Columnaleid Truijens

Mensen met kinderen kunnen wel een dienstbare overheid gebruiken

null Beeld -
Beeld -

ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers wil een ‘dienstbare overheid’, zei hij maandagavond in Op1. Een overheid waar iemand de telefoon opneemt als je een vraag of een klacht hebt, niet een anoniem bureaucratisch monster dat vanachter een muur burgers wantrouwt en aanvalt. Het is het Omtzigt-verhaal, maar die zit ziek en partijloos thuis – misschien kunnen ze samen iets beginnen. Segers toont dat tenminste íemand zich het falen van de coalitie in de beschamende kinderopvangtoeslagaffaire aantrekt, alvorens zijn partij toch aanschuift in een nieuw kabinet. Maar dat maakt die dienstbare overheid niet minder nodig.

Mensen met kinderen kunnen wel wat dienstbaarheid gebruiken. De meeste Nederlanders doen wat de overheid vraagt: ze draven voor de baas én brengen hun kinderen groot. Ze zorgen voor hun oude moedertje, organiseren een buurtfeest en helpen in de sportkantine. Brave borsten zijn het. Regelmatig loopt het spaak. Zowel voor als tijdens de coronacrisis had 17 procent van de werknemers burn-outklachten (TNO 2020). Dat geeft tamelijk veel ongeluk en ongemak thuis.

Voor sociologen was de coronatijd een gouden tijd. Mensen moesten thuiswerken en thuisonderwijs geven. Even gloorde de hoop dat dit de stereotiepe taakverdeling thuis zou veranderen. Mannen konden ook de kinderen van school halen of koken. Het bleek ijdele hoop. Uit een onderzoek van de Universiteit Utrecht, geleid door Mara Yerkes, bleek dat moeders minder vrije tijd hadden dan vaders, meer werkdruk, meer zorgtaken. Het tijdschrift Binnenlands Bestuur ondervroeg 6.000 ambtenaren. Mannen beviel het thuiswerken beter dan vrouwen. Die werden meer gestoord en hadden minder vaak een eigen werkkamer.

Dat ligt niet per se aan die mannen. Vrouwen eisen vaak te weinig ruimte voor zichzelf op. Het ‘laat-mij-maar-ik-red-me-wel-syndroom’. Ik moest aan Hella Haasse denken, over wie ik een boek schrijf. Toen ik haar in 1998 interviewde en vroeg waar ze werkte, wees ze naar een piepklein tafeltje in de woonkamer, waarop net een schrijfmachine paste, met een rommelige stapel papieren ernaast. Daar zat ze dan, Neerlands grootste schrijfster, daar schreef ze dus dat imposante oeuvre. Haar man, die na zijn pensionering ook wel eens wat schreef, bezette de riante werkkamer.

Mensen zijn in onderzoeken toch positief over thuiswerken, omdat het veel reistijd scheelt, de combinatie werk-privé soepeler maakt en ze hun eigen werktijden kunnen bepalen. Werkgevers die gelukkige werknemers willen, doen er goed aan om hen die autonomie te gunnen.

In IJsland werd onlangs een experiment uitgevoerd waarbij ambtenaren 35 of 36 uur werkten, zelf in te delen, en voor 40 uur betaald kregen. Ze werden er gelukkiger en minder gestrest van; ze hadden meer tijd voor hun familie en voor zichzelf. De productiviteit bleef gelijk. Maar ja, IJsland. Daar lezen ze ook veel boeken, hebben ze amper misdaad en zijn de mannen mooier en stoerder.

Toch zou het ook hier een goed idee zijn. Minder burn-out, minder auto’s op de weg. Misschien kunnen we dan eindelijk ons in lood geklonken anderhalfverdienersmodel doorbreken, en stopt het gehoon over deeltijdprinsesjes, carrière-bitches en ambitieloze mannen met papadagen. Niet door mensen te dwingen tot een andere verdeling, maar door ze te verleiden. Een mooi programmapunt in de kabinetsformatie.

Meer over