COLUMNPeter Buwalda

Met twee grote tassen vol boeken hupte ik op één been naar het ziekenhuis. Je houdt van literatuur of niet

Ja, kijk, het zit zo, dit is een feuilletoncolumn, waarin ik toch nog compact probeer te vertellen hoe ik in Denemarken 26 eerste drukken van Iris Murdoch heb ontvreemd, een operatie die zich over vele schijven voltrok. Vorige week kwamen de travellercheques en mijn waterski-ongeluk aan bod, twee cruciale schijven, zal blijken.

‘En toen?’ Jet, geeuwend.

‘Nou ja, toen hinkelde ik het verdere vrijgezellenfeest met een cirkelvormige beenwond achter mijn jaarclubg’noten aan, ‘niet zo snel’ kermend, en ‘wacht op mij’, maar dat deden ze niet. Het is een bikkelhard gezelschap, zo’n jaarclub, je gireert je contributie, maar medelijden is niet inbegrepen, jaarclubg’noten zijn geen vrienden, noteer dat maar ergens, het zijn huurlingen, dus wat gebeurde er, ze begonnen te snelwandelen, soms lachend omkijkend, maar dat is allemaal bijzaak, mijn duifje, en geen schijf dus.’

Het gaat erom dat ik twee dagen later gewond en zonder bankpasje in Aalborg aankwam. Deense bussen doen niet aan travellercheques, taxi’s evenmin, dus trekkebeende ik kilometers lang naar mijn landelijk gelegen Best Western-schijf, waar ik vijf nachten wilde blijven.

De volgende ochtend ging ik op reportage, wederom met de benenwagen, het Deense openbaar vervoer was helaas niet veranderd die nacht. Mijn cirkelvormige beenwond wel. Er lag een glazige slijmlaag op en van mijn knie was de buigfunctie komen te vervallen. Nu ja, gelukkig had dr. Arnie, mijn lijfarts en jaarclubg’noot, gezegd dat zoet water ontsmet, dus ik nam maar aan dat het ontsmettingsproces in volle gang was.

Zelfs op één been had ik de reportage snel af. Je kletst hier en daar wat, steekt wat foldertjes in je binnenzak. Prachtig beroep. De overige dagen lag Aalborg aan mijn voeten, nou ja, voet, want nummer twee kon ik halverwege niet meer zien, zo dik begon de cirkelvormige wond te worden, inmiddels een warme, kloppende tompouce van, ik gebruik het woord niet graag, vrienden, komt-ie, pus.

Je zou zeggen, op naar het ziekenhuis, maar nee, ik had een antiquariaat ontdekt. Wondvocht lekkend hinkelde ik naar binnen. Eigenlijk zag ik ze meteen, de schatjes. Zoals ik twee columns terug al meldde, stonden ze in een vitrine, 26 Iris Murdochs, het complete oeuvre van de grande dame in eerste druk.

‘Pak maar in’, ijlde ik.

Met twee grote supermarkttassen afgeladen met boeken hupte ik op één been naar het ziekenhuis. Je houdt van literatuur of niet. Het grapje had me twee travellercheques gekost, ik had er nog precies één over voor mijn laatste hotelnacht. Hoeveel zou amputeren kosten? Gelukkig zat ik bij Nationale Nederlanden.

De dokter vond me een rare. Te voet? Op één been? Met 20 kilo boeken? Ik kreeg meteen zware medicamenten, zalven, etc., maar de zaag bleef goddank in het foedraal, mazzel. Nationale Nederlanden kende de dokter evenwel niet. Ik zong de tune. Nee.

Mank maar nu ook blut, lezer, had ik de keuze: of ik ging mijn Iris Murdochjes terugbrengen, of ik verschoof het probleem richting hotel, waar ik een nachtje zou kunnen zwartslapen, eventueel. Prachtige boeken. Zo mooi dat ik vóór het slapengaan mijn naam erin zette. Terugbrengen was nu onmogelijk, wat rust gaf, en vrede.

Na een verkwikkende nacht, en een heerlijk ontbijtje (streekproducten, verse jus etc.), ben ik toen maar zonder uit te checken met de hele Murdoch in mijn vierkante sporttas naar buiten gesneakt en heel snel richting vliegveld gehinkeld.

Meer over