Met die wereldvreemdheid van Walings collega's is het echt niet zo erg gesteld

Het zou inderdaad heel erg zijn wanneer historici zich zouden opsluiten in een ivoren toren om van daaruit telkens maar gemakzuchtige en cynische commentaren de wereld in te sturen. Maar is dat wel zo?

De cast op de rode loper voorafgaand aan de premiere van de speelfilm Michiel de Ruyter. Beeld anp
De cast op de rode loper voorafgaand aan de premiere van de speelfilm Michiel de Ruyter.Beeld anp

In zijn gastcolumn van 1 februari verwijt Geerten Waling beroepshistorici dat ze 'alle verhalen die een bepaalde inspirerende waarde of boodschap vertolken automatisch onderuithalen en kapot relativeren'. Historici doen te veel aan specialistisch onderzoek en alles wat neigt naar een opheffende noot, debunken ze.

Het zou inderdaad heel erg zijn wanneer historici zich zouden opsluiten in een ivoren toren om van daaruit telkens maar gemakzuchtige en cynische commentaren de wereld in te sturen. Maar is dat wel zo? Veel prominente beroepshistorici werkten mee aan de populaire televisieserie De Gouden Eeuw. En de Opstand, ook bekend als de Tachtigjarige Oorlog, wordt bondig en aantrekkelijk uitgelegd door Anton van der Lem, conservator oude drukken van de Leidse Universiteitsbibliotheek, in zijn recent verschenen De Opstand in de Nederlanden, 1568-1648.

Zelfs in hun kritiek op de Michiel de Ruyterfilm, die Waling onlangs bij Studio PowNed mocht verdedigen tegen de protesten van een groep demonstranten, erkennen professionele historici Luc Panhuysen en Ronald Prud'homme van Reine dat je in een publieksfilm nooit honderd procent historisch correct kunt zijn. Nee, met die wereldvreemdheid van Walings collega's is het echt niet zo erg gesteld.

Helden tegen de schurken

Er is eerder sprake van een ander probleem. Waling zoekt in de geschiedenis naar 'verhalen die een bepaalde inspirerende waarde of boodschap vertolken'. En zo werkt historisch onderzoek niet. Al eerder stelde ik dat zoiets juist leidt tot 'selectief winkelen in het verleden', waarbij men alleen die dingen meeneemt die goed in zijn of haar straatje passen (Parool, 26 januari).

Bij historisch onderzoek gaat het er om kritisch met de bronnen en je eigen vooronderstellingen om te gaan. Op die manier kom je tot nieuwe inzichten. Vaak blijkt dan, dat zaken minder eenzijdig zijn dan we misschien zouden willen.

Laten we een voorbeeld nemen. In tegenstelling tot wat Waling samen met historicus Coos Huijsen beweert, was de Opstand geen ideologische revolutie met proto-moderne beginselverklaringen, maar eerder een burgeroorlog. En in de religieus verdeelde Republiek was tolerantie geen ideaal, zoals Waling en Huijsen lijken te denken, maar een uit nood geboren praktijk.

Relativeren bovenstaande inzichten de geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog kapot? Nee, natuurlijk niet. Sterker nog, een historisch verantwoorde weergave van de weerbarstige ontstaansgeschiedenis van de Republiek is een stuk bruikbaarder om de door religieuze conflicten en burgeroorlogen geteisterde wereld om ons heen te begrijpen.

Historische clichés over zogenaamd eensgezinde Nederlanders die het opnemen tegen tirannieke en bloeddorstige Spanjaarden helpen ons daarin weinig verder. Die kunnen we ook al in de Spiegel der Jeugd terugvinden, een invloedrijke maar inmiddels totaal achterhaalde geschiedenis van de Opstand uit 1614.

Verantwoord selecteren

'Geschiedenis is selectie', merkt Waling terecht op. Maar selectiviteit is geen excuus voor het consequent negeren van het bewijsmateriaal dat het eigen standpunt ontkracht. Historici moeten dus verder kijken dan hun neus lang is, open vragen stellen aan het verleden en daarbij (zelf-)kritisch blijven. Ons beeld van het verleden moet gestoeld zijn op degelijk historisch onderzoek en mag niet simpelweg gecreëerd worden om onze eigen ideeën in het heden te bevestigen.

Jasper van der Steen is historicus en promoveerde in juni 2014 aan de Universiteit Leiden op Memory Wars in the Low Countries, 1566-1700.

Meer over