Misschien is het Gordons kracht dat hij over iedereen kan klagen

Het is zaak om de biografie van Gordon op tijd te kopen, want hij wordt met elke druk een aantal pagina’s dunner. ‘Als u deze neemt, zei de welwillende boekverkoper tegen me en wees op het stapeltje verse Gordons, ‘staat dat gedoe over zijn ouders en Erik de Zwart er niet meer in.’ Gelukkig had hij een oud inkijkexemplaar, en dat nam ik mee.

In de volgende druk zijn waarschijnlijk ook Gordons broer Johnny, zijn zus Lydia, Gerard Joling, John Ewbank, Bold & The Beautiful-acteur Jeff Trachta en Winston Gerschtanowitz geschrapt, want die zijn de afgelopen weken allemaal kwaad op Gordon geworden.

En dat voor een biografie van een man die zichzelf zo omschrijft: ‘Ik was en ben een magneet vol positieve energie.’ Een positieve magneet die, maar dat kan de beste positieve magneten overkomen, aanhoudend ruzie heeft met mensen.

Lastige tegenstelling voor een biograaf: een man interviewen die zichzelf ziet als een louter goede bijdrage aan de wereld, en die toch elke dag drie nu.nl-achterklapartikelen aan zijn broek heeft hangen over de zoveelste ruzie met de zoveelste ex-Topper.

Het probleem wordt subtiel geschetst als de biograaf uitlegt hoe Gordon over zijn familie vertelt. ‘Het ene moment spreekt hij vol warmte over ze (…). Maar een maand later gaat het over het verdriet en de woede die ze bij hem oproepen.’ Dat is de kwestie met het genre Gordonbiografie: je moet hem eigenlijk dagelijks updaten.

Als lezer word je keihard heen en weer geslingerd tussen de positieve en negatieve pool van de magneet die Gordon is. Het lijkt mij bijvoorbeeld knotsgezellig, met Gerard Joling in een chic restaurant zitten en keihard scheten laten – in de passages waarin Joling voorkomt worden sowieso opvallend veel scheten gelaten – maar even later richt Joling tijdens een huisfeestje van Gordon zoiets ergs aan dat zelfs Gordon niet wil navertellen wat er is gebeurd. Dan moet het wel héél erg zijn.

Of Tineke. De Nooij. Zij is Gordons showbizzmoeder, maar in het hoofdstuk waarin hij reflecteert op de vraag waarom hij is gaan drinken, zegt hij: ‘Eigenlijk ben ik gaan drinken door Tineke de Nooij.’ Eerst leerde ze hem wodkashotjes doen, daarna introduceerde ze hem in de wereld van de Zuid-Afrikaanse wijn. Die hem aan de rand van de financiële afgrond bracht, na een fikse investering in de Cape Gordon die de C1000 uit het schap haalde. Gelukkig kon hij driehonderd dozen kwijt bij René Froger. Want die was dol op Cape Gordon. En wordt door Gordon beschuldigd van een kwade dronk.

Misschien is dat Gordons kracht: dat hij over iedereen kan klagen. ‘Ik ben groot geworden door te klagen, zegt hij op pagina 73 op een onverwacht moment van zelfinzicht.

‘Ik ben een blij man, sluit hij het boek in zijn nawoord af.

Ik vrees dat dát toch niet helemaal waar is.

Meer over