Minder werkdruk levert echt beter onderwijs op

Het onderwijs mag niet klagen over werkdruk, stelde Ferry Haan vorige week. De vakbonden zijn het daar niet mee eens en willen toch gaan staken.

Walter Dresscher en Edith Snoeij en Michel Rog

Vanaf vandaag organiseren de onderwijsbonden een estafettestaking in het voortgezet onderwijs. Wij verwachten een grote actiebereidheid omdat het wantrouwen van leraren ten opzichte van de managers groot is. Leraren willen dolgraag kwaliteit leveren en minder lopendebandlessen draaien.

Ferry Haan stelt dat de onderwijsbonden beter op kunnen komen voor een aantrekkelijker beroep dan te klagen over werkdruk. Daar is het hele conflict over de cao voortgezet onderwijs nu juist om begonnen. Hoger loon, betere ondersteuning en een lagere werkdruk.

Over de eerste twee punten van de cao-onderhandelingen waren onderwijsbonden en de werkgevers het redelijk snel eens. Zelfs over de werkdruk kregen de onderhandelaars een afspraak op papier. Als eerste stap spraken de werkgeversorganisatie VO-raad en de bonden af om de jaarlijkse lessentaak van leraren te verminderen met 3 procent. Voor een gemiddelde school gaat het dan om een vermindering van 750 naar 728 klokuren. Een mooie afspraak, om twee redenen.

Om te beginnen kwam een maximale lestaak weer in de cao terug, terwijl afspraken daarvoor tot dan toe op lokaal niveau werden gemaakt. Iets waar leraren niet blij mee zijn, ze voelen zich vaak onder druk gezet om nog een lesje extra te geven, een paar uurtjes in te vallen voor een zieke collega of meer mentorklassen te nemen.

Docenten vragen om een duidelijke richtlijn. Werkdrukvermindering vecht bij de voorbereiding van de cao altijd om de eerste plaats met het salaris. Er is een flinke groep docenten die liever die werkdruk omlaag ziet gaan dan een half procentje meer.

Die dachten we te hebben. Het lijkt niet veel, een wekelijkse lessenvermindering van 22 uur per jaar maar voor iemand met 38 lesweken is dat een vermindering van 25 naar 23 lessen van 50 minuten. Kijkend naar de praktijk is dat een flinke stap hoewel de Nederlandse leraar dan nog langer dan veel van zijn collega’s in Europa les blijft geven.

Een gemiddelde leraar ziet nu iedere week twaalf klassen met samen zo’n 300 leerlingen aan zich voorbijtrekken. Volgens de gemaakte afspraak komt dat straks uit op één klas minder. Dus 25 leerlingen minder.

Rendement

Dat scheelt in het monitoren van de vooruitgang, het voorbereiden, het nakijken, het bespreken. 3 procent minder lessen, maakt 8 procent minder werkdruk en meer aandacht voor de andere leerlingen. Dat is een stevig rendement op een kleine investering. Iets dat extra hard nodig is voor partimers, die relatief véél lessen geven en weinig andere taken.

Maar het onderhandelaarsakkoord was nog niet getekend of de VO-raad kondigde aan dat men het niet eens wilde voorleggen aan de aangesloten scholen. Er werden spookverhalen de wereld in gebracht. Het akkoord zou onbetaalbaar zijn. De klassen zouden groter moeten worden of er zouden minder lesweken gegeven kunnen worden.

Misschien was het nog net te doen voor fulltimers, maar voor parttimers – die de meeste lessen draaien – kon het niet uit.

Spookverhalen, want de meerkosten worden door de werkgevers becijferd op 100 miljoen extra. Voor een sector die al een aantal jaren precies dat bedrag per jaar overhoudt op de inkomsten – en die op spaarrekeningen parkeert – kan dat geen probleem zijn. Bovendien hebben de scholen net zonder enige voorwaarde vooraf van staatssecretaris Van Bijsterveldt 200 miljoen gekregen voor kwaliteitsverbetering.

Lopende band

Werkdrukverlaging is de beste vorm van kwaliteitsverbetering. Als leraren minder lopendebandlessen hoeven te draaien, acht procent minder leerlingen onder hun hoede hebben, kunnen zij meer tijd steken in voorbereiding, begeleiding en nawerk.

Kortom, de kosten zijn geen probleem, wat ons door zeer grote en zeer kleine schoolbesturen die de maatregel wel willen uitvoeren ook wordt bevestigd.

Het is dan ook verbijsterend dat een meerderheid van de scholen onder de afspraken probeert uit te komen die hun onderhandelaars zelf hebben gemaakt. Misschien zit er dan ook iets anders achter het feit dat de VO-raad de eigen onderhandelaars binnen een paar uur in de kou liet staan. Schoolmanagers zien de laatste tijd dat hun autonomie een heel klein beetje wordt ingeperkt.

Want er wordt inderdaad –gelukkig- getornd aan die autonomie. Dat was begin dit jaar het geval bij de afspraken rondom het Convenant Leerkracht, waarin onder meer is afgesproken dat zij meer geld krijgen alleen als er aantoonbaar meer leraren in hogere salarisschalen terecht komen. En nu staan er weer harde afspraken in de cao over werkdrukvermindering. Managers hebben dat liever niet, weten we uit ervaring.

Afspraken

Afspraken uit het verleden zonder zulke garanties werden op de werkvloer – op een enkele fatsoenlijke school na – gewoon niet uitgevoerd.

Leraren werden de laatste jaren steeds lager ingeschaald, waardoor het beroep onaantrekkelijker is geworden. De werkdruk is de laatste jaren opgevoerd onder druk van de lesurencontrole van het ministerie en het tekort aan leraren. Ondertussen zagen we de spaartegoeden stijgen en zien we steeds meer directies zichzelf omtoveren in colleges van bestuur, met een hoger salaris voor hetzelfde werk.

De autonomie van de werkgevers heeft het onderwijs niet veel vooruitgang gebracht.

Dat daar een beetje aan geknabbeld wordt, is daarom winst voor het onderwijs. De plannen voor versnelde doorstroom naar hogere schalen en de werkdrukafspraken maken het beroep aantrekkelijker.

Op die punten zijn wij het tegenwoordig vaker eens met het ministerie van Onderwijs, dan de managers van de scholen voor voortgezet onderwijs. Als er dan een onderwijsstaking voor nodig is om verbetering van de positie van docenten te breiken, dan moeten wij daar – helaas - toe overgaan, maar liever geven leraren gewoon les.

null Beeld
Meer over