ColumnEva Hoeke

Na drie miljoen mailtjes fietsten we vorige week dan eindelijk naar een beddenboer

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Eva Hoeke neemt de vele mailtjes die u stuurde ter harte en investeert eindelijk in een fatsoenlijk bed.

Dit is het meest kleinburgerlijke stukje dat u dit weekend gaat lezen en als u nu zegt: nou lieverd, in dat geval spreken wij elkaar volgende week wel weer – prima, even goede vrienden.

Goed – we hadden een bed gekocht.

Een níéúw bed.

Ik zeg dat er expliciet bij, want tot nu toe lagen de Man en ik, en de esthetische lezer mag nu alsnog afhaken, op een berg ouwe rotzooi, anders kan ik het niet noemen. De matrassen waren zeker dertien jaar oud, gekocht in een vorig leven, met een andere man en een andere portemonnee, en de ombouw waar de matrassen op lagen was zelfs nog veel ouder, overgenomen van een collega-schrijver die ervan af moest omdat zijn nieuwe vriendin zich niet kon verzoenen met het idee dat hij er met zijn eerste vrouw kindertjes op had liggen maken. Nou, dat vond ik allemaal geen probleem, en zo werd zijn bed het mijne, een oudje maar wel een Auping, zo chic had ik nog nooit gelegen. De tijd verstreek, ik ruilde van man en van huis, en zo ging het bed van drie verschillende adressen in de Stad naar het Dorp, waar de Man en ik niet beter wisten dan dat we er lekker op lagen. Niks gewend.

Soms, slechts heel soms zeiden we tegen elkaar: moeten we niet eens investeren in een fatsoenlijk bed? Je ligt er de helft van je leven in, per slot van rekening, en dan fantaseerden we over lange nachten op handgeknoopte matrassen. In die dromen was er ook meteen een butler en geen kinderen. Maar het kwam er nooit van. Duur. Gedoe. Welke dan, wanneer dan. Laat maar.

Maar wel voortdurend zitten janken over rugpijn!

Dat viel u ook op, lieve lezer, dus na drie miljoen mailtjes fietsten we vorige week dan eindelijk naar een lokale beddenboer met de olijke naam Alphabed. In de etalage hadden ze hun huzarenstuk uitgestald: een beuker van twee bij twee twintig met alles erop en eraan, hoofdbord, voetbord, zo’n topmatras voor óp de matrassen, leeslampjes, automatisch omhoog en omlaag, afstandsbediening in een plooitje aan de zijkant, satijnen lakens, de hele mikmak. Drie minuten later lagen we er met het hele gezin in, dat we voor joker lagen in de etalage hadden we niet eens meer door. Voor de vorm pasten we daarna nog drie anderen, maar we wisten eigenlijk al genoeg. En dus hebben we die beuker sinds gisteren in onze slaapkamer staan.

Voor tienen lagen we erin. Wonderlijk, hoe we ons daarmee 12 en 80 tegelijkertijd voelden. Eerst met de afstandsbediening spelen natuurlijk, omhoog en omlaag uitproberen, en daarna alle standen recenseren. ‘Doe jij ook die middelste knop? Met die bocht in je benen?’ (De laatste keer dat we zulke gesprekken voerden waren we in Nijmegen en hadden we elektrische fietsen gehuurd. ‘Heb jij ’m ook in de turbo? Nee, eco, anders is de accu zo snel leeg.’) Ondertussen herhaalden we wat we al tien keer tegen elkaar hadden gezegd.

Ik: ‘Het kan niet anders of het moet nu snel beter gaan met mijn rug.’

Hij: ‘In een hotel zouden we nu niet lekkerder liggen.’

Daarna viel hij weg en dacht ik aan mijn oude bed, de volgende ochtend had ik gewoon weer last van mijn rug. De Man, zich uitrekkend als een oude kater: ‘Dan is het dus toch psychisch.’ Het is waar, ik kan niet tegen verandering, ik mis oude huizen, oude spullen, kapotte schoenen en nu ook al halfvergane matrassen.

Maar na vandaag zal ik er niet meer over zeuren, beloofd.

Meer over