ColumnSheila Sitalsing

Met een beetje goede wil zou je van elan kunnen spreken – al moeten we natuurlijk niet overdrijven

null Beeld
Sheila Sitalsing

Zelfs in Rozendaal varieerde de stemming donderdag tussen onverschillig en sceptisch. Tot je dienst met je nieuwe coalitieakkoord, maar eerst zien en dan praten we wel verder, tekende verslaggever Charlotte Huisman op. Ze was er gaan kijken voor deze krant. Ze kwam terug met een nu al legendarische reportage vol bordercollies, hazewindhonden, labradors, borderterriërs en een heidewachtel.

Je zou denken: Rozendaal, daar heerst de jubelstemming. Met zijn statige huizen en zijn oude bomen en zijn inkomens die heel veel keer modaal zijn, waar men de eigenaar herkent aan de hond en waar driekwart van de stemgerechtigden stemde op de nieuwe-oude coalitie. Als men ergens welwillend en geïnteresseerd kennis zou hebben genomen van het nieuwe elan, dan daar.

‘Gepruts’, noteerde Huisman in de straten van Rozendaal. Interesse is weg. Duurde te lang. Vermoeidheid.

Dat is jammer, want er staan vermeldenswaardige dingen in het nieuwe akkoord. Vrolijk makend misschien zelfs wel, voor wie mild in het leven staat. Met een beetje goede wil zou je van elan kunnen spreken – al moeten we nou ook weer niet overdrijven. Lichtpuntjes zijn het, in donkere tijden van lockdown.

Want eindelijk stapt een centrum-rechts kabinet, dat geworteld is in een reeks kabinetten die de burger pas een goede burger vonden als-ie hardwerkend, redzaam, eigenbroekophoudend, succesvol en gewillig was, formeel van dat kale maatschappijbeeld af. Stapt het deels af van de meedogenloosheid en de starheid en de kilheid die was geslopen in de sociale zekerheid.

Met meer bijverdienmogelijkheden naast een uitkering zonder dat er meteen een leger sociaal rechercheurs door je koelkast gaat. Met de mogelijkheid om kinderen ook na hun 18de verjaardag thuis te kunnen houden, zonder dat dit tot problemen leidt met eventuele uitkeringen. Met een hoger minimumloon – een erkenning dat het schrapen kan zijn aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Met hardheidsclausules in de wet: bepalingen die ambtenaren de mogelijkheid geven om fouten te vergeven en vergissingen door de vingers te zien, om mensen met redelijkheid en mededogen te benaderen. Met een bewindspersoon die over armoedebestrijding en participatie gaat – als je aan de Mark Rutte van tien jaar geleden zou vertellen dat hij deze post op een dag zou instellen, in een ploeg zo groot dat geen bordes er groot genoeg voor is, zou hij je uitlachen. En met het terugdraaien van bezuinigingen op de sociale advocatuur waardoor burgers het makkelijker kunnen opnemen tegen de overheid.

Je zou het een draai kunnen noemen. Een afgedwongen draai. De samenleving vroeg er al langer om. Professionals in het veld waren allang met opgestoken middelvinger naar de Haagse regelfetisjisten onwerkbare wetten aan het overtreden – voor de goede zaak. Er waren schandalen voor nodig, ontluisterende verhalen van mensen die gemangeld zijn. Er waren parlementaire onderzoeken voor nodig, en rechtszaken tegen de staat, die koppig en hardleers bleef volharden in beleid dat gedoemd was tot ongelukken te leiden. Er was heel veel zelfonderzoek voor nodig, en schaamtevolle bekentenissen van rechters, beleidsambtenaren, beroepspolitici en ministers dat de overheid op heel veel terreinen heeft gefaald.

Ze konden niet anders, zou je kunnen zeggen. Het zou schandalig zijn geweest als ze níét tot inkeer waren gekomen, zou je ook kunnen zeggen. Of: ze zouden doof zijn geweest voor de roep van de tijdgeest, als ze stoïcijns hadden volgehouden dat succes een keuze is.

Je zou kunnen klagen dat het veel grote woorden zijn en dat we maar moeten zien wat er echt van komt, en dat het niet genoeg is, omdat het nooit genoeg is.

Je zou ook kunnen zeggen: maak er een mooi kabinet van.

Meer over