Columnbert wagendorp

Met wolven, jakhalzen en lynxen wordt de halvering van de veestapel een natuurlijk proces

null Beeld

Inmiddels zijn we gewend aan de aanwezigheid van de wolf in ons land. De wolf hoort er al echt bij, terwijl nog maar een paar jaar geleden het land in rep en roer was toen een Duitse wolf zich over de grens had gewaagd. Inmiddels zitten we allang in Fase 4 van het Interprovinciaal Wolvenplan (‘roedelvorming’) en kijkt niemand meer gek op van een lone wolf in de achtertuin.

Afgelopen week zag de Groningse landbouwer Jan Kolhorn uit Uithuizermeeden een dier langs zijn aardappelvelden drentelen. Eerst dacht hij aan een hond, toen aan een vos en daarna aan een wolf. Maar het was dus een goudjakhals, zo bleek uit de iPhonebeelden van Kolhorn. De goudjakhals kan wel denken dat hij ons land ongemerkt kan veroveren, maar daar vergist hij zich in. We zijn inmiddels overgestapt op continue camerabewaking. Er waren wel foto’s van de goudjakhals in Nederland, maar live-beelden vanaf een trekker waren nieuw. Dat wijst erop dat de goudjakhals oprukt en zich van de mens weinig aantrekt. De goudjakhals maakte geen schichtige indruk, hij deed alsof het aardappelveld van hem was.

Volgens de ecoloog Glenn Lelieveld, vaste commentator nieuwe dieren, is er in Nederland ruimte voor zesduizend goudjakhalzen. Zesduizend! De goudjakhals staat erom bekend dat hij zich heel goed kan verstoppen - behalve de goudjakhals in Uithuizermeeden dan - maar met zesduizend van die beesten wordt het moeilijk om genoeg verstopplekken te vinden en worden filmpjes van goudjakhalzen heel gewoon.

Vroeger hadden we hier konijnen, reeën en een enkele goudfazant, tegenwoordig wemelt het, naast wolven en de goudjakhalzen, ook nog van de otters, bevers en damherten. Nog even en David Attenborough komt hier een documentaire opnemen. En dan heb ik het nog niet eens over de lynx, een minitijger die ook al is gesignaleerd. Als het zo doorgaat voltrekt de gewenste halvering van de veestapel zich op natuurlijke wijze. Tot overmaat van ramp was er recentelijk ook nog de melding van twee wasberen in Vught. Eentje sliep in een boom, de andere zat in een kippenhok een kip op te kluiven.

Het waren niet de eerste wasberen op Nederlandse grond, een tijdje geleden bleek dat er een stuk of vijftig waren aangetroffen in Limburg. Eerst dreigden ze te worden afgeschoten; dat mag, want de wasbeer is een ‘invasieve exoot’, hij is niet op eigen houtje naar Europa gereisd, maar door de mens hierheen gehaald. Door Rudolf Hess nog wel, de nazi, maar dat kunnen we de wasbeer niet kwalijk nemen. Wel vind ik het een onaangenaam beestje met een fascistoïde kop.

Gelukkig voor de wasberen ging het afknallen niet door en werden de nieuwkomers opgevangen door de Stichting Aap. Nadat ze daar op krachten waren gekomen en van de schrik bekomen, was het de bedoeling ze te verdelen over dierentuinen. Maar ja, hoeveel wasberen heb je nodig, als dierentuin? Op een gegeven moment krijg je daar ic-achtige toestanden en komt de opvang van andere exoten in de knel. In Duitsland lopen anderhalf miljoen wasberen rond: als die in de gaten krijgen dat Wasbeerwonderland over de grens ligt, zijn we de sjaak.

Hoe moet dat nu verder? Mogelijk houdt de wolf de opmars van de goudjakhals enigszins onder controle, maar wie stopt de wasbeer? Volgens de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit, die zich er ook mee bemoeit, kunnen wasberen ‘huizen binnendringen en schade veroorzaken aan daken’. Dat kunnen we niet hebben, want de daken liggen vol zonnepanelen en de energietransitie mag niet in gevaar worden gebracht.

Er moet snel een Wasberenplan komen, want anders loopt het uit de klauwen. En voer de grensbewaking op!

Meer over