VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Nijmegen

Moet de leerling in lockdown een haperend onderwijssysteem in stand houden?

null Beeld

Ooit stond het onderwijssysteem ten dienste van de leerling, maar sinds corona lijkt het met de dag meer alsof de leerling het systeem in stand moet houden. ‘De wereld staat op zijn kop’, schreef leerkracht Menno Eggenhuizen in de ‘Brief van de dag’ in de Volkskrant, maar ‘ineens heeft iedereen een ‘achterstand’.

Ja, wie bepaalt dat eigenlijk onder deze omstandigheden? ‘Achterstand’ bestaat alleen bij de gratie van de norm die je stelt. En in Nederland, schreef Menno naar de krant, wordt die bepaald door een toetscultuur: ‘Als we het maar kunnen verantwoorden. Zelfs als de omstandigheden totaal zijn omgeslagen.’

Hij had het over alle kinderen, ouders en leerkrachten, maar zelf werkt Menno in het speciaal onderwijs en dat doet iets met je blik. Ik zoek hem thuis in Nijmegen op en mag daar aan zijn eettafel een videogesprek met een leerling volgen. Het gesprek is ontroerend en verontrustend tegelijk.

Menno: ‘Jongen! Wat leuk om jou weer te zien!’

De leerling kan van vreugde een paar minuten niet veel uitbrengen. ‘Ja!’, blijft hij maar zeggen: ‘Ja! Ja! Ja!’

Menno Eggenhuizen praat met zijn leerling. Beeld
Menno Eggenhuizen praat met zijn leerling.

Laten we hem omwille van zijn privacy Anders noemen. Hij is een jongen van vijftien jaar en zoals dat dan heet ‘zeer moeilijk lerend’. Tijdens het videobellen strooit Menno met complimentjes (‘Echt leuk jou te zien!’ ‘Fijn hoor!’ ‘Ik ben heel trots op jou.’ ‘Goed bezig!’) Daar fleurt Anders van op en zo wordt hij steeds spraakzamer. Intussen onderbreekt zijn moeder hem nu en dan om te vertellen wat haar zoon de afgelopen dagen allemaal níet heeft gekund. De opdrachtjes. De werkmap.

‘Hij heeft het gedaan maar hij heeft alles fout.’

‘Helemaal niet erg’, legt Menno uit. ‘Als er een momentje is, is dat meegenomen, maar maak de druk niet te hoog. Als Anders het leuk vindt, dan maakt dat zijn hoofd open om een beetje te kunnen leren. Als dat niet gebeurt wordt hij er juist gestrest van.’

Onder gewone omstandigheden staat Menno met drie volwassenen voor een klas van tien kinderen: Menno zelf, een klasse-assistent en twee zorgmedewerkers. Dat verklaart ook enigszins waarom het speciaal onderwijs nog vaak gesloten is, zegt hij, terwijl het van het OMT open mag: de lokalen zijn snel vol en de leerlingen vergeten de regels steeds. Net als in de woongroepen voor verstandelijk beperkte mensen, die wél open blijven, sputter ik tegen. ‘Maar hun verzorgers staan nu vooraan in de vaccinatierij’, zegt Menno. ‘Wij niet.’

Aan de ernst van alle schoolsluitingen valt niets af te dingen. Menno: ‘Maar minister Slob doet precies het verkeerde: benadrukken wat fout gaat, steeds over ‘achterstanden’ praten, terwijl het zó makkelijk zou zijn om even naar het Jeugdjournaal te gaan en tegen al die kinderen te zeggen: ‘Jullie en je ouders doen hartstikke goed je best. En wij maken een plan om hier uit te komen.’

Omdat klassikaal online les geven aan zeer moeilijk lerenden vrijwel ondoenlijk is, stuurt Menno ieder afzonderlijk opdrachten en educatieve filmpjes, die hij thuis opneemt. Filmpjes waarin hij verhalen voorleest (‘Dan hebben de ouders ook even rust’) of langzaam iets praktisch uitlegt: hoe maak je een tafel schoon, hoe maak je een sopje, hoe bak je een pannekoek.

Bij het videobellen vertelt Anders dus met enige trots wat hij wèl heeft gedaan. Hij heeft gestofzuigd. En hij heeft de stoelen schoongemaakt, precies zoals Menno het in een filmpje voordeed. Menno: ‘Wat goed, kerel! En is het sopje ook gelukt? Weet je wat ik zo knap vind: dat jij eerst nadenkt voordat je een taak doet.’

De moeder, gespannen, breekt opnieuw in: ‘Maar net heb je toch weer níet nagedacht. Wat heb je toen gedaan? De glazen met chocolademelk in de vaatwasser met schone vaat gezet!’

Menno, snel: ‘Wat ik zo goed vind van jou, Anders, is dat jij helpt in het huishouden.’

Zelfs de Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman, die zich fel inzet tegen kansenongelijkheid, twitterde deze week: ‘Laten we stoppen te praten over ‘onderwijsachterstanden’ maar het ‘onderwijsvertraging’ gaan noemen.’

Want de bovenlaag is niet overal de norm. Goed onderwijs is geen afvalrace.

Meer over