Columnbert wagendorp

Met woorden gaan we de energietransitie wel halen, met daden ligt het complexer

null Beeld

Het Internationaal Energie-agentschap (IEA) heeft een routekaart voor de mondiale energiesector uitgebracht. De nieuwe route (Net Zero by 2050) moet ervoor zorgen dat in 2050 de uitstoot van broeikasgassen netto naar nul wordt gebracht, waardoor de opwarming van de aarde tot anderhalve graad beperkt blijft. Er moet nog wel wat gebeuren om zover te komen. De kans op succes, schat IEA in, is ‘klein maar haalbaar’.

Het IEA is een samenwerkingsverband van dertig geïndustrialiseerde landen (plus acht ‘geassocieerde’ landen, waaronder China). Het is voor het eerst dat het agentschap er zo drastisch inkleunt. Dat moet ook, schrijven de onderzoekers, want ‘het aantal landen dat heeft beloofd de uitstoot terug te brengen naar netto nul neemt toe, maar dat geldt ook voor de ­wereldwijde emissie van broeikassen.’ Dat is problematisch. ‘Netto nul’ is de hoeveelheid broeikasgassen die de natuur kan opvangen, geholpen door nieuwe technieken, zoals de opslag van CO2. Het kost ook nogal wat: 4.100 miljard euro in 2030.

Het belangrijkst in de roadmap is dat oliemaatschappijen stoppen met zoeken naar nieuwe olie- en gasvelden. Als je niet zoekt vind je ook niets, is de achterliggende gedachte, en dat zal de zoektocht naar duurzame alternatieven versterken. Er mogen van het IEA ook geen kolencentrales zonder CO2-afvang meer worden gebouwd, zodat de nadruk noodgedwongen verschuift naar wind-, zonne- en kernenergie.

In 2030 (over negen jaar) moeten alle nieuwe gebouwen CO2-neutraal zijn en zestig procent van alle verkochte auto’s elektrisch. Vijf jaar later moet er een verbod komen op de verkoop van auto’s met verbrandingsmotor.

Dat is allemaal erg radicaal, en dat geeft IEA ook toe. Het agentschap schetste het meest vergaande scenario: dat van een ‘ongekende transitie’. De routekaart is ontworpen op verzoek van de Britse regering, die in november de klimaattop van Glasgow organiseert.

De opgave is behalve ongekend ook enorm. Het IEA berekent dat er tot 2030 630 gigawatt aan zonne-energie bij moet komen en 390 gigawatt uit wind. In Nederland staat momenteel bijna 7 gigawatt aan windmolens en 10 aan zonnepanelen. Elke dag, schrijft het IEA, moet er een hoeveelheid zonne-energiecentrales ter grootte van het grootste zonnepark ter wereld worden bijgeplaatst – dat is het Bhadla Solar Park in India (2,25 gigawatt). Dat is ambitieus.

En dan zijn we er in 2050 nog niet: de helft van de reductie die in 2050 moet zijn verwezenlijkt, moet uit technieken ­komen die momenteel nog in de kinderschoenen staan, of die nog niet eens zijn bedacht. George van Hal schreef woensdag bijvoorbeeld in de Volkskrant over ‘optische rectennes’ die middels ‘resonant tunnelen’ energie uit warmte kunnen halen. Het zal nog even duren voor die techniek bruikbaar is.

Bovendien moeten de geïndustrialiseerde landen de ontwikkelingslanden helpen bij de uitvoering van de plannen, ­anders wordt het niks.

Gaan we het halen?

Als je de voorwaarden in het rapport Net Zero by 2050 – A Roadmap for the Global Energy Sector leest, bekruipt je de twijfel. Er worden wereldwijd honderden nieuwe kolencentrales ­gebouwd, vooral in China, en de vraag naar olie neemt toe, in plaats van af. Shell verklaarde dinsdag het rapport van het IEA eerst een half jaartje goed te gaan bestuderen. Ondanks de ­oproep van dertig procent van zijn aandeelhouders het roer nú om te gooien.

Met woorden en rapporten halen we de gewenste energietransitie gemakkelijk, maar met daden ligt het wat complexer.

Meer over