De KwestiePeter de Waard

Moet Tata Steel bang zijn voor de Hindoe-spreuken?

De Indiase Rangi Ram (‘Er is een oud Hindoe-spreekwoord dat zegt...’) klopte zich in de briljante Britse sitcom It ain’t half hot mum (Oh, moeder, wat is het heet) elke aflevering op de borst als Brit. De serie, nu herhaald op ONS, speelde zich af in het tijdperk dat de Britse vorst keizer was over het bevolkingsrijkste land van de wereld.

‘Als wij Britten India verlaten, wordt het een puinhoop. Wie moet dan de leiding overnemen? De Congrespartij? Dat zijn onruststokers, een verdoemde bende coolies. Wie zorgt er dan voor jullie inlanders? Aan wie kun je nog thee verkopen?’, zegt hij tegen een landgenoot die in een schotschrift heeft gelezen dat India onafhankelijk wil worden.

Inmiddels is het land zeventig jaar onafhankelijk en opgeklommen tot een economische reus. Maar onder de Indiase zakelijke elite is er veel nostalgie naar het land waar velen hebben gestudeerd, cricket hebben gespeeld en in de namiddag thee of sherry hebben gedronken. Ze krijgen tranen in hun ogen als de Union Jack wordt gehesen of Land of Hope and Glory klinkt.

Dat geldt ook voor veel topmanagers van Tata Sons Limited, de houdstermaatschappij van ’s werelds grootste conglomeraat. Tata is eigenaar van energiecentrales, autofabrieken, chemiebedrijven, wereldmarktleider in consultancy en heeft ook een staaltak. Een deel van die bedrijven – theebedrijf Tetley, de autofabrieken Jaguar en Landrover en het voormalige British Steel – huist in Engeland. En juist die bedrijven wordt de hand boven het hoofd gehouden, ook als de verliezen op elkaar stapelen. Want de Tata’s willen de oude moedernatie koesteren.

In 2007 kocht Tata voor veel te veel geld staalconcern Corus, bestaande uit het immer noodlijdende British Steel en het florerende Hoogovens in IJmuiden. De toenmalige bestuursvoorzitter Ratan Tata was trots de basisindustrie voor Groot-Brittannië te kunnen veilig stellen. En het was helemaal mooi dat er ook een Nederlands deel aan vastzat dat dit Britse deel financieel overeind kon houden.

In 2012 werd Ratan Tata opgevolgd door Cyrus Mistry, afkomstig uit een geslacht van grootaandeelhouders van Tata. Mistry zag zich niet als zozeer als Indiër, laat staan als Brit. Hij was wereldburger (zijn moeder kwam uit Ierland) die vond dat er best enkele rotte plekken uit het concern konden worden gesneden.

Maar toen hij in 2016 het Britse Tata Steel-deel wilde saneren en verkopen, dook de bijna tachtig jaar oude patriarch op en ontsloeg hem. De Sunday Times riep Ratan Tata onder de kop ‘Man van Staal’ uit tot redder van de Britse staalindustrie. De ere-Brit had tienduizenden banen gered in Port Talbot in Wales. ‘Nooit in de geschiedenis van de mensheid hebben zo velen zoveel te danken aan zo weinigen’, parafraseerde de krant Churchill.

‘Er is een oud Hindoe-spreekwoord dat zegt: ‘Als je in Mumbai iemand op de kast jaagt, krijg je in IJmuiden de deksel op de neus’’, had Rangi Ram geroepen.

Meer over