ColumnThomas van der Meer

Misschien is de sociale vaardigheid bij sommige mensen niet goed ontwikkeld en kunnen ze niet anders

Thomas van der Meer tegel Beeld Thomas van der Meer tegel
Thomas van der Meer tegelBeeld Thomas van der Meer tegel

‘Aansteller’, zegt mevrouw Timmer (98). Ze staat met haar rollator in de deuropening van haar kamer te kijken hoe ik me in een plastic pak hijs, voordat ik de kamer van de overbuurvrouw binnenga. De overbuurvrouw heeft corona. We zitten middenin een uitbraak en dat kan mevrouw Timmer niet zijn ontgaan. Al vijf dagen achtereen parkeert de begrafenisondernemer zijn wagen onder haar raam. Gisteren zelfs twee keer.

‘Ik lach je vierkant uit’, zegt ze. Ze gooit haar hoofd achterover en roept: ‘Ha-ha-ha.’

Mevrouw Timmer is een draak. Als ze op de alarmbel heeft gedrukt, moet ik in een oogwenk bij haar zijn, anders houdt ze de bel ingedrukt en slaat het hele alarmsysteem op hol.

En als haar iets niet zint, schuift ze met glinsterende oogjes haar beker chocolademelk naar de rand van de tafel. Gelukkig beweegt ze in slowmotion: ik ben er altijd op tijd bij.

Ik trek de deur van de overbuurvrouw achter me dicht. Mevrouw Steur (87) moet worden verschoond en ik heb een boek voor haar meegenomen. In haar werkende leven was ze bibliothecaris. Ik heb eens gevraagd of ze met mij in een boekenclub wilde en dat wilde ze niet. Geen tijd. ‘Iedereen denkt dat je achterover kunt leunen als je in een verzorgingshuis zit. Vergeet het maar.’

Nu leen ik haar af en toe boeken, die we tijdens het wassen en aankleden bespreken.

Zo is ze toch met mij in een boekenclub beland. Vanmorgen stond ik lang voor mijn boekenkast te twijfelen, want dit kon wel eens het laatste boek zijn dat ze leest. Ik koos Een vrouw in de poolnacht van Christiane Ritter, het betoverende verslag van de eerste Europese vrouw die overwinterde op de Noordpool.

‘Hoe noem je dat eigenlijk?’, vraagt mevrouw Steur met een dun stemmetje, en ze wijst naar het incontinentiemateriaal. Dat heeft ze nodig nu ze te zwak is om uit bed te komen. ‘Is dat een luier?’

‘Nee.’

‘Wat is het dan?’

‘Het is een broekje dat je dichtplakt.’

‘Ik vind het zo erg dat ik luiers moet dragen.’

‘Het ís geen luier.’

‘Ik vind het zo erg.’

‘Het jaar is bijna om’, zeg ik, om maar ergens anders over te beginnen.

‘O, ja. Weet je waar ik me dit jaar vreselijk aan heb zitten ergeren?’ vraagt ze.

‘Nou?’

‘Al die mensen die menen dat andere mensen zich aanstellen.’

Ik denk natuurlijk aan mevrouw Timmer, maar die bedoelt ze niet. Wat mevrouw Steur bedoelt valt het best te illustreren aan het voorbeeld van Akwasi, die in september in een interview vertelde dat zijn juf hem vroeger aquarium noemde. #Akwasi en #aquarium raakten vervolgens trending op Twitter, omdat heel veel mensen kwamen vertellen dat zij door hun juf ook weleens voor druiloor waren uitgemaakt. ‘Moet ik nu ook gaan huilen?’ vroegen die mensen zich af.

‘Het is eigenlijk heel ironisch’, zegt mevrouw Steur. Ze richt zich op in haar bed. ‘Heel veel mensen vonden dat hij zich aanstelde en dat bewees juist dat hij gelijk had: zwarte mensen zijn een gemarginaliseerde groep. Misschien wel de meest gemarginaliseerde groep in de samenleving. Homo’s worden bijvoorbeeld ook niet altijd serieus genomen als ze zeggen dat ze worden gediscrimineerd, maar wel vaker dan zwarte mensen. De mate waarin je serieus wordt genomen, zegt iets over je positie. Maar ik ben de enige die dit snapt, geloof ik. Straks ga ik dood aan corona en dan is er niemand meer die dit snapt.’

Nu mevrouw Steur zo lekker op dreef is, begin ik juist te denken dat Een vrouw in de poolnacht niet haar laatste boek zal zijn.

‘Misschien kunnen die mensen niet anders’, zeg ik. ‘Misschien bestaat er zoiets als sociologisch inzicht. Een vaardigheid die bij ieder mens in aanleg aanwezig is, net als ruimtelijk inzicht, maar bij sommige mensen niet goed is ontwikkeld.’

Die theorie gaat er bij mevrouw Steur niet in. ‘Het is gewoon zelfbedrog’, zegt ze. ‘Die mensen zijn bang voor verandering en dat ze er zelf op achteruitgaan.’ Ze legt Een vrouw in de poolnacht op haar nachtkastje. ‘Die ga ik lezen als ik beter ben.’

De namen van de dames Timmer en Steur zijn gefingeerd.

Meer over