De week van de hoofdredacteurPhilippe Remarque

Mijn laatste stukje in de Volkskrant

null Beeld
Beeld

Deze laatste week was aangenaam vreemd. Ik wilde even mijn tablet pakken, liep zonder nadenken over mijn geitenpaadje de kamer van de hoofdredacteur in. Daar zat een andere lange vent achter het bureau. ‘Oh! Sorry.’

Van Marketing kreeg ik een mailtje: ‘Beste Philippe, we zullen je de komende dagen van alle communicatie verwijderen. (Sorry, klinkt hard, niet zo bedoeld.) Mocht je jezelf nog ergens ­tegenkomen, laat het graag weten dan passen we het z.s.m. aan.’

De sporen worden uitgewist en zo hoort het: de koning is dood, leve de koning. Toen een radio-interviewer vorige week naar mijn gevoelens vroeg, zei ik dat mij het onverdraaglijke van doodgaan lijkt dat de wereld met alle plezier, belevenissen en geliefden erop gewoon doordraait, maar dan zonder jou. Zo voel ik dat ook een beetje dezer dagen.

Dit is het laatste stukje dat ik voor de Volkskrant schrijf. Er komt voor mij nu een einde aan 29 jaar als journalist, in Moskou, Amsterdam, Berlijn, Den Haag en Washington en daarna in de hoofd­redactie. 23 jaar daarvan schreef ik in de Volkskrant. Ik ben vergroeid geraakt met deze krant, met de leuke mensen die er werken, met het hoofdredacteurschap, met de tienuurvergadering in de ochtend, het commentaarberaad, de actualiteit 24 uur per dag, het voortdurende nadenken over hoe we de krant en site beter kunnen maken.

Maar juist het vergroeid zijn maakt het zo gezond om de hoofdredacteur eens in de zoveel tijd te vervangen. Goed voor de Volkskrant dat er nieuwe mensen komen met een andere blik, die nieuwe beslissingen nemen en hun eigen stempel op de krant drukken. Ik vertrouw dat mijn opvolger Pieter Klok en de goede journalisten die hij in de hoofdredactie heeft benoemd zeer toe.

Ik voelde deze week ook al een soort lichtheid: ‘de nieuwe’ neemt het stuur over. Het zal anders worden dan in het afgelopen tijdperk, en als het goed is beter. Maar ik ben er zeker van dat de opvolgers zullen opereren in dezelfde open geest die ik altijd voor de Volkskrant heb nagestreefd als hoofdredacteur.

Dat is in mijn ogen hard nodig. Daar waar veel mensen tegenwoordig hun mening à la minute klaar hebben, zich opdelen in zwart-witdenkende kampen en anderen digitaal verketteren zoals ze in het gezicht nooit zouden durven, moet de journalistiek zichzelf blijven. Zaken met nieuwsgierigheid en kritische geest onderzoeken, maar altijd van alle kanten laten zien. Debatten op het scherpst van de snede voeren, maar met begrip voor andermans standpunt. Ook ruimte bieden aan wat mensen bindt en aan positieve ontwikkelingen. Nu er zo’n verwarrende stroom aan informatie om ons heen kolkt, zijn onafhankelijke redacties harder nodig dan ooit. Om te onderzoeken hoe het zit, om lezers in staat te stellen te begrijpen wat er gebeurt.

Dat is niet makkelijk. Verslaggevers moeten waarheidszoekers zijn, en dus ook hun eigen veronderstellingen altijd proberen te ondergraven, zoals Karl Popper dat voorschreef voor de wetenschap. Zoiets vergt veel nadenken, plus enige moed en bescheidenheid.

En dan is nog maar het halve werk gedaan. Die verhalen moet je ook zo schrijven en presenteren dat lezers er graag aan beginnen. Waar de redactie zich vaak langdurig in een onderwerp heeft verdiept, stuit de argeloze lezer er voor het eerst op. Zij of hij moet worden verleid, over een drempel worden geholpen. Die omschakeling, van makers­logica naar lezerslogica, heeft mij als schrijver doen zoeken naar aantrekkelijke beelden en scènes om mijn verhaal te vertellen, naar humor om zaken verteerbaar te maken, naar persoonlijkheid.

Zo moet het in mijn ogen ook met de Volkskrant als geheel. Die moet verleiden, je moet er zin in hebben, je moet willen weten. Dat lukt alleen als we iets eigens toevoegen, als we intelligent en scherp zijn. Maar ook geestig en goedgeluimd. Het mag geen huiswerk worden, want dan laten de mensen je links liggen en is de journalistieke missie mislukt, hoe goed en belangrijk het onderwerp inhoudelijk ook was.

Het is mijn grote geluk geweest dat bij de Volkskrant heel veel mensen rondlopen en er tijdens mijn hoofdredacteurschap honderden zijn bijgekomen, vast of freelance, die dit aanvoelen en er talent voor hebben, zowel voor de inhoud als voor het schrijven en de presentatie, digitaal en op papier. Dat we zoveel goede columnisten, fotografen en illustratoren hebben. Ik neem met liefde én een gerust hart afscheid van mijn collega’s. En ik zal ze helpen als uitgever van de krant – mijn nieuwe werk – om de kwaliteitsjournalistiek een nieuw tijdperk in te dragen. Dat is de taak die op de schouders van onze generatie rust.

Mijn grootste dank gaat uit naar u, de lezer. Alleen dankzij uw enthousiasme, steun en kritiek bloeit de Volkskrant, en zal zij blijven bloeien.

‘Ik zal het missen om geleefd te worden’

Hoe kijkt Philippe Remarque terug op zijn chefschap? En hoe verhield de inspirerende leider zich tot de harde manager? ‘Het waren de gelukkigste jaren van mijn leven.’

Remarque wordt opgevolgd door Pieter Klok. Klok zal worden bijgestaan door vier adjunct-hoofd­redacteuren.

Lees in deze column van Philippe Remarque waarom hij vertrekt als hoofdredacteur van de Volkskrant.

‘Dit is niet alleen de leukste en eervolste baan van Nederland. Het is ook een dollemansrit geweest die we samen hebben beleefd.’ Lees hier de afscheidstoespraak van Philippe Remarque.

Meer over