tv-recensieYasmina Aboutaleb

Na een lange dag vol meningen zorgt ‘Olympische dromen’ even voor verstilling

null Beeld

Terwijl de aanslag op Peter R. de Vries nog nadreunt, het ongeloof over de afgelaste uitzendingen van RTL Boulevard nog volop aanwezig is, het debat over het coronabeleid weer een nieuw dieptepunt beleeft en luide stemmen om voorrang vechten bij de Nederlandse talkshows, is er een programma dat vanaf maandagavond even voor verstilling zorgt op NPO2: Olympische dromen (Avrotros).

Een shot van een bed van bovenaf. Spierwitte lakens waaronder een Nederlandse topsporter ligt te dromen. In een wolkje zien we de wapenfeiten van de sporter voorbijkomen. Churandy Martina (aflevering 1): Europees kampioen op de 100 en 200 meter sprint, bijna altijd blij. Tess Wester (aflevering 2): wereldkampioen handbal 2019, hardste schaterlach van het handbalteam. Noël van ’t End (aflevering 3): wereldkampioen judo 2019, verdraagt geen lenzen.

Sprinter Churandy Martina in ‘Olympische dromen’. Beeld NPO/Rob Hodselmans
Sprinter Churandy Martina in ‘Olympische dromen’.Beeld NPO/Rob Hodselmans

Als de eerste jazztonen op de achtergrond klinken, begint presentator Wilfried de Jong in de voice-over te praten. Een meanderende column zoals hij die voor NRC maakt, waarin niet alleen de sport, maar ook het verhaal achter de sporter centraal staat. De atleet draait zich nog eens om, hier en daar steekt een blote enkel, knie of getatoeëerde rug onder de lakens uit.

De Jong vertelt in aflevering 5 over de brede schouders van baanwielrenner Harrie Lavreysen, die om de haverklap uit de kom schieten, zelfs in zijn slaap. ‘Knak. En dan bungelt zo’n reuzenarm ineens langs het bed.’ Zijn moeder naaide een stevige onderbroek voor hem, met twee lussen eraan. Als hij daar zijn polsen doorheen stak, bleven zijn schouders op zijn plek tijdens het slapen. Probleem opgelost. Een heerlijk gegeven: een grote kerel, gigantische dijen en armen, die nog altijd z’n moeder nodig heeft. Veel meer heb je voor een prachtige miniatuur niet nodig.

De schitterende, trage cameravoering werkt onthaastend. De beelden zijn van cameraman, documentairemaker en Gouden Kalfwinnaar Rob Hodselmans. Zijn camera glijdt langs voetzolen, enkels en gespierde kuiten. Langs dikke, bekabelde bovenarmen, en kalm op en neer gaande ribbenkasten, ritmisch als het tikken van de klok. In deze ontspanning komen het indringende geluid van het scheurende tape en de knakkende knokkels van judoka Van ’t End extra hard binnen.

Hodselmans, De Jong en researcher Renate Verhoofstad kwamen voor deze productie, dagelijks te zien in aanloop naar de Olympische Spelen in Japan, speciaal weer eens bijeen. Ze leerden elkaar ooit kennen bij de VPRO, maakten samen Sportpaleis De Jong en Holland Sport, waarin De jong gesprekken voerde met blote sporters (met alleen een handdoekje om) op de massagetafel. In Olympische dromen zien we die kenmerkende fysieke aanpak van De Jong terug.

Maar dit keer geen vragen, geen antwoorden. Gewoon een mooi verhaaltje voor het slapen gaan. Zo krijgt De Jong heel even, drie minuten lang, iedereen stil. Iets om naar uit te kijken na een lange dag vol meningen.

Meer over