ColumnLoes Reijmer

Monica Lewinsky was geen detail, net zomin als Omtzigt

null Beeld

Het was maar een detail, maar wel een detail dat nog dagenlang door mijn hoofd zeurde. Een detail dat ook meteen tot kop van het essay was gepromoveerd – er zijn details die het met minder moeten doen.

‘Omtzigt is Ruttes Monica Lewinsky: een detail dat hem niet ten val zou mogen brengen’, schreef Arnon Grunberg dinsdag in de Volkskrant. Degenen die nu zo bloeddorstig het vertrek van Rutte eisen, zien het grotere geheel niet, vond de schrijver. Dat de leider van de VVD ‘een tegenhoudende macht’ is, zo ongeveer de laatste die dit land kan behoeden voor de zegetocht van radicaal rechts en Geert Wilders of Circus Baudetti op de troon. De naam Weimar viel zelfs.

Had Rutte gelogen? Zeker, concludeerde Grunberg. Maar ‘een dergelijk detail’ zou hem niet ten val mogen brengen. Net als Bill Clinton gelukkig niet had hoeven aftreden vanwege zijn affaire met de 22-jarige stagiair. Zij was immers ook maar een detail (‘met alle respect voor Lewinsky’).

‘Een aardige analogie’, merkte de schrijver zelf alvast op.

Ik vond het ook best een aardige analogie, maar om een andere reden. ‘Omtzigt: functie elders’ is kenmerkend voor de controledrift van de demissionair premier, de drang om zich overal tegenaan te bemoeien, ook als zaken hem formeel niet aangaan. Niet voor niets wijdt Petra de Koning er een heel hoofdstuk aan in haar zeer lezenswaardige biografie. En als die bemoeizucht problemen niet kan voorkomen, of zelfs tot problemen leidt, dan is er plotseling die hyperfunctionele vergeetachtigheid, zoals eerder ook al gebeurde bij het bonnetje van de Teevendeal, de 74 burgerdoden bij Hawija, het memo over de dividendbelasting en de vraag of hij op de hoogte was van de datsja-leugen van Halbe Zijlstra.

De kwestie-Omtzigt is dus geen detail, maar een symptoom. Zoals ook de affaire met Monica Lewinsky, en vooral de nasleep ervan, geen willekeurigheidje was, maar onderdeel van een kwalijk patroon. Zeker, het betrof hier seks met wederzijdse instemming, hoewel er geen groter machtsverschil denkbaar is dan dat tussen een stagiair en de machtigste man ter wereld, iets waarvan een zelfverklaard feministisch president zich best bewust had mogen zijn. Het was niet de eerste keer dat Clinton loog over zijn seksuele strapatsen en, veel belangrijker, het was niet de eerste keer dat de Clinton-machinerie in werking trad om de betreffende vrouw publicitair te vermorzelen.

In 2016 reconstrueerde The New York Times minutieus hoe de Clintons, ja óók Hillary, steevast privédetectives inhuurden om vrouwen in diskrediet te brengen. Ex-vriendjes, werkgevers en andere bekenden werden uitgehoord om te bewijzen dat het sloeries waren, leugenachtige figuren op zoek naar roem. Die informatie lekten de Clintons vervolgens naar de gretige pers. Het betrof voormalige minnaressen, maar ook vrouwen die Clinton beschuldigden van seksuele intimidatie en seksueel geweld. De strategie was nietsontziend – en succesvol.

Niemand vond het een probleem, ook feministen niet. Want Clinton was toch een goede president? Belangrijk voor de vrouwenzaak bovendien? Denk toch aan het grotere geheel.

Dat opportunisme tekende ook het essay van Grunberg. Het geloof in de onvervangbaarheid van de leider is zo groot dat er best wat slachtoffers mogen vallen. Dat Rutte er zelf zo over denkt is veelzeggend, maar misschien nog wel te begrijpen. Van de grote Grunberg mag je meer verwachten. Met alle respect natuurlijk.

Meer over