ColumnSheila Sitalsing

Mensen kuieren hutjemutje door de kooptempels, maar wijs vooral schoolkinderen aan als bron van coronabesmettingenkwaad

null Beeld

De week begon met een kinderarts op de maandagochtendradio die scholen aanwees als bron van coronabesmettingenkwaad. Ze deed er voorstellen bij (spreiding van lestijden, elke groep op een ander moment pauze) die deden vermoeden dat ze nog nooit een rooster voor wat dan ook heeft moeten maken.

Dinsdag liep ik naar de supermarkt en stond ik minutenlang te wachten bij een oversteekplaats tot een onafzienbare rij auto’s was langsgezoefd. Het ging maar door, auto na auto na auto. Om vijf uur ’s middags. Eén volwassene per auto. Dat zullen toch geen forenzen zijn, dacht ik? Types die vinden dat de buurman zoveel mogelijk thuis moet werken; zelf hebben ze dringende dingen te doen op kantoor? Nah, uitgesloten, besloot ik ferm. Het zijn vast schoolkinderen in vermomming.

Woensdag begon het advies om ‘extra week Kerstvakantie’ in te lassen voor middelbare scholen rond te zingen. Onduidelijk is of dit een week zou moeten worden van zoomlessen, uitvallende laptopcamera’s, ruis op de lijn en de illusie dat hier sprake is van kennisoverdracht, of überhaupt van betekenisvol contact. Of dat dit een verlengde vakantie zou moeten zijn, onder het motto: gewoon nog meer achterstanden stapelen op de ellende die deze generatie dit voorjaar al is aangedaan toen de minister die voor hun belangen zou moeten strijden bij het eerste zuchtje tegenstand ineenkromp als een belaagd weekdier en bangig de scholen dichtgooide. 

Donderdag waren er fileberichten; het was druk op de snelweg. Foei, al die schoolkinderen toch, riep ik naar de radio. Dat krijg je als je de scholen openhoudt: snelwegen vol dreutelende scholieren. Want alle andere mensen houden zich deugdzaam aan de ‘blijf thuis’-regel.

Vrijdag verzocht iemand van de gemeente Rotterdam op de radio dringend of mensen wilden wegblijven uit de binnenstad. Het was er verschrikkelijk druk, er stonden rijen, het was niet meer te doen, zei de gemeentewoordvoerder. De gemeente Amsterdam twitterde dat het te vol was in het winkelgebied en gebood drukte te vermijden. Daar heb je de scholieren weer! riep de overbuurman. Maar het is nog schooltijd, wierp de buurvrouw tegen. Massaal spijbelende scholieren dan, besloten we. Want verder vermijdt iedereen uiteraard gewetensvol drukte.

Vrijdagmiddag vroeg een journalist aan de premier of het geen optie is om wat winkels dicht te gooien. Daar wilde hij niks van weten. Dat moeten burgemeesters lokaal bepalen als het ergens uit de hand loopt. Een algemeen gebod om mensenmagneten als tuincentra, meubelboulevards, outlets vol troep en andere kooptempels dicht te doen, vindt hij ‘niet proportioneel’.

Nu wil het toeval dat de premier expert is in ‘niet proportionele’ maatregelen. Op 3 november sloot hij twee weken lang bibliotheken, musea en theaters. Want een open bieb veroorzaakt enorme ‘reisbewegingen’ in het ganse land, en theaters, waar maximaal dertig mensen in mogen, of musea die een beperkt aantal kaartjes per tijdslot verkopen, zijn vele malen erger dan een Ikea waar de sliert mensen voor de deur kan wedijveren met de polonaise tijdens een normaal carnaval.

De sluiting dateert van 24 dagen geleden (vorige week mochten de deuren weer open), en was volgens de premier bedoeld als ‘een extra slag met de hamer’ op het virus. Sindsdien is er geen besmetting minder genoteerd. Roddels uit het Catshuis leren ons dat de premier en zijn adjudant van coronabestrijding zelf ook niet dachten dat het écht zou helpen, het zinloze geweld tegen de cultuursector was bedoeld als ‘een gebaar’.

De mensen kuieren hutjemutje door de kooptempels. De forenzenstroom blijft aanzwellen. Maar sla voor het volgende ‘gebaar’ vooral op schoolkinderen. Met je ‘hamer’.

Meer over