ColumnElma Drayer

Mij verbijstert het gemak waarmee wetenschappers zo’n lab-setting voor de werkelijkheid aanzien

null Beeld
Elma Drayer

De Nederlandse Stevinpremie, zo’n onderscheiding die steevast het epitheton ‘prestigieuze’ meekrijgt, ging vorige week naar Judi Mesman, hoogleraar Interdisciplinaire studie van maatschappelijke uitdagingen te Leiden. Daarmee kan ze 2,5 miljoen euro vrij besteden aan onderzoek. ‘Mesman staat bekend als een publieke intellectueel’, aldus de commissie. Ze is iemand ‘met een enorme energie en charisma’ die zich ‘breed inzet voor sociale rechtvaardigheid’ – onthoud die term.

Ter ere van de prijs bracht de zaterdagkrant een interview met de laureaat. De kop boven het stuk online (‘Veel jonge witte kinderen willen in de klas niet naast kinderen van kleur zitten’) leidde tot voorspelbare ophef. ‘Altijd weer hetzelfde gezeik. Witte mensen slecht, zwarte mensen goed’, las ik. ‘Door blanken nonstop te demoniseren vergroot je de tweespalt alleen maar’, schreef een ander. Een derde: ‘Wanneer houdt deze aperte flauwekul ooit op?’ En dit waren nog de beschaafdst geformuleerde reacties. Het zal geen toeval zijn dat Mesmans Twitteraccount ineens onvindbaar was.

Heel vervelend. Maar ook zonder te vervallen in briesend getwitter kun je vraagtekens plaatsen bij de uitlatingen die de hoogleraar in het interview deed. Zo blijkt Mesman gepassioneerd aanhanger van het idee dat kinderen zich ‘gerepresenteerd’ moeten zien in de boeken die ze op school lezen. Dat daar nu méér mannen dan vrouwen in voorkomen, bovengemiddeld vaak zwarte topsporters en nul homo’s zijn volgens haar ‘subtiele signalen’ die verschillen in stand houden. Ze vergelijkt het met sluikreclame: je meent dat je er immuun voor bent, maar ondertussen. Om emancipatoire redenen, vindt ze, moet dat veranderen. ‘Zodat een zwart kind denkt: ik kan niet alleen sporter worden, maar ook wetenschapper.’

Zou het heus? Laat ik me veiligheidshalve beperken tot wat ik uit ervaring ken.

Generaties meisjes groeiden op in een tijd dat vrouwelijke rolmodellen niet bepaald voor het oprapen lagen. Laat staan dat ze zichzelf terugvonden in de schoolboeken die ze opensloegen. Toch heeft ze dat niet verhinderd nu al ruim twintig jaar te domineren in de collegebanken. (Sinds de eeuwwisseling zijn ze daar in de meerderheid.) Dat ze vervolgens minder vaak dan mannelijke afgestudeerden carrière maken is zonder meer heel verdrietig. Maar menen dat je dit oplost door schoolboeken inclusiever te maken lijkt me op z’n best wensdenken. Het vraagstuk is te complex om toe te schrijven aan zoiets als beeldvorming. Als die al een rol speelt, dan een zeer bescheiden.

Dan haar onderzoek naar vooroordelen bij kinderen, waar die twitteraars zo van over de piemel raakten. Samengevat: ze liet aan witte kinderen foto’s zien van kinderen van kleur, van kinderen met een moslimachtergrond en van witte kinderen. Waarna zij onder meer moesten zeggen naast wie ze al dan niet in de klas wilden zitten en met wie ze al dan niet wilden spelen. Et voilà, 70 procent verkoos leliewitte kindjes om mee te spelen en wilde niet naast kindjes van kleur zitten. Het zou volgens Mesman aantonen dat witte kinderen al op jonge leeftijd kampen met vooroordelen – uiteraard dankzij hun ouders. Want ook als die geen belijdende racisten zijn, zouden ze op subtiele wijze hun kinderen beïnvloeden, bijvoorbeeld door op het schoolplein nauwelijks contact te leggen met moeders die een hoofddoek dragen.

Het ligt ongetwijfeld aan mij, maar mij verbijstert vooral het gemak waarmee wetenschappers zo’n onderzoek uitgevoerd in een laboratoriumsetting een-op-een geldig verklaren voor de werkelijkheid waarin u en ik leven. Alsof het antwoord op een vraag bij een plaatje iets zegt over je gedrag in de praktijk van alledag. Alsof andere factoren hoegenaamd geen rol spelen.

Bijna koket beaamt Mesman ten slotte dat wetenschap en activisme bij haar ‘wat’ in elkaar overlopen. Ze kan niet de neutrale wetenschapper uithangen, zegt ze. ‘Dat kan niemand, trouwens, geen wetenschapper is volstrekt neutraal.’ Het zal gerust. Maar je academische werkzaamheden ten dienste stellen van sociale rechtvaardigheid gaat een stap verder. Hoe nobel bedoeld ook, sociale wetenschappers die dat beogen zijn als mijn collega’s die het concept ‘constructieve journalistiek’ omarmen. Ook zij willen de wereld verbeteren. Alleen vergeten ze in hun ideologische ijver te doen waartoe ze op aarde zijn.

Ze beschrijven de werkelijkheid zoals zij denken dat die is. En niet zoals die is.

Elma Drayer is neerlandicus en journalist.

Meer over