Debat overKlimaattop

Moeten de armen in Afrika dan maar de hoogste prijs betalen voor de bestrijding van de klimaatverandering?

Afrika zou in het middelpunt van de belangstelling moeten staan op komende klimaattop COP26 in Glasgow, vinden Afrikaanse beleidsmakers. Maar botst vergroening niet met de economische bestrijding van armoede, vragen commentatoren zich af.

De Lethabo- kolencentrale bij Sasolburg in Zuid-Afrika. De regering wil verduurzamen, maar kan nog niet zonder zulke centrales.
	 Beeld Siphiwe Sibeko / Reuters
De Lethabo- kolencentrale bij Sasolburg in Zuid-Afrika. De regering wil verduurzamen, maar kan nog niet zonder zulke centrales.Beeld Siphiwe Sibeko / Reuters

‘Laten we niet vergeten dat Afrika’s ecosystemen gratis cruciale diensten verlenen aan de wereld. Afrikaanse bossen en oceanen fungeren als natuurlijk afvang van CO2. Het wordt tijd dat Afrika hiervoor wordt gecompenseerd – dat komt het continent en de planeet ten goede. We hebben lang genoeg gewacht.’ Met deze woorden zet de Congolese president Tshisekedi, op het moment ook voorzitter van de Afrikaanse Unie, de toon voor de grote klimaatconferentie COP26 die zondag in Glasgow begint.

Hij deed dit in een ingezonden stuk in de Financial Times, veel gelezen door de economisch machtigen. De Afrikaanse landen willen geld zien. Ze komen met een uitgebreid ‘programma voor versnelling van de aanpassing’, om klimaatverandering tegen te gaan, à 25 miljard dollar (21,5 miljard euro). Dit wordt de rijke landen voorgeschoteld, ter financiering.

Afrikaanse noden voorop

Afrikaanse landen hebben het volste recht op extra geld, betogen Victor Ongoma en Portia Adade Williams, wetenschappers uit Kenia en Ghana op de website The Conversation. Ze dragen slechts 5 procent bij aan de uitstoot van broeikasgassen en krijgen de zwaarste klappen door problemen die in de industrielanden worden veroorzaakt: ze zijn kwetsbaar voor langere droogteperioden (Sahel) of juist verhevigde regenval (Congolees regenwoud), hun landbouw is afhankelijk van natuurlijke regens, het ontbreekt vaak aan de financiële en technologische middelen om zich aan te passen aan klimaatverandering. De temperatuurstijging gaat er sneller. Als de rijke landen hun beloften van het akkoord van Parijs (2015) eerst maar eens zouden nakomen, was er een begin. In Glasgow moeten de noden van de Afrikaanse landen bovenaan de agenda staan, vinden de auteurs.

Zulke oproepen kwamen ook van de Afrikaanse Ontwikkelingsbankdirecteur Akinwumi Adesina en bijvoorbeeld de Zuid-Afrikaanse regering. Dinsdag kwamen de bigshots in de Keniaanse hoofdstad Nairobi bijeen om het nieuwe rapport te promoten. Maar of het existentiële drama van de klimaatverandering verder erg leeft op het continent is de vraag.

Volgens hoofdredacteur François Soudan van het tijdschrift Jeune Afrique nauwelijks, niet in de media en niet bij de politici. De gevolgen zijn verschrikkelijk voor Afrika, hij noemt bosbranden, overstromingen, bloedige conflicten rond landbezit tussen veehouders en akkerbouwers, maar die leiden tot een gevoel van machteloosheid. En terecht, vindt hij: er zijn veel investeringen en tijd nodig voor een schonere economie, ‘Afrika heeft geen van beide.’

Groene economie

De oproepen van de rijke landen aan Afrika om in te zetten op de zo moderne ‘groene economie’ in plaats van vervuilende industrie, wekt op het continent weinig enthousiasme: dat zijn dromen, zoethoudertjes. Het is immoreel Afrika economische ontwikkeling te ontzeggen, omdat andere landen, Europa, de VS, China, een ramp hebben veroorzaakt met hun industrialisering, vindt Soudan. ‘Moet Afrika maar arm blijven, opdat de planeet kan ademhalen?’

In Zuid-Afrika ligt het iets anders. Dit land staat nummer twaalf op de lijst van grootste CO2-uitstoters, een gevolg van de vele kolencentrales. De regering heeft onlangs aangekondigd er een schepje bovenop te zullen doen, met maatregelen tegen uitstoot, maar Onke Ngcuka vraagt zich op de site Daily Maverick af of dat genoeg zal zijn.

Zuid-Afrika verwacht de overgang van kolen naar schone elektriciteitscentrales voor een groot deel te betalen met donaties uit internationale klimaatfondsen. Tegelijkertijd, merkt Ngcuka op, heeft het elektriciteitsbedrijf Eskom onlangs nog een nieuwe, hypermoderne kolencentrale geopend. Hij citeert een woordvoerder van de milieubeweging, Liz McDaid, die de regering halfslachtigheid verwijt, terwijl de klimaatverandering de ‘armsten het hardst treft’.

Snel overgaan op schone energie is makkelijk gezegd, maar onverstandig, betoogt daarentegen Mzukisi Qobo in de krant Mail & Guardian. Hij is wetenschapper aan de Wits Universiteit. Landen waarvan ‘de burgers gevangen zitten in armoede en werkloosheid’ kunnen nog lang niet zonder fossiele brandstoffen. In het debat worden niet-zo-radicale ombuigers als ‘boeven’ weggezet door ‘fanatiekelingen’. Arme arbeiders zijn de dupe, want ook de banken gaan helemaal mee in de mode om zich terug te trekken uit de oude industrie, schrijft Qobo.

Zuid-Afrika moet zich niet zijn energiebeleid laten voorschrijven door Europa. Ook daar leunen de hypocriete regeringen nog sterk op aardgas bij hun energietransitie. Afrikaanse landen moeten hun vergroening ‘geleidelijk en pragmatisch’ aanpakken. De omslag is alleen mogelijk door gigantische financiering door de rijke landen. Eerst dat geld op tafel, dan aanpassen, bepleit Qobo.

Want westerse landen hebben een ‘lange geschiedenis van gebroken beloften’. Qobo geeft een overzicht van internationale conferenties waarop Afrika van alles werd toegezegd, hij noemt het ‘het beloftenfestival’, waarvan maar weinig werd ingelost. Zuid-Afrika moet zijn eigen plan trekken, waarbij de noodzakelijk overgang naar schone energie gepaard gaat met armoedebestrijding.

Net als Soudan denkt Qobo dat anders de armen de prijs betalen voor de bestrijding van klimaatverandering opdat de rijken in weelde kunnen blijven leven.

Eens kijken hoe ze in Glasgow met dit dilemma omgaan.

Meer over