ColumnSheila Sitalsing

Misschien is Suriname niet zo aangeharkt als Nederland, maar het is geen bananenrepubliek

Wanneer iets een rommelige bende vol wazigheden is, zeggen ze in Suriname ‘bacovenwinkel’ (beeld: een donker winkeltje met rondslingerend fruit en bundels groente). Terwijl het land vier lange dagen aan het wachten was op het antwoord op een vrij simpele vraag – wie heeft de verkiezingen gewonnen? – zou je makkelijk kunnen denken: bacovenwinkel.

Er was gesleept met dozen vol stembiljetten die niet goed waren dichtgeplakt. Iemand had gezien dat er documenten uit dozen en bussen waren gehaald, iemand anders had het gefilmd. Er waren tellijsten kwijt – of ‘kwijt’,  want in Suriname hebben ze geleerd om niets zomaar te geloven. Bij sommige stembureaus was verkeerd geteld of onnauwkeurig gerapporteerd en moest er opnieuw geteld worden. De mensen van de slordigheden waren moe geweest (of ‘moe’). Tellingen werden stopgezet en weer hervat; het ging op het laatst met een paar handenvol per dag omhoog. En het was niemands schuld: niet van het organiserende Onafhankelijk Kiesbureau, niet van het verantwoordelijke ministerie van Binnenlandse Zaken, niet van de uitvoerende mensen die moe waren, of ‘moe’.

Ronnie Brunswijk, een man aan wie we nog veel plezier gaan beleven omdat hij als leider van de derde grootste partij de gouden sleutel in handen heeft voor de vorming van een nieuwe regering en de keuze van een nieuwe president, vertelde in geuren en kleuren hoe hij met z’n blote handen een poging tot stembusfraude heeft voorkomen. De redder van de democratie vond het zelf ook een goed verhaal.

Als je uitzoomt zie je iets anders: een land dat gewoon functioneert. Misschien een bacovenwinkel soms, misschien niet zo aangeharkt en zo zorgvuldig ontdaan van alle kleur die buiten de lijntjes zit als Nederland. Maar geen bananenrepubliek.

(Stef Blok: even opletten nu).

Een land dat verkiezingen heeft georganiseerd. Deze zijn, zeggen internationale waarnemers die idiotie en geweld bij stembussen gewend zijn, vreedzaam en kleurrijk en vrolijk verlopen. Een land waar het volk zonder vrees heeft gekozen voor een nieuwe koers. Een land met zelfbewuste en dappere burgers die, toen de uitslag op zich liet wachten, naar de plek gingen waar al hun stembiljetten lagen, om die te bewaken en om de tellers op de vingers te kijken. Een land waar dat gewoon kan.

De verliezende president en zijn getrouwen haalden vreemde trucs uit om een rookgordijn op te trekken in de bacovenwinkel, maar de mensen wapperden de rook weg en waarschuwden elkaar voor alle scenario's. Probeert hij de verkiezingen te stelen, is hij bezig met sporen wissen en vluchten, wil hij onrust zaaien om de noodtoestand uit te kunnen roepen, is hij ondertussen sleutelfiguren aan het omkopen om door te kunnen regeren?

De speculerende klasse kwam er niet uit, maar heeft één zekerheid: er is altijd de rechter nog als het verkeerd loopt. Want de rechtsstaat functioneert, en hoe. Onlangs veroordeelde die nog een zittende president tot 20 jaar cel. De hele wereld stond ervan te kijken, zoiets zie je niet vaak – nooit eigenlijk.

Dat alles het nog doet, is een kolossale verdienste in een land dat in tien jaar tijd is leeggeplukt, gedemoraliseerd en een regering heeft verdragen die aan de poten van alle controlerende en rechtsprekende instituties heeft proberen te zagen.

Vijf jaar doorzagen en je hebt Venezuela – de olievelden voor de kust liggen er. Vijf jaar werken aan herstel, en daarbij alle ellende die in de woorden ‘werken aan herstel’ vervat liggen manmoedig dragen, en de mensen kunnen weer redeloos trots zijn. Stef Blok zou eens moeten gaan kijken, misschien steekt hij er iets van op.

Meer over