Moed houden en dan zien dat alles gekleurd is

Frank Heinen artikel Beeld -
Frank Heinen artikelBeeld -
Frank Heinen

Op tafel ligt een boek over Giorgio Morandi, een Italiaan die talloze stillevens schilderde van flessen en vazen, vaak in dezelfde kleuren. Een kunstenaarsleven in zelfgekozen lockdown, een reusachtig oeuvre als permanente herhaling van zetten.

Nog een paar dagen en Nederland glibbert over de door aarzeling spekglad geworden weg der geleidelijkheid een hernieuwde periode van thuiszitten in. Je raapt de restjes moed die nog niet in je schoenen waren gezakt bij elkaar en streept vast met zwarte stift alle kleur uit je agenda. En om je heen zoemen de meningsverschillen, die van het soort besmettelijkheid zijn waartegen niet op te ventileren valt. Op het terras, in de bus en in de supermarkt, waar buurtbewoners bij de kappertjes elkaar de maat nemen, bleek van onderdrukte drift.

Er is onvoldoende afstand gehouden, over de mate van moedwilligheid verschillen de meningen. Even verderop wordt een rood aangelopen meisje uit de bibliotheek verwijderd. Onmiddellijk houden mensen halt; pyromanen die een brandlucht ontwaren. Het is weliswaar hun zaak niet, maar wat niet is, kan nog komen. Stilgevallen appgroepen herleven, in opgewonden, van wantrouwen doordesemde discussies tussen mensen die hun overtuigingen als projectielen afvuren op wie er maar wil luisteren. Zelfs in je eigen hoofd kun je debatteren tot je een ons weegt. Cynische grapjes maken, die grapjes onderuit maaien, zelfmedelijden laten opborrelen, elke vorm van zelfmedelijden afkeuren en uiteindelijk vaststellen dat het allemaal nergens toe leidt. Vol van de eigen teleurstelling, vol van de incompetentie van de ander, vol van wantrouwen en desillusie valt optimisme nu eenmaal lastig op te brengen.

Hoe dichter je bij het virus komt, schreef Maarten Keulemans, hoe kleurlozer het wordt. Het is dat kleurloze fliebeltje dat ons nu mogelijk richting Code Zwart blaast, een vooruitzicht waarvan de deprimerende codenaam bij nadere bestudering nog het minst sombere onderdeel blijkt. Code Zwart, een landelijk ic-beddentekort, valt uiteen in verschillende fases. Fase 3c is het eindpunt, erger kan niet. Over die fase las ik in deze krant: ‘In laatste instantie wordt er geloot.’ Gek is dat: je leest ‘geloot’, je begrijpt dat ergens bij dat woord de hel begint en je onderbewuste maakt er op eigen houtje steeds weer ‘loten, leuk, wat kan ik winnen?’ van.

Het is noodzakelijk om je steeds opnieuw teweer te stellen tegen een dreigend verlies van je eigen goeie moed. Lees de verhalen van Liza van Lonkhuyzen (NRC) en Michiel van der Geest (Volkskrant) als je wilt weten waarom. Die artikelen worden bevolkt door uitgetelde verpleegkundigen, die worden geattaqueerd door corona-ontkenners, ziekenhuisdirecteuren die worden uitgekafferd op sociale media en zorginstellingen die elkaar vliegen afvangen om maar zoveel mogelijk productie te draaien. Tussendoor breekt het zorgpersoneel zich het hoofd over alle patiënten die ze niet zullen kunnen helpen, die niet in getallen opduiken. Witte vlekken die worden uitgeveegd. En elke dag zetten ze door, en elke dag staan ze met minder mensen overeind, en elke dag dient er met méér lekke emmers te worden gehoosd, terwijl het ene gat na het andere in de boot geslagen wordt. Code Oranje, heet dit in sommige ziekenhuizen. K. Schippers schreef: ‘Als je goed /om je heen kijkt / zie je dat alles / gekleurd is’. Ik denk niet dat Schippers per se medische noodsituaties voor ogen had toen hij het schreef, maar toch, misschien helpt het, even, zo’n gedichtje, voor het hervatten van de moed.