laat het stoppen

Met shutters zeg je zoiets als: ‘Ik woon hier wel, maar ik wil niks met jullie te maken hebben’

null Beeld

Moderne verschijnselen; we komen erin om. Maar we hoeven ons er toch niet altijd bij neer te leggen? Er zijn zaken waar we ons tegen ­kunnen – nee, móéten – verzetten. Deze week shutters.

Katinka Polderman

Ook in de tijd dat de dorpsjeugd wat bij elkaar klitte met minirok en Beatle-haar was vroeger alles beter. Wim Sonneveld bezong het tuinpad van zijn vader en de beplanting die aan weerszijden daarvan hoogstammig stond te zijn, en hij hekelde de moderne ‘betonnen dozen’: ‘Met flink veel glas, dan kun je zien, hoe of het bankstel staat bij Mien en d’r dressoir met plastic rozen.’

Toevallig wonen wij in een straat vol huizen die allemaal zijn uitgerust met ‘flink veel glas’, maar reken er niet op dat we ook maar één plastic roos kunnen zien. Al zouden mijn straatgenoten 35 kuub plastic rozen in hun huis hebben staan, direct achter het raam, we zien ze niet, geen glimp, geen snipper, want voor de ramen zitten in het slechtste geval stalen rolluiken en in het beste geval hangen erachter houten gordijnen. De hele straat zit potdicht.

Die rolluiken kennen we nu wel, die moeten natuurlijk direct worden verboden voor panden waarin geen juwelier of elektronicazaak zit. Dat vinden we al twintig jaar met z’n allen. Helpt niks, maar we vinden het wel.

Die houten gordijnen zijn iets nieuws. Shutters heten ze; ze zijn zo nieuw dat er nog geen Nederlands woord voor is. Eigenlijk zijn het luiken, van die lange smalle, zoals die wel (in het blauw) op van die Griekse witte huizen zitten, of (in een ander stijlvol kleurtje) op Franse boerderijtjes. De Grieken en Fransen sluiten ze af en toe om hitte buitenshuis te houden. Maar in Nederland zijn de luiken grijs of zwart, zitten ze aan de binnenkant en zijn ze dag en nacht, zomer en winter gesloten.

Nog even los van hoe het er binnen uit zal zien – donker, lijkt me, maar dat moeten die mensen lekker zelf weten, het is hún huis, ze doen maar, wat kan mij dat dressoir met plastic rozen schelen – geeft zo’n hermetisch afgesloten huizenrij de straat een bijzonder dystopisch aangezicht. Alsof de bewoners in afwachting van iets ergs – een tornado, een kernaanval, een rondwarende ondernemersgeest – hun huizen hebben gebarricadeerd.

Zo’n potdichte straat heeft iets vijandigs. Met shutters zeg je zoiets als: ‘Ik woon hier wel, maar ik wil niks met jullie te maken hebben en waag het niet om contact met me te zoeken.’

Zo bezien passen de shutters naadloos in de tijdgeest.

Wanneer zijn rolluiken en houten gordijnen geoorloofd? Ik denk dat een idioot met een mitrailleur die schietend door de straat trekt, gesloten luiken best zou legitimeren. Hele harde storm: ook een goede reden. Andere natuurrampen idem, al weet ik niet of je het, wanneer de metershoge lavastroom dampend en gutsend op je rijtjeswoning af dendert, redt met je houten gordijnen.

Maar gewoon ongegronde angst en achterdocht en het arrogante idee niet verantwoordelijk te zijn voor de sfeer in je leefomgeving: nee, dat zijn echt heel slechte redenen.

Kom op, gooi die luiken open. Als je het eng vindt mag het best kiertje voor kiertje.

Meer over