Media in

Moeten we gangsterrap wel zo snel bij het grofvuil zetten?

De dood van een rapper maakt dat Zweden zich afvraagt of er iets te doen valt tegen de geweld propagerende gangsterrap.

Jeroen Visser
Zweedse politieagenten en forensische experts doen onderzoek op de plek waar rapper  Einár in Stockholm is vermoord. Beeld Reuters
Zweedse politieagenten en forensische experts doen onderzoek op de plek waar rapper Einár in Stockholm is vermoord.Beeld Reuters

Vorige maand werd de bekendste rapper van Zweden, de 19-jarige Einár, doodgeschoten. De politie vermoedt dat hij werd vermoord door bendeleden, als wraak voor een steekpartij enkele weken eerder. Zelf verheerlijkte Einár nogal wat geweld in zijn teksten. Zijn videoclips zaten vol geweren, drugs en middelvingers. Hij was veroordeeld voor drugsbezit en geweldpleging. Nu hij dood is, wordt in de Zweedse media gediscussieerd over de vraag of er iets moet worden gedaan tegen de geweld propagerende gangsterrap.

De anti-immigratiepartij Zweden Democraten mengde zich in de discussie met het voorstel deze muziek van de publieke zenders te weren. ‘Ik vind dat muziek in principe niet verboden moet worden, maar je kunt je afvragen hoe redelijk het is dat een deel van de publieke sector, de publieke zenders, deze artiesten prijzen en een platform bieden, terwijl dezelfde publieke sector in de vorm van de politie en de spoedeisende hulp, de gevolgen moet bestrijden. Het is een vreemde dynamiek’, zei ZD-Kamerlid Tobias Andersson tegen de krant Aftonbladet.

Dat het een probleem is, onderstreepte rapper en ex-gedetineerde Alex Ceesay op de Zweedse zender SVT. Volgens hem word je in het gangsterrapmilieu alleen serieus genomen ‘als je weet waarover je het hebt’. Oftewel: je moet ervaringsdeskundige zijn. ‘Anders valt het meteen op.’ De rapper erkende dat de rapmuziek hem in zijn jeugd had gestimuleerd het slechte pad te kiezen. ‘Het gaf me een romantisch beeld van het leven in het criminele circuit.’

De discussie dwong journalist Fredrik Strage van dagblad Dagens Nyheter in zijn muzikale ziel te kijken. Hij schreef een ‘afscheidsbrief’ aan de gangsterrap. Daarin vertelt de journalist dat hij voorheen altijd argumenten verzon om zijn liefde voor de misdaad verheerlijkende rap goed te praten. Zo vertelde hij zijn tienerdochter – ook een bewonderaar van Einár – dat rappers de stijlfiguur van de overdrijving hanteren. ‘Ze laten het klinken alsof slechte dingen goed zijn, maar diep van binnen denken ze er anders over.’

Maar Strage geloof dat nu niet meer. ‘Zou Snoop Dogg een even grote ster zijn geworden als hij niet was aangeklaagd voor moord toen hij zijn eerste album uitbracht?’, aldus de journalist. ‘Ik krijg buikpijn van de gedachte dat mijn boek Mikrofonkåt, waarin ik een minderjarige hiphopper laat vertellen wat zijn favoriete wapen is, groot menselijk leed kan hebben veroorzaakt. Daarom is het maar goed dat de gangsterrap en ik nu allebei onze eigen weg gaan.’

Maar een collega van dezelfde krant, Erik Helmerson, waarschuwde rapmuziek niet te snel bij het grofvuil te zetten. ‘De kunstenaar Caravaggio was een gewelddadige man en een moordenaar. (...) Auteur William S. Burroughs schoot zijn vrouw door het hoofd. De lijst van artiesten, schrijvers en acteurs die zijn veroordeeld voor aanranding of mishandeling zou zelfs in een zondagse editie van Dagens Nyheter nauwelijks passen.’ Met andere woorden: waar leg je de grens? Welke artiest mag wel en welke niet?

Volgens Helmerson mag de gangsterrap zeker kritischer worden bekeken. Het is hem bijvoorbeeld een raadsel waarom rappers wegkomen met zo veel vrouwonvriendelijke teksten, terwijl andere muzikanten voor minder worden geboycot. Maar een totale rapboycot, dat gaat te ver. ‘Wij zijn paradoxaal genoeg het minst geschikt om te beoordelen wat de hedendaagse cultuur waard is. Wie in 1606 de kwast uit de hand van moordenaar Caravaggio had gerukt, had de mensheid een hoop mooie kunst onthouden.’

Jeroen Visser is correspondent in Stockholm.

Meer over