ColumnArnon Grunberg

‘Misschien schrijf ik tussen de weeën door een stukje’, zei ik

null Beeld

Ik kende het woord ‘wellustziekte’ niet, maar het beviel me, omdat het het halve leven ­samenvatte alsmede de dood.

‘Vermeulen was kort tevoren gescheiden van Wolkers’ jongere zus Janna, die leed aan de wellustziekte’, schrijft Onno Blom in een nawoord bij de postume uitgave van Wolkers’ verhaal Vakantiestrip. Het woord ‘wellustziekte’ kende ik niet, wel synoniemen, maar dit woord beviel me omdat het het halve leven samenvatte alsmede de dood, ervan uitgaand dat er zoiets bestaat als doodsdrift.

De verkiezingen zijn uitvoerig geanalyseerd door amateursociologen en amateurpoliticologen en zij die sociologie bedrijven op wetenschappelijk verantwoorde wijze, maar zou de doodsdrift niet tot in de stemhokjes zijn doorgedrongen? Als die drift ergens woekert, dan daar.

Terwijl ik op een badkuip stond – ik was bezig de lamellen omhoog te trekken, een van de weinige huishoudelijke klusjes die mij zijn toevertrouwd – zei Logeetje: ‘Je bent er toch voor me tijdens de bevalling? Ik zal je slaan, ik zal je vervloeken. Maar je moet er zijn.’

Als kind heb ik het Oude Testament bestudeerd, op vervloekingen ben ik voorbereid. Ik antwoordde: ‘Misschien schrijf ik tussen de weeën door een stukje.’

Toen mijn moeder van mij beviel in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, had de gynaecoloog tegen mijn vader gezegd: ‘Gaat u maar even op de gang wachten. Dit is niets voor u.’ Acht dagen na mijn geboorte ging mijn vader voor onbepaalde tijd op vakantie om bij te komen van mijn geboorte. Die gang was hem niet in de kouwe kleren gaan zitten.

Tijdens mijn afwezigheid was een tapijt het appartement van Logeetje binnengedrongen. Een prachtig tapijt. Het viel me eerst niet op, het beste en het mooiste is onopvallend, het onvolmaakte bedelt om je aandacht, daar begint ook de wellust.

‘Mooi?’, vroeg Logeetje.

‘Ja’, zei ik, ‘het appartement is bevallen van een vliegend tapijt.’

Ik houd van harde feiten, gedegen wetenschappelijk onderzoek, maar leven doen we elders, in onze fantasie en wellustziekte.

Meer over