo’n omwenteling geloofwaardiger geworden. Leiders debatteren over het aanpakken van de Amerikaanse techreuzen, het verhogen van de belastingen voor internationale bedrijven, over strengere klimaatdoelen en de bescherming van burgers tegen de grillen van de wereldmarkt. Voorlopig zijn het vooral woorden, maar de daden lijken naderbij te komen.

De waarde van historische parallellen is betrekkelijk. De geschiedenis is een supermarkt waarin iedereen zijn karretje kan volladen met de argumenten die in zijn kraam te pas komen. De optimist wijst op de vrolijkheid, de culturele bloei en de hoopgevende politieke veranderingen in de roaring twenties, de pessimist op het ontluikende fascisme en de financiële speculaties die even later naar een depressie en een wereldoorlog zouden voeren.

Achter alle glitter en glamour hadden de roaring twenties een donkere kant, net als The Great Gatsby, de hoofdpersoon uit Scott Fitzgeralds beroemde roman over deze periode. Jay was rijk en hedonistisch, maar had relaties met de onderwereld en was ongelukkig in de liefde. Tijdens de roaring twenties sloten de Verenigde Staten zich af voor de wereld. In 1924 werden Aziatische immigranten geweerd met de Asian Exclusion Act. Het aantal Europese immigranten werd beperkt tot 150 duizend mensen, waarbij Zuid- en Oost-Europeanen zo veel mogelijk buiten de deur werden gehouden. Amerika mocht niet te ver afdrijven van zijn Noord-Europese, protestantse wortels.

‘Er is weinig tot geen overeenkomst tussen de helder denkende, zelfstandig opererende mensenvoorraden die het Amerikaanse volk voortbrachten en deze stroom van onverantwoordelijke en kapotte wrakstukken die de politieke ziekten van de Oude Wereld in het Amerikaanse levensbloed gieten’, zei Fred Purnell, een Republikeinse afgevaardigde uit Indiana.

Nieuwe verschijnselen

In Duitsland rees juist het verzet tegen het ‘Amerikanisme’, een verzamelnaam voor alle kwalen die de middenklasse in de moderne tijd meende te ontwaren, schrijft historicus Ian Kershaw in zijn overzichtswerk To Hell and Back, Europe 1914-1939. Jazz was ‘negermuziek’, het land van Beethoven en Bach onwaardig. De erotische ritmes van het ‘Amerikaanse’ dansen werden beschouwd als een bedreiging van de seksuele moraal van jonge meisjes, aldus Kershaw. Een van de populairste boeken van de Goldene Zwanziger was Oswald Spenglers diep pessimistische Der Untergang des Abendlandes.

Zoals tegenwoordig de sociale media worden gevreesd, zo waren mensen destijds bang voor de rampzalige invloed van relatief nieuwe verschijnselen als reclame en radio. Demagogen van links en rechts konden de massa laten geloven wat zij wilden, meende de Amerikaanse journalist Walter Lippmann. In zijn boek Public Opinion uit 1922 pleitte hij voor de oprichting van tien Bureaus of Intelligence, voor elk beleidsterrein één, bemand door intellectuelen die voor het leven moesten worden benoemd. Zij zouden de massa uitleggen hoe de wereld in elkaar stak en de ‘waarheid’ destilleren uit de onsamenhangende reeks feiten die dagelijks door de media over het publiek werd uitgestort.

De verschillen tussen 1921 en 2021 zijn enorm. Historische parallellen dienen vooral om de verbeelding te prikkelen. Sommige laten zien dat mensen in staat zijn hun lot in eigen hand te nemen en de wereld te verbeteren. Andere waarschuwen dat vooruitgang teloor kan gaan door demagogen die hun boze aanhangers mobiliseren.

De coronacrisis scherpt het gevoel van urgentie aan. Taboes sneuvelen. De haalbaarheid van een Great Reset lijkt groter dan tien of twintig jaar geleden. Maar in tijden van onzekerheid en turbulentie ligt ook het verlangen naar een veilige en gesloten wereld op de loer, naar een terugkeer naar het geïdealiseerde verleden van een homogene – in de westerse wereld betekent dat: witte – samenleving.

Wereld ordenen

Deze strijd zal de komende jaren worden gestreden. De uitkomst zal in niet geringe mate afhangen van de vraag of de gevestigde partijen er  werkelijk in zullen slagen de wereld te ordenen, ook op het cruciale vraagstuk van migratie. De Financial Times besloot zijn optimistische commentaar met een waarschuwing: ‘Als ze een duurzaam herstel willen creëren dat zijn naam waard is, moeten regeringen waakzaam blijven – en in gedachten houden hoe de laatste roaring twenties aan hun einde kwamen.’

De toekomst is onkenbaar, maar dat een grauwe tijd wordt gevolgd door een vrolijker periode laat zich gemakkelijk voorspellen. Ik was correspondent in Parijs op 13 november 2015, toen vreugdeloze godsdienstfanaten 130 mensen doodgeschoten, op terrassen, in de Bataclan en bij het Stade de France. Deze aanval op het plezier legde een deken van dofheid over de stad die altijd zo’n joie de vivre uitstraalde. Hoewel de littekens nooit helemaal verdwenen, zaten de terrassen binnen de kortste keren weer vol met vrolijk drinkende mensen. Een terroristische aanslag is uiteraard heel iets anders dan een coronapandemie, maar de menselijke behoefte aan plezier, sociaal verkeer en verbroedering laat zich nooit lang onderdrukken.

Misschien zullen mutaties van het virus ons nog dwarszitten. En als het vaccin verborgen gebreken vertoont, zijn we nog verder van huis. Maar als de voortekenen niet bedriegen zal de zomer van 2021 prachtig worden en kunnen we als in The Great Gatsby zeggen: ‘En met het zonlicht en de grote massa’s bladeren die uit de bomen schoten, net zoals dingen in een versnelde film groeien, kreeg ik die vertrouwde overtuiging dat het leven weer opnieuw begint in de zomer.’

Meer over